Hervatting van de oorlog om Krajina is waarschijnlijk

ZAGREB, 13 JULI. Honderden, misschien wel duizenden Serviërs leven nog in het Kroatische plaatsje Licki Osik, inmiddels door de Serviërs herdoopt tot Teslingrad. Mannen, vrouwen, kinderen onder dagelijks sluipschuttervuur en vaak ook granaten die bijna geen ruit hebben heelgelaten in de flatgebouwen aan deze kant van het plaatsje, een typisch socialistische modelstad type jaren vijftig. Even verderop, in het oude deel van het dorp, zitten de Kroaten, en wisselen met de Serviërs sluipschuttervuur en granaten uit.

Het is de derde oorlogszomer voor Teslingrad/Licki Osik en niets is opgelost tussen Serviërs en Kroaten. De overgebleven bewoners zien er moe en afgetobt uit, de kinderen mager en ziekelijk, er heerst een rattenplaag en er zijn steeds meer problemen met de watervoorziening. De verdediging van de stad is, aldus ooggetuigen, in handen van "cetnici', Servische vrijwilligers voor wie zelfs de formele commandant van het Servische leger in Teslingrad bang is. De motivatie is hoog.

Zoals Teslingrad/Licki Osik zijn er honderden plaatsjes in de omstreden gebieden van Kroatië, want ondanks anderhalf jaar stationering van 15.000 man VN-strijdkrachten, anderhalf jaar bemiddelen en ontelbare onderhandelingsrondes is er nog steeds geen schijn van een oplossing voor de Servisch-Kroatische oorlog.

De Serviërs, die gesteund door eenheden van het federale leger, in 1991 in gewapend verzet kwamen tegen de zojuist eenzijdig uitgeroepen republiek Kroatië, hebben in de veroverde gebieden een "Servische Republiek Krajina'' uitgeroepen. De Kroaten hebben zich bij monde van hun president, Franjo Tudjman, wel bereid verklaard in twee gebieden de Serviërs een (nog onduidelijke) bestuurlijke autonomie te verlenen, maar wensen in geen geval op het grondgebied van Kroatië een andere staat te dulden.

Hoe lager je komt in de hiërarchie van de VN-vredesmacht, hoe hoger schatten de zegslieden de kans op hervatting van de Servisch-Kroatische oorlog in. In Genève willen de bemiddelaars nog wel eens over voortgang bij de onderhandelen reppen, al heerst ook daar grote bezorgdheid over een mogelijke grootscheepse militaire confrontatie tussen Servië, nog steeds een regionale militaire macht van betekenis, en Kroatië, dat zich deze twee jaar ondanks het VN-wapenembargo naar hartelust heeft bewapend.

VN-functionarissen in het gebied zelf maken zich geen illusies. “Zeker komt er oorlog”, meent een van hen. “Het is alleen de vraag wanneer, het is nu al laat in de zomer, misschien wordt het wel volgend jaar”. Het offensief, denkt men, zal van de Kroaten komen. Over de kansen op succes van een dergelijke onderneming zijn de kansen verdeeld: misschien zou het de Kroaten niet al te veel moeite kosten om plaatsjes als Teslingrad onder de voet te lopen. In de heuvels erachter zijn echter artillerie en tanks in stelling gebracht, waardoor een Kroatisch offensief in ieder geval veel doden zou eisen. Of de Kroatische maatschappij zoveel offers zou kunnen opbrengen, lijkt militaire analitici in Zagreb de vraag. De gevechtsbereidheid aan Servische zijde wordt veel hoger ingeschat.

In de Kroatische politiek is de wenselijkheid van een offensief ter herovering van de in 1991 verloren gebieden het voornaamste thema. Tudjman, voorstander van voortzetting van onderhandelingen, vindt een krachtige, revanchistische stroming tegenover zich, die de steun heeft van een groot deel van de Kroatische diaspora in de wereld. Tudjman laat bijna geen toespraak voorbij gaan zonder te waarschuwen tegen overijld handelen. De internationale gemeenschap steunt de ontoelaatbaarheid van afscheiding van delen van Kroatië, aldus de Kroatische president, en daarin ligt op den duur de kracht van de Kroatische onderhandelingspositie. Tudjman ondervindt onverwachte steun van president Slobodan Milosevic van Servië, die tegenwoordig van "Serviërs in Kroatië' spreekt en van een "Servische Republiek Krajina' niets meer lijkt te willen weten.

