"Sushi-akkoord' tussen Japan en VS vol dubbelzinnigheden

TOKIO, 12 JULI. Zal de Amerikaanse president Clinton slagen waar zijn voorganger Bush faalde? Zal het "sushi-akkoord' dat hij vrijdagavond met premier Miyazawa sloot in een Japans restaurant in Tokio, de resultaten opleveren die het vorige niet gaf? De afgelopen bilaterale handelsronde tussen Japan en de Verenigde Staten over de zogeheten "structurele belemmeringen' viel samen met een explosieve stijging van het Japanse handelsoverschot.

Nergens in het nieuwe akkoord staat, zoals de Amerikanen wel steeds eisten, dat Japan zijn overschot moet halveren tot anderhalf procent van zijn bruto binnenlandse produkt. Nergens staat dat het zijn invoer van industriële produkten met een derde moet opvoeren. Er staat in dat het overschot “op de middellange termijn een zeer significante vermindering” moet laten zien en dat Japan zijn invoer van “goederen en diensten, inclusief uit de Verenigde Staten” significant zal opvoeren.

Zaterdag stuurden Amerikaanse regeringsfuctionarissen in Tokio prompt de boodschap de wereld in dat de clausule wel die kwantitatieve betekenis had, en dat werd prompt door Japanse regeringsfuctionarissen tegengesproken onder verwijzing naar de letterlijke tekst.

De Amerikanen ontkenden zaterdag bikkelhard dat ze aanstuurden op numerieke streefdoelen (targets) voor Amerikaanse marktaandelen op specifieke Japanse markten, ten einde zo hun doel te bereiken. “Wij hebben nooit, in deze onderhandelingen (uitmondend in het akkoord van zaterdag, red.), gezegd of gevraagd om numerieke streefdoelen”, zei een Amerikaanse onderhandelaar tegen de Japanse krant Yomiuri Shimbun. “Waar we om vroegen, en wat we met deze overeenkomst hebben gekregen, is een wederzijds overeengekomen serie objectieve criteria, kwalitatief en kwantitatief, die zouden worden gebruikt om de vooruitgang te meten in de toegang tot de (Japanse) markt”. Op hun beurt legden weer de Japanse functionarissen uit dat de criteria “indicatoren” zijn, en geen belofte voor garanties op toekomstige marktaandelen. Die dubbelzinnigheid belooft nog spektakel.

Te meer spektakel omdat beide landen hebben afgesproken dat hun regeringsleiders elkaar twee keer per jaar zullen ontmoeten om de bereikte resultaten te evalueren. President Jeltsin van Rusland gaf zaterdag, na afloop van zijn onderhandelingen met president Clinton, al een voorproefje hoe dat straks waarschijnlijk in verhevigde mate zal gaan. Daar werd een lijst van 25 punten doorgenomen en het was, aldus Jeltsin, “als op school waar je antwoord moet geven op vragen”.

Daarbij heeft Japan zaterdag op een vitaal onderdeel niet zijn zin gekregen. De Japanse eis dat de Amerikanen geen sancties mogen treffen als de resultaten hun straks misschien tegenvallen, is niet ingewilligd door Amerika. In aparte, geheime "sub'akkoorden, staat dat Amerika zijn handelswet uit 1988 met de beruchte Super 301-clausule van toepassing mag verklaren op de bereikte handelsresultaten. Dat is een sterk wapen, sterker nog: een afschrikkingswapen met "nucleaire' proporties, zo zeiden Japanse regeringsfunctionarissen.

Wat het zaterdag gesloten akkoord, dat eigenlijk vooral voorziet in nieuwe, concrete procedure-afspraken met sector voor sector en produkt voor produkt ondubbelzinnige tijdschema's, straks nog opleveren gaat, moet worden afgewacht. De dubbelzinnigheid van de criteria kan opzet zijn geweest van de Amerikanen. Tenslotte is deze Amerikaanse tactiek in de afgelopen jaren gevolgd bij het chip-akoord, waarbij de Amerikanen steeds hebben geroepen dat het afgesproken marktaandeel van 20 procent in Japan een toezegging, een belofte was, en geen vrijblijvend streven, zoals Japan steeds heeft volgehouden. En volgens de meeste recente cijfers is dat al of niet afgesproken marktaandeel al feitelijk overtroffen. Maar het verschil met het chip-akkoord is dat in het "sushi-akkoord' geen enkel cijfer wordt genoemd.