Vredestroepen dreigen overal in moeras terecht te komen; VN nemen teveel hooi op de vork; Te veel mislukkingen tasten de geloofwaardigheid van de Blauwhelmen aan

Na de Koude Oorlog leek het dat de Verenigde Naties de nieuwe wereldorde konden handhaven. De VN regeren weliswaar de wereld niet, maar als hoeder van het internationale recht en als geweten van de internationale gemeenschap konden de VN regeringen vermanen en zo nodig corrigeren.

Ook het forum van de G7 wil de rol van de VN versterken, zo blijkt uit de politieke verklaring die de rijke industrielanden in Tokio hebben uitgegeven. Maar in de praktijk blijkt dat de werkelijke macht van de VN bij de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad ligt. Dat zijn onder meer Groot-Brittannië en Frankrijk, twee ex-wereldmachten die het Westen een oververtegenwoordiging bezorgen, machtiger landen aan de kant houden en de Derde Wereld het gevoel geven onvoldoende vertegenwoordigd te zijn. Daarom zou de samenstelling van de Veiligheidsraad veranderd moeten worden, bijvoorbeeld door toelating van Duitsland en Japan, en eventueel Brazilië (voor Latijns-Amerika), Nigeria (voor Afrika) en India.

De vraag is echter of een nieuwe samenstelling van de Veiligheidsraad veel oplost. Het aantal permanente leden neemt toe en de tegenstellingen worden groter. Dat leidt al gauw tot dezelfde verlamming waaraan de Veiligheidsraad tijdens de Koude Oorlog leed. En hoewel over de tegenwoordige permanente leden van de Veiligheidsraad ook het nodige valt op te merken, kan men toch twijfelen aan de antecedenten van sommige nieuwe kandidaten.

Dat levert een lastig dilemma op: enerzijds moet de samenstelling van de Veiligheidsraad worden gewijzigd om recht te doen aan de veranderde machtsverhoudingen in de wereld en anderzijds zal een nieuwe samenstelling de daadkracht van de Veiligheidsraad opnieuw kunnen aantasten.

Maar er is nog iets: een permanent lid is tevens een nationale staat en de belangen van de internationale gemeenschap kunnen strijdig zijn met de nationale belangen. Het ligt voor de hand dat een lid van de Veiligheidsraad in geval van een belangentegenstelling, de eigen belangen voorrang geeft. Door dit alles is de Veiligheidsraad doorgaans in zichzelf verdeeld en zwak.

De Verenigde Staten oefenden na de ineenstorting van de Sovjet-Unie, voor korte tijd grote invloed uit in de Veiligheidsraad. Dat gaf de indruk van vastbeslotenheid en besluitvaardigheid. Die periode ligt door het zwakke leiderschap van de VS al weer achter ons. Ook zonder president Clinton zou dat niet lang hebben geduurd; de internationale gemeenschap wil niet door een supermacht worden gedomineerd en die supermacht wil dat zelf ook niet omdat de lasten ervan te zwaar zijn.

De periode van relatieve daadkracht van de Veiligheidsraad heeft trouwens niet indrukwekkend veel voortgebracht. Tijdens de Golfoorlog waren de Verenigde Naties succesvol in het ongedaan maken van de agressie van Irak tegen Koeweit. Maar dit was vooral te danken aan de vastberadenheid van president Bush. Het was eigenlijk een door de Amerikanen geleide operatie voorzien van het keurmerk van de VN. En na de oorlog bleek het moeilijk Saddam Hoessein te houden aan de sancties die hem door de Veiligheidsraad zijn opgelegd. Een klinkende overwinning met een wrange nasmaak.

In Cambodja is het de VN niet gelukt de Rode Khmer te ontwapenen, maar de verkiezingen waren een succes. Nu moet op basis van de verkiezingsuitslag een democratische regering worden gevormd die het land tot ontwikkeling brengt. Onder meer met het oog op de Rode Khmer is de uitkomst voor Cambodja - evenals voor de VN - nog onzeker.

In de Angolese burgeroorlog brachten de VN vredesonderhandelingen op gang en hielpen bij de verkiezingen. Hoewel deze verkiezingen in het algemeen correct zijn verlopen, verwierp het hoofd van UNITA, Jonas Savimbi, de voor hem nadelige uitslag en hervatte de burgeroorlog. De VN hebben de situatie in Angola onderschat; er waren veel meer VN-troepen nodig om de verkiezingsuitslag te doen respecteren en de burgeroorlog te beëindigen. Het is echter de vraag of de VN zoveel troepen op de been hadden kunnen brengen. Alles wat de VN in Angola hebben bereikt is weer verloren gegaan. Behalve Angola verliezen ook de VN.

Eind vorig jaar intervenieerden de Amerikanen in Somalië om de voedselhulp aan de bevolking te verzekeren. Maar de Amerikanen wilden zo snel mogelijk van de verantwoordelijkheid voor deze operatie af en deden die in mei van dit jaar aan de VN over. Een politieke oplossing in Somalië bleef uit en het geweld nam weer toe. Aanhangers van generaal Aidid lieten Pakistaanse VN-troepen in een hinderlaag lopen en aan VN-zijde vielen 24 doden en vele gewonden. De VN konden dat niet ongestraft laten passeren en met behulp van Amerikaanse versterkingen werden Aidid en zijn bende aangepakt. Tezelfdertijd schoten Pakistaanse troepen op Somalische demonstranten waarbij tientallen Somalische doden vielen. Het humanitaire karakter van de VN-operatie verbleekt bij al dat geweld; ondanks de hulp moet men vrezen dat de verhouding tussen de VN-troepen en de meeste Somaliërs grondig is bedorven. De VN lijken in een moeras te zijn terecht gekomen.

In het voormalig Joegoslavië hebben de VN de internationale gemeenschap niet kunnen bewegen beslissend in te grijpen. Ongeveer alle principes waar de VN voor staan, worden met voeten getreden zonder dat er iets van betekenis tegen wordt gedaan.

Uit dit alles valt op te maken dat de VN in de euforie na de ineenstorting van het communisme teveel hooi op de vork hebben genomen. Begin 1992 waren in de hele wereld ongeveer 10.000 militairen betrokken bij VN-operaties. Nu is dat getal bijna 90.000. De VN dreigen te bezwijken onder de financiële last die dat men zich mee brengt. Dat komt doordat ze zich in toenemende mate bezig houden met de interne aangelegenheden van landen zoals Cambodja, Angola, Somalië en Bosnië. Het risico is groot dat de VN daar deel worden van het probleem.

In een aantal gevallen hebben de VN de grens tussen peace keeping en peace enforcing overschreden, zoals in Irak. Het is duidelijk dat zonder de vastberaden leiding van de supermacht Amerika het afdwingen van vrede een illusie is. Maar de Verenigde Staten zijn daartoe alleen bereid wanneer de eigen belangen op het spel staan. De VN zijn daardoor afhankelijk geworden van nationale belangen.

De VN kampen bovendien steeds meer met praktische problemen. Er is geen adequate militaire staf die operationele afwegingen voor de Secretaris-Generaal kan maken en plannen voor VN-operaties. Die problemen worden verder nog vergroot door de kwalitatieve verschillen tussen de militaire bijdragen van de diverse landen. Er bestaan grote verschillen in geoefendheid, organisatie, bewapening, uitrusting, logistiek en bovenal operationele gereedheid. Dat laatste betekent dat het lang kan duren voordat landen toegezegde militaire hulp feitelijk beschikbaar stellen. Daardoor duurt het ook lang voordat een politieke beslissing van de VN in militaire actie wordt omgezet. Het ontbreekt de VN aan een snel inzetbaar leger.

Tenslotte kennen de VN langdurige operaties zoals in Cyprus en in Libanon. Deze operaties voorkomen weliswaar gewapende conflicten tussen de partijen in kwestie, maar zij bieden die partijen ook de gelegenheid om moeilijke beslissingen en oplossingen op de lange baan te schuiven. Daardoor kunnen schaarse militaire middelen niet elders (b.v. in Angola) worden ingezet.

Dit is lang geen volledige opsomming van alle problemen en beperkingen waaraan de VN zijn onderworpen, maar toereikend om de beperkte mogelijkheden van de VN aan te tonen. De VN kunnen zeer wel een nuttige rol spelen, maar ze kunnen niet alle problemen oplossen en alle misstanden rechtzetten. Te veel hooi op de vork werkt averechts; te veel mislukkingen tasten de geloofwaardigheid aan. Zorgvuldiger politieke en militaire analyses zijn nodig voordat de VN-troepen in actie komen. Daartoe moet de Secretaris-Generaal over de nodige middelen beschikken. Zonder die middelen wordt zijn positie tegenover de leden van de Veiligheidsraad niet versterkt.