Maar de revanchistische stroming in de Kroatische politiek, verwoord door minister van defensie Gojko Susak, voelt zich kennelijk sterk genoeg om met de "Servische' gebieden korte metten te maken. Susak en de zijnen treffen voorbereidingen voor de demonstratieve heropening, nog deze maand, van het vliegveld van Zadar, dat na een Kroatisch offensief in januari is heroverd. Even verderop wordt gewerkt aan de opening van een pontonbrug, ter vervanging van een in 1991 door de Kroaten opgeblazen oeververbinding, die belangrijk was voor het verkeer tussen Zagreb en de kustplaatsen Split en Dubrovnik.

Beide objecten liggen binnen het bereik van Servische artillerie en de Serviërs hebben al aangekondigd met bombardementen zowel de brug als het vliegveld onbruikbaar te willen maken. Zij zeggen wel bereid zijn de Kroaten het gebruik van beide locaties te willen toestaan, maar alleen als de VN-troepen er de dienst uitmaken en de Kroatische troepen zich terugtrekken op hun stellingen van voor het januari-offensief. Dat was één van de punten in een eerder dit jaar door bemiddeling van de VN uitonderhandelde wapenstilstandsovereenkomst (ter vervanging van die welke de Kroaten in januari braken), die de Serviërs zelf - vermoedelijk vanwege een richtingenstrijd in de eigen gelederen - nooit hebben ondertekend.

Vanaf de komst van de UNPROFOR-troepen begin vorig jaar heeft de overheid in Zagreb het, met name naar de binnenlandse publieke opinie toe, doen voorkomen alsof de VN-troepen gehouden zouden zijn in de Servische gebieden het Kroatische staatsgezag te herstellen. Kroatië neemt wraak door steeds te dreigen het VN-mandaat niet te verlengen. Ten lange leste is het begin deze maand nu door Zagreb verlengd tot eind juli, terwijl de Veiligheidsraad van de VN al tot een verlenging tot eind september heeft besloten. Het opzeggen van het mandaat door Kroatië zou ook een ernstige tegenslag voor de VN-operaties in Bosnië betekenen, daar Kroatië daarbij als uitvalsbasis dient.

Deels lijkt de kans op een hervatting van de oorlog in Kroatië benvloed door de krijgskansen in Bosnië. “Wij vrezen dat de Serviërs daar straks hun aandacht weer op Kroatië zullen richten, als ze hun Servische republiek hebben gestabiliseerd”, aldus een Kroatische diplomaat in Genève. “Dat Milosevic hen niet meer steunt, kan hun niet schelen. Het gaat om Serviërs die eerder denken dat het hart van de Servische natie niet meer ligt in Servië zelf, maar tussen de Drina en de Bosna (in Bosnië, red.)”. Voor de Kroaten speelt in de besluitvorming vermoedelijk ook een rol, dat de Kroaten in Bosnië-Herzegovina onverwacht zware klappen hebben gekregen van moslim-troepen bij Mostar. Plotseling bestaat er grond voor de vrees dat de moslims wel eens een uitweg naar de zee op het grondgebied van Kroatië zelf, nabij Ploce, zouden kunnen bevechten.

De Kroatische Serviërs laten inmiddels weinig los over hun plannen. Wie maar even kon lijkt uit hun gebieden de benen te hebben genomen. Volgens de president van de "Servische republiek Krajina', Goran Hadzic, wonen er nog maar een half miljoen mensen. Hij heeft inmiddels het gerucht tegengesproken dat de Serviërs de Kroatische hoofdstad Zagreb met gronddoelraketten zullen bestoken, in het geval van een nieuw Kroatisch offensief. Dát, aldus Hadzic, gebeurt alleen bij een Kroatische aanval op Knin, het bestuurlijke centrum van de Krajina.

Weliswaar beschikt het Servische leger in Kroatië niet over zulke raketten, menen militaire waarnemers, maar dat is geen reden tot geruststelling. Onlangs zonden de Serviërs wat ladingen uit multiple rocketlauchers van het type Orkan naar de vijand. Niemand had verwacht dat ze over dat wapen beschikten.