Wetenschap moet beter communiceren

In zijn artikel op de opiniepagina van 3 juli ("Hang naar publiciteit bevordert quasi-wetenschappelijke vondsten') wijst prof. W. J. Witteman terecht op enkele dreigende misstanden in de wetenschappelijke wereld, zoals plagiaat, fraude en vroegtijdige bekendmaking van vindingen die achteraf voorbarig blijken te zijn. Hij beticht daarbij ECN van publicitaire praktijken die dit in de hand werken maar hij geeft er meteen een remedie bij die het kwaad moet keren.

Om met dat laatste te beginnen: Witteman pleit ervoor ter bescherming van de wetenschap en de wetenschappers de publieke informatie over opzienbarende wetenschappelijke beweringen onder deskundig toezicht te stellen. Dit riekt niet alleen naar censuur, het is tevens een pleidooi voor terugkeer naar het isolement. Dit zal de wetenschap in de ogen van het publiek geen goed doen. De hoopvolle weg naar openheid wordt hierdoor verlaten en de nadruk wordt weer gelegd op de ivoren-torenmentaliteit. “Wij weten hoe het moet. De rest heeft er geen verstand van en hoeft ook niet te weten wat we doen”. Dat een beroepsgroep het eigen blazoen schoon wil houden is uitstekend, maar dit middel lijkt me erger dan de kwaal. Openheid van de wetenschap houdt in dat de wetenschappers uit hun isolement komen. Dat ze geconfronteerd worden met problemen zoals die zich in de dagelijkse praktijk voordoen en met mensen die er geheel andere opvattingen op na houden dan de wetenschappers wenselijk vinden. Over onderwerpen die van publiek belang zijn moet niet alleen onder wetenschappers gediscussieerd worden maar ook het publiek moet hier op zinvolle wijze bij betrokken zijn. Om die reden is bij ECN "openheid' als nieuwe strategie ingevoerd. In die strategie paste ook de uitnodiging aan een Russische geleerde, die twijfelt aan de Tweede hoofdwet van de thermodynamica, om zijn opzienbarende theorie bij ECN uiteen te komen zetten en ter discussie te stellen. Dit alles gebeurde in het kader van een serie ECN-colloquia over controversiële energie-onderwerpen. Meestal besteden de media hier geen aandacht aan, in dit geval echter wel zodat ook een groter publiek hier getuige van kon zijn. De Russische geleerde heeft zijn theorie uiteengezet. Drie opponenten hebben die theorie in het ECN-colloquium deskundig weerlegd, in aanwezigheid van bijna 200 genteresseerden voor wie het een boeiende belevenis was.

ECN bevordert dat zijn medewerk(st)ers in contact komen met de samenleving zodat ze in het onderzoek rekening kunnen houden met wat er leeft bij de verschillende "marktpartijen'. Om zich staande te houden in een maatschappij die op het gebied van energietechnologie zeer kritische vragen heeft leren stellen, is een voortdurende confrontatie met invloeden uit de samenleving noodzakelijk. Soms zijn dat ook gesprekken met mensen die hoopvol nieuwe onuitvoerbare ideeën naar voren brengen, die dan rustig tot werkbare proporties worden teruggebracht. Niemand wordt hautain geweigerd. Wat wetenschappers beter moeten leren is in begrijpelijke taal communiceren met het publiek en ook met de media. Als iets verkeerd in de publiciteit komt of als het publiek van een wetenschappelijke vinding een te hoge verwachting heeft, moet niet meteen de schuld gezocht worden bij het ontoereikende bevattingsvermogen van het publiek of de sensatiezucht van de media maar op de eerste plaats bij de tekortschietende kennisoverdracht van de wetenschapper. Die overdracht is niet eenvoudig maar dat mag geen reden zijn om maar niet meer over wetenschap te praten, de communicatie te beperken tot de eigen kring van de wetenschappelijk ingewijden en het onder toezicht stellen van hen die graag iets aardigs naar voren willen brengen.