CDA ontdekt de wereld 21 jaar na Club van Rome

De wereld zit vol gevaren. Dat is niets bijzonders, de mensheid is eraan gewend. Vroeger was het de natuur die haar bedreigde, dankzij de vooruitgang bedreigt zij nu zichzelf.

De verspreiding van kernwapens, de almaar aanzwellende stroom wanhopige migranten en de vernietiging van de natuur - dat zijn op het ogenblik de ontwikkelingen die de internationale samenleving kunnen destabiliseren. Tenzij het lukt ze tijdig te bezweren, zullen ze haar zodanig ontwrichten dat zij op den duur in chaos verzinkt.

Maar net als vroeger vecht de mens terug. Er bestaat al 25 jaar een verdrag tegen proliferatie van kernwapens, dat nog steeds wordt uitgebreid en verfijnd. De verlenging van het moratorium op kernproeven, eerder deze maand door president Clinton aangekondigd, is een verheugende stap verder in de goede richting.

Ook op de beide andere fronten is men bezig het grondeuvel aan te pakken: het veel te hoge geboortecijfer in de Derde Wereld. Voor zover het ginds al lukt de economie op poten te zetten, wordt de stijgende produktie door de bevolkingsaanwas weer "opgegeten'. Hongersnoden, verwoestijning, de vorming van "megasteden' en volksverhuizingen zijn het gevolg.

Zolang men er niet in slaagt de geboortecijfers omlaag te brengen, blijft het geven van ontwikkelingshulp, hoe goed bedoeld ook, dweilen met de kraan open. Diverse organisaties, met als belangrijkste de UNFPA (de VN-organisatie voor gezinsplanning), zijn dan ook al vele jaren met goed uitgeruste teams onderweg om door voorlichting en praktische hulp de mensen tot een zekere vorm van gezinsplanning te bewegen. Veel van die landen hebben zelf eveneens programma's opgezet om de bevolkingsgroei, die ook zij als hun grote vijand onderkennen, af te remmen.

De meeste landen slagen daarin, al zitten ze, China uigezonderd, nog boven de standaardnorm van 2,1 die nodig is om de bevolking in stand te houden. Zo bracht in Indonesië een vrouw in 1965 gemiddeld 5,5 kinderen ter wereld en in 1989 nog maar 3,3, in Egypte was dat resp. 6,8 en 4,2 en in (het overwegend katholieke) Peru 6,7 en 3,9. Alleen Afrika, waar de voortplanting ongebreideld doorgaat, moet als een hopeloos geval worden beschouwd, maar dat is het in andere opzichten ook. Voorlopig zal dat continent nog wel op de liefdadigheid van de rest van de wereld aangewezen blijven.

Aan geboortebeperking wordt dus overal hard gewerkt. Noch in politieke noch in wetenschappelijke kringen bestaat aan de noodzaak ervan enige twijfel. Dit zo zijnde, vraagt men zich af wat het CDA wel bezield mag hebben om in een zojuist verschenen rapport Het gezin met twee kinderen voor de hele wereld te propageren als betrof het hier een baanbrekende nieuwe gedachte. Het vruchtdragend vermogen van de aarde, aldus de studie, is waarschijnlijk niet groot genoeg om meer mensen te voeden. Dit rapport, eenentwintig jaar na dat van de Club van Rome, zes jaar na dat van Brundtland , zou een bouwsteen moeten vormen voor het verkiezingsprogramma van het CDA.

Het wiel opnieuw uitgevonden. Van Jakarta tot Seoul en Karo hangen sinds jaar en dag op straat de posters waarop de overheid een man en vrouw met twee vrolijke kinderen als norm aanprijst. Maar de christen-democraten in een van de meest ontwikkelde landen ter wereld hebben een wetenschappelijke commissie nodig om, na maandenlang onderzoek en beraad, met veel bombarie deze wijd open deur nog eens in te trappen.

Voor wie mag deze pakkende verkiezingsleuze dan wel zijn bedoeld? Toch niet voor de Nederlandse kiezers, die hun gezinnen al zolang klein houden dat ons land, net als de rest van Europa, met zijn geboortecijfer rondom het reproduktiecijfer schommelt. Voor het Vaticaan dan, dat zijn anti-conceptie standpunt zou moeten herzien, zoals in het rapport wordt geëist? Wat een loze kreet, nu het eens zo machtige bouwwerk van de Rooms-Katholieke kerk voor onze ogen afbrokkelt, scheurt en ineenstort. Haar tragiek is toch juist dat zij niet meer in staat is zich te vernieuwen. Uit het gebrek aan jonge priesters, uit de wereldwijde schandalen binnen de clerus en uit haar onbeweeglijkheid in brandende kwesties blijkt dat elke dag pijnlijker. In dit stadium zou iedere concessie aan de veranderende buitenwereld haar verval alleen maar bespoedigen.

Richt het CDA zich dan misschien tot de politiek? Kom nou. Notabene een van haar eigen voormannen, Piet Bukman, die als voorzitter de drie bloedgroepen tot een hechte partij heeft weten samen te smelten, wees al jaren geleden publiekelijk op de actualiteit van dit onderwerp. Als minister van ontwikkelingssamenwerking in de jaren 1986-1990 gaf hij aan de bevolkingsproblematiek in de Derde Wereld grote prioriteit.

Zo verhoogde hij meteen na zijn aantreden de toch al aanzienlijke bijdrage van Nederland aan UNFPA. Onder zijn bewind verscheen een notitie voor de Tweede Kamer over de noodzaak van gezinsplanning in de ontwikkelingslanden, die internationaal zoveel belangstelling trok dat zij in het Engels werd vertaald. Sindsdien worden steeds meer ontwikkelingsprojecten gecompleteerd met een medisch-hygiënische component voor het geven van voorlichting over voorbehoedsmiddelen. Daarnaast zijn er andere stimulansen. Een mede door Nederland opgezette champignonkwekerij op het Dieng-plateau op Java bijvoorbeeld neemt alleen arbeiders aan die niet meer dan twee kinderen hebben.

Het CDA heeft even niet opgelet. Nu komt het opeens aanhollen om de wereld te vertellen hoe ze haar problemen moet aanpakken.