Buñuel

Het duurde even voor we de film konden zien waarvoor we gekomen waren. Er waren twee zaaltjes in het theater en in allebei werd een film van Luis Buñuel vertoond. Ik wilde La voie lactée zien, De melkweg.

Het licht ging uit, de film begon, gelukkig geen reclame. Maar het was de verkeerde film, we zagen de openingsbeelden van Het dagboek van een kamermeisje. Het deskundige publiek zag onmiddellijk dat het bij de ingang verkeerd voorgelicht was en binnen een seconde renden we allemaal de trap op naar het andere zaaltje. Daar was wel reclame, dat kwam goed uit. Toen die afgelopen was, werd meegedeeld dat La voie lactée binnen enkele ogenblikken zou beginnen, beneden. Maar daar hadden we net het begin van het Kamermeisje gezien! Dat was een vergissing geweest, we moesten weer terug. Zo renden we nu de trap weer af, snel, om niets van de film te missen, maar dat was eigenlijk niet nodig, want de operateur rende met zijn grote wiel met de filmrol met ons mee, we hoefden alleen te zorgen dat we hem voor bleven, als hij tenminste de goede rol bij zich had. Het was net of we zelf in een film zaten, een nostalgische film over de ondergang van een oud buurtbioscoopje dat de concurrentie met televisie en megatheaters niet kan volhouden, omdat er door geringe mankracht altijd iets misgaat. Straks zou er waarschijnlijk brand uitbreken in het hokje van de operateur en ik zou hem nog maar net kunnen wegslepen uit de hel van het hevig brandende ouderwetse celluloid. Aan een film van Buñuel zelf deed het trouwens ook denken, die mensen die in verwarring de trap op en af renden. Hij schreef in zijn memoires dat zijn filmfiguren vaak vergeefs proberen een eenvoudig plan uit te voeren. In Le charme discret de la bourgeoisie bijvoorbeeld komt een groep mensen bij elkaar om samen te eten, maar dat lukt ze verder de hele film lang niet. Zo zouden wij de komende uren de trap op en af blijven rennen en steeds in de verkeerde zaal terechtkomen.

Ik weet niet of de andere bezoekers dezelfde gedachten hadden. Er was in ieder geval wel een sterk gevoel van saamhorigheid ontstaan. Iedereen praatte en was vrolijk. Niets geschikter dan een klein obstakel om het genot te vervolmaken. Toen we weer in de zaal waren gekomen zei een vrouw naast me tegen haar begeleider: de ijsjes zijn op, de dames-wc is verstopt en we zitten waarschijnlijk weer in de verkeerde zaal. Ze straalde. Nog leuker werd het toen we ongeveer een half uur naar de film hadden gekeken, de goede deze keer, en een toeschouwer opstond die aan het begin van de avond ook al de aandacht op zich had gevestigd. Hij was binnen gekomen met een brandende sigaar en een personeelslid had hem gevraagd om die uit te maken. “Een sigaar gaat vanzelf uit, jongeman.” “Maar we willen dat u hem nu weggooit, voor u gaat zitten.” De bezoeker haalde zijn schouders op. “Ze maken het je tegenwoordig wel lastig.” Hij schudde zijn achtervolger af, ging zitten en bestudeerde tevreden zijn peuk. Een sterk karakter, gevormd in betere tijden, toen er nog asbakjes aan de achterkant van de stoelen zaten. Zijn kalme onverzettelijkheid werd bevestigd toen hij rustig bleef zitten toen wij de trap oprenden. Gelijk had hij, we zouden toch weer bij hem terug komen. Nu, na een half uur La voie lactée, stond hij plotseling op, hij riep verontwaardigd: “Maar dit is helemaal de film niet waarvoor ik gekomen ben!” en beende weg. Hij had al die tijd, kalm en onverzettelijk, op het Kamermeisje gewacht.

De film ging over een pelgrimstocht die twee mannen maken naar Santiago de Compostela, waar ze in overeenstemming met de wet van Buñuel overigens net niet aankomen. Het zijn hedendaagse pelgrims, maar onderweg worden ze geconfronteerd met figuren uit het verleden die de katholieke leer representeren en de verschillende vormen van ketterij waardoor die leer in de loop der eeuwen bedreigd is. We zagen dat dogmatieke twisten vaak tot moord en doodslag leiden en dat het meestal lijkt alsof dat de ware bedoeling van de dogma's is. Niettemin is de moderne snelweg in deze film een opvallender kwaad dan het katholicisme. Het is steeds een verademing als de camera van de weg afgaat en het struweel van de Middeleeuwen betreedt. Zelfs de folterkamer van de inquisitie heeft een behaaglijke intimiteit vergeleken met de moderne snelweg.

Van de ketters moest Buñuel in ieder geval weinig hebben. Ik heb het idee dat hij met bepaalde ketterijen persoonlijk een appeltje te schillen had. De sekte van de hazepaté (mij onbekend, maar ik geloof Buñuel als hij zegt dat alles in de film historisch verantwoord is) probeerde het mysterie van de transsubstantiatie inzichtelijker te maken door te zeggen dat Christus in het brood is op dezelfde manier als de haas in de paté. Er waren in de film ook ketters die de drieëenheid ontkenden en beweerden dat God niet zowel Drie als Een kon zijn, en dat de Zoon en de Heilige Geest slechts manifestaties van God de Vader waren. Dat zijn allebei manieren om te proberen een mysterie met een pseudo-rationele redenering iets minder mysterieus te maken. Een poging die tot mislukken gedoemd is en door de Kerk terecht is afgewezen. Het is zinloos om met rationalistische spitsvondigheden ten behoeve van de kleingelovigen te sleutelen aan het mysterie. Take it or leave it, dat is de enige juiste houding.

Het lijkt me dat deze ketters staan voor sommige critici van Buñuel, die hem verweten dat er geen logica in zijn beelden zat, waarop hij alleen maar kon antwoorden dat zijn beelden, hoe vreemd en onlogisch schijnbaar ook, nu eenmaal de juiste beelden waren. Wat betreft het mysterie staat Buñuel aan de kant van de Kerk tegenover de ketters, alleen heeft hij nooit een inquisitie nodig gehad om het "take it or leave it' kracht bij te zetten.

Die ketterse critici zaten voor me in de zaal. Ze vonden dat de film, die in vele verschillende tijden tegelijk speelt, geen plot had en nergens naartoe ging. Terwijl ik zag, waarom weet ik niet maar dat het zo was weet ik zeker, dat ieder beeld dat de meester ons voortoverde het volmaakt juiste beeld was, zagen zij slechts onlogische verwarring, blind toeval en willekeur. En hoe hinderlijk hun kritiek ook was, op deze avond, waarop ik eerst mijzelf in een film had gezien, was het toevallige buitenkansje om de ketters tegelijk te zien op het doek en in de zaal, één rij voor mij, net wat ik nodig had voor de ervaring van volmaakt kunstgenot.