Erik Breukink klimt naar tweede plaats in algemene rangschikking; Concurrenten Indurain houden nog hoop

LAC DE MADINE, 13 JULI. Ploegleider José Miguel Echavarri van Banesto verkeerde gisteren even in hogere sferen. De Spanjaard gebruikte de ene superlatief na de andere om te tonen hoe sterk hij onder de indruk was van de prestatie van zijn landgenoot Miguel Indurain aan het meer van Madine, waar de superatleet de tijdrit over ruim 43 kilometer op imponerende wijze won. 's Avonds in zijn hotel kon Echavarri weer relativeren. “Indurain is noch Karel de Vijfde, noch de paus, noch de koning van Spanje. Hij is ook slechts een gewone sterveling, maar eentje die wel super-professioneel met zijn beroep als wielrenner bezig is. Hij is favoriet voor de eindzege, toch is de Tour nog lang niet beslist.” Met die laatste opmerking haalde Echavarri de woorden uit de mond van Indurains concurrenten. Gianni Bugno voorop. De Italiaanse zwijger, twaalf maanden geleden in Luxemburg nog verpletterd in de Tourrace tegen de klok, trok alle registers open en beperkte de schade tot 2.11. In het algemeen klassement staat hij tweeëneenhalve minuut achter op gele-truidrager Indurain. “Dat is niet veel”, merkte de wereldkampioen opgewekt op. “Heb ik de vorm, dan kan ik dat verschil in de Alpen wegwerken.”

Bij de chaotische finish verdrongen de tifosi zich om Bugno, verderop vierden de Nederlandse supporters een feestje, met als middelpunt Erik Breukink. Die was op 2.22 als derde geëindigd en geklommen naar de tweede plaats in de rangschikking. De kopman van Once, gesterkt door de aanwezigheid van zijn vrouw en zijn vader, ging eindelijk weer eens ouderwets te keer. Hij begon behoudend, had zichtbaar last van de harde wind, voerde daarna het tempo op en eindigde met een opmerkelijke versnelling. Op de laatste zeventien kilometer was hij zeven seconden sneller dan de onaantastbaar geachte Indurain.

Toen de finish in zicht was had Breukink bovendien nog de kracht voor een prachtig eindschot. Hij heeft het wel eens anders meegemaakt. In de Tour van 1991 bijvoorbeeld, reed hij een goede tijdrit tot hij in de slotkilometer volledig instortte. Dat leed overkwam hem kort voor de somberste gebeurtenis uit zijn wielerleven, toen hij de Tour wegens de beruchte Intralipid-affaire moest verlaten. Aan het meer van Madine bevestigde Breukink het gelijk van zijn gedreven ploegleider Manolo Saiz. Het kan niet zo zijn dat een tijdritspecialist, die zich altijd perfect heeft verzorgd, op 29-jarige leeftijd plotseling niet meer zou kunnen uitblinken in deze discipline. Dat Breukink op dit onderdeel de laatste twee seizoenen minder goede prestaties leverde, verklaarde Saiz door de slechte werksfeer binnen de PDM-formatie, die leidde tot gebrek aan concentratie en een verminderd zelfvertrouwen.

Terwijl hij het schuim van zijn kin veegde, toonde de getekende Breukink zich bij de sjieke bus van Once aan het water van Madine uiterst tevreden. “Indurain heeft een groot gat geslagen”, zei de renner die de dag voor de Tourstart bij de training knieletsel opliep, “daar sta ik niet van te kijken. Hij is op dit nummer van aparte klasse. Maar de Tour is nog open. Indurain heeft een opkikker gehad, ik óók.”

De sterkste ploeg Once kan zich in de Alpen rustig houden. Saiz streeft er naar dat zijn renners Breukink, Alex Zülle (vijfde) en Johan Bruyneel (zesde) op de Oostfranse cols hun goede posities in de rangschikking handhaven. In de Pyreneeënritten zal dan de aanval volgen op Indurain. Zülle en Bruyneel moeten volgens dat scenario “openen”, Breukink moet de zaak afmaken. En we gaan voor de eindzege, aldus Saiz, die ervan overtuigd is dat de Nederlander zijn eeuwige slechte dag niet tegenkomt.

Zülle staat weer op scherp, klaar om Breukink te assisteren. Heel wonderlijk trouwens. 's Nachts na de pijnlijke val van zondag had alles hem nog zeer gedaan. Een paar uur eerder waren Tourarts Nicolet en teamdokter Terrados van Once eensgezind in hun pessimisme over Zülle's perspectieven. Ze wisten het zeker. Zülle, gekweld door schaafwonden en kneuzingen, zou in de tijdrit ten hoogste “tachtig procent van zijn normale mogelijkheden halen”. Een afgetraind rennerslichaam kan blijkbaar in recordtempo herstellen, vooral als het jong is. De 25-jarige Zwitser spotte gisteren met de medische theorieën. Geheel optimaal functioneerde hij niet, maar desondanks legde de patiënt Zülle de 46 kilometer met een verbazingwekkende snelheid. Slechts 3.18 verloor de nerveuze vechtjas op Indurain.

Verder moest hij alleen Bugno, Breukink en Tony Rominger laten voorgaan. Zülle over zijn enorme veerkracht: “De artsen waarschuwden me voor een martelgang, maar na een trainingsrit was mijn lichaam warm en voelde ik niet zo veel meer. Ik ben er voor honderd procent ingevlogen. De enige handicap was dat ik bepaalde versnellingen niet rond kon krijgen.” De door een toeschouwer veroorzaakte val van zondag kostte Zülle al twee minuten, zodat de Zwitser thans in de algemene rangschikking ruim vier minuten achter staat op Indurain. Opgewekt als altijd riep hij dat hij nu meesterknecht wordt van Breukink.

Claudio Chiappucci oogde aan de finish niet zo vrolijk. Ruim vijf minuten verloor hij, méér dan hij had ingecalculeerd. Maar in zijn eentje rijden ligt hem nu eenmaal niet, althans niet op de vlakke weg. De strijdvaardige Italiaan kondigde meteen aan dat Indurain nog niet van hem af is. Het klonk dapper, maar Indurain weet dat hij niet echt van Chiappucci hoeft wakker te liggen. Wat de Spanjaard eventueel in de cols op Chiappucci verliest, maakt hij in de slottijdrit waarschijnlijk weer goed. Voor de Tour begon noemde Indurain Rominger zijn grootste concurrent in de strijd om de eindzege. De Zwitser is door het verlies in de ploegentijdrit en een straftijd - hij liet zich door collega's duwen - al ver teruggeworpen. Gisteren toonde hij zijn klasse met een vierde plaats. Als enige van de toppers trof hij onderweg noodweer. En de laatste kilometer reed hij op een lekke band. Rominger is de schlemiel van de Tour, die nu pas echt gaat beginnen. Met grote kans op sneeuw, zeggen de Franse weermannen.