Sultanov raast als een bezetene over het ivoor

Concert: Alexei Sultanov (piano). Programma: werken van Ludwig van Beethoven, Frédéric Chopin, Alexander Skrjabin en Sergej Rachmaninoff. Gehoord: 10/7, Concertgebouw, Amsterdam. Radio-uitzending: 22 en 26/8 op Radio 4.

Er zijn pianisten die in de eerste maten van een recital een muzikale vingerafdruk afgeven. De Russische pianist Alexei Sultanov is een van hen. Hij won in 1989 op jonge leeftijd de Amerikaanse Van Cliburn International Piano Competition en toonde zich destijds een representant van de Russische pianoschool, waarin een geharnaste techniek, een romantische