Ter Veld over WAO: bijverzekeren hoeft niet voor helft werknemers

DEN HAAG, 12 JULI. De helft van de werknemers is oververzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Zij hebben zich tegen het zogenoemde WAO-gat bijverzekerd zonder dat dit nodig was. Dat zei oud-staatssecretaris Ter Veld van sociale zaken gisteren op de NOS-radio.

Een woordvoerder van de FNV noemde de opmerkingen van Ter Veld in een reactie vanochtend “onbegrijpelijk, om het nog mild te zeggen”. Ter Veld, die als staatssecretaris de nieuwe WAO-wetgeving heeft voorbereid, verweet de vakbonden een “overreactie”. De vakbonden hebben zoveel mogelijk geprobeerd via CAO's collectieve, aanvullende verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid af te spreken. De oud-bewindsvrouw herinnerde eraan dat dit voor werknemers met een laag inkomen helemaal niet nodig was, omdat de nieuwe WAO hen net zo goed beschermt tegen inkomensachteruitgang als de oude. Het gevolg is, aldus Ter Veld, dat bijvoorbeeld in de CAO voor de schoonmaakbranche “iedereen, ook mensen met een laag inkomen, meebetaalt aan de aanvullende verzekering, terwijl maar zeer weinig mensen er iets aan hebben”.

Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) wees er al eerder op dat bijverzekeren tegen arbeidsongeschiktheid lang niet voor iedereen zinvol is. Bijvoorbeeld niet voor ouderen, omdat zij op grond van hun leeftijd al een zodanige WAO-uitkering hebben opgebouwd dat een aanvullende verzekering niet de moeite waard is. Althans: de premies zijn in verhouding tot een eventuele uitkering veel te hoog. Ter Veld noemde gisteren in dit verband werknemers van 45 jaar en ouder. Deze groep kan volgens de ex-staatssecretaris beter zelf voor aanvullende financiële voorzieningen sparen.

Een woordvoerder van de FNV wees er vanochtend op dat de vakbonden ernaar hebben gestreefd dat iedereen procentueel zoveel mogelijk een gelijke premie betaalt voor de aanvullende verzekering, ongeacht het individuele risico, en dat daarbij sprake is van “solidariteit”. Hij erkende dat als gevolg daarvan 55-plussers oververzekerd zijn. “Maar dat komt door de merkwaardige situatie waarin we terecht kwamen doordat de WAO werd veranderd.” Op den duur, doordat er steeds weer nieuwe, jonge werknemers bijkomen, betaalt iedereen in een bedrijfstak een premie die is afgestemd op zijn loopbaan. De FNV-woordvoerder wees erop dat individuele, niet-collectieve verzekeringen tot enorme verschillen in de premies zouden leiden, afhankelijk van de leeftijd en het beroep.

Werknemers in diverse sectoren, zoals de bouw, zullen deze maand op hun loonstrook merken dat zij een premie moeten betalen voor het bijverzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. De FNV verwacht niet dat CAO's moeten worden opengebroken nu alle verzekerden straks bovendien een solidariteitspremie zullen betalen aan een waarborgfonds voor chronisch zieken. De nieuwe staatssecretaris, Wallage, kwam deze regeling vorige week met de verzekeraars overeen. De CAO's bevatten geen exacte premiepercentages. Met hoeveel de premies nu omhoog moeten, is nog onduidelijk. Dat blijft voorlopig ook zo, omdat pas na 1 oktober bekend is hoeveel chronisch zieke werknemers zich voor het waarborgfonds hebben gemeld. De FNV verwacht daarom dat pas bij de volgende CAO-besprekingen feitelijk sprake zal zijn van bijstelling van de premies.