Uitverkochte zalen bezorgden veel onervaren festivalgangers de "coolbox blues'; Record aantal bezoekers van North Sea Jazz

Slotdagen van het North Sea Jazz Festival met o.a. Jackie McLean, Wynton Marsalis, Dr. John, Chaka Khan, Stephane Grappelli en het Rosenberg Trio. Gehoord: 10 en 11/7 Congresgebouw, Den Haag.

Voor iemand die naarstig verkering zoekt is het North Sea Jazz Festival bijna het einde. Het gamma aan potentiële partners is er ongekend breed, het barst er van de kansen om tegen iemand op te botsen, en ook een goede smoes ligt er zeer voor hand. “Zou ik uw visstoel even mogen lenen, volgens mij kleurt-ie goed bij mijn legging,” is er zo een. De aangesprokene voelt zich schuldig dat hij een stoel van de zaak heeft bemachtigd en zal zijn reserve-geraamte liefdevol met canvas draperen. De basis voor een goed gesprek is daarmee gelegd. Een nieuwe klonk zaterdag in de grote Jan Steenzaal: “God, wat een ééénige koelbox heb jij daar bij je!” Het leek een grap, maar dat was het natuurlijk niet.

Zo'n kunststof box kan niet alleen een heleboel eetbaars bevatten (dus eindeloos in de rij staan voor de eet- en drinktent is niet meer nodig) maar kan, leeg of gevuld, daarnaast uitstekend als zetel dienen. Voor uitgedeelde folders en gekochte cd's tenslotte is er in zo'n prachtbox voldoende plaats. Wie zou op de bezitter van zo'n multifunctioneel voorwerp, een mens is tenslotte maar een mens, niet spontaan verliefd worden?

Veel niet zo doorgewinterde North Sea-gangers kregen dit jaar de kous op de kop, dan wel alsnog de "coolbox blues'. Van hen die op de gok naar Den Haag gingen kon er een aantal geen kaartje meer kopen, en als het - regulier of op de zwarte markt - alsnog lukte, was er vervolgens heel veel niet te zien. Zangeres Gabrielle Goodman en de vocal groep Zap Mama bijvoorbeeld waren onbereikbaar, tenzij men een uur tevoren voor de deur was gaan liggen. Hetzelfde gold voor de Fra Fra Big Band en Sunchild in de Mondriaan-zaal, twee Nederlandse bands nota bene. Ook bij de maar uit één tenor bestaande, maar naar verluidt daarom dubbel zo hard spelende "Tough Tenors' band van Hans Dulfer, dagelijks op tournee van Schiermonnikoog tot het Drielandenpunt, was het een heel uur lang onaangenaam vol. Waren het allemaal onnozele toeristen, of is ook voor Hollanders op het North Sea alles aantrekkelijk, wat elders maar zozo, ach, ach of zelfs maar nou, nou lijkt?

Men moet het aannemen, gezien het slot-persbericht van de organisatie dat meldt dat het festival opnieuw alle records heeft gebroken. Drie dagen uitverkocht, bijna 70.000 bezoekers. Vooral in de Statenhal natuurlijk, met op de laatste dag onder andere Blood, Sweat & Tears en Chaka Khan. De eerste groep speelt een stuitend onnozele potpourri van oude successen, met af en toe een stukje "jes' in de vorm van kromme solo's op trompet of sax. Het publiek lijk het geen bal te kunnen schelen en sleept zich een ongeluk aan rekjes met pils. Het is mooi weer, een enorme lekkerbek op de binnenplaats glijdt met dat bier heel soepel naar binnen. Zangeres Chaka Khan is wat meer bij de tijd, een stukje funk, een beetje soft soul, dat willen de mensen vandaag de dag. En Summertime kan altijd want het is tenslotte elk jaar weer zomer. “And the living is easy” op North Sea, waar behalve cd's, boeken, posters en instrumenten dit jaar ook encyclopedieën, petten, stropdassen en bretellen te koop zijn.

Het Wynton Marsalis septet brengt jazz-muziek zoals het eigenlijk hoort: uitgewogen, geen enkele noot vals en bijna net zo goed als die van de inspirators: Duke Ellington en Charles Mingus deze keer. Dat de leider pas in de toegift echt uitpakt met alle NOS-lichten op zijn facie gericht geeft even te denken: zou het toch gaan om persoonlijke roem? Dat Marsalis in dit solo-stuk een merkwaardig vibrato uit zijn trompet tovert, neemt echter alle twijfel weg. Wie met zijn toon zo gevoelig kan trillen, moet wel echt houden van de oude helden met gebits-prothesen.

Wat was er verder nog voor aardigs te zien? Het sextet van altist Jackie McLean dat verrastte met heel degelijke arrangementen. Dat papa McLean te laag intoneert weet inmiddels iedereen, het past bij hem, het is traditie. Dat zoon René soms ook de altsax pakt, is minder o.k.: vals spelen moet niet erfelijk worden.

En dan Dr. John, met zijn karakteristieke baret, die zijn uit '68 daterende hit Walk on gilded splinters nog eens oppoetst. Het is heel amusant, zeker als baritonsaxofonist Ronnie Cuber zich er bijvoegt voor een knorrende solo met, net als in de rest van het uitgerekte stuk, een flinke smak echo er achteraan. En om 1 uur in de ochtend, de plastic bekertjes krakend als vanouds, de broodjes haring gedevalueerd naar één gulden, drie voor een rijskdaalder, kondigt violist Stephane Grappelli, 84 jaar oud, zijn speciale gasten aan: het Rosenberg Trio, fris sprankelend, zo uit het Brabantse Nuenen. En opnieuw klinkt, net als donderdag bij de opening, Sweet Georgia Brown. Een stuk van zestig jaar oud en nog altijd levend. Het North Sea Festival zal dus ook zijn 19de wel halen. Op 8, 9 en 10 juli 1994 om precies te zijn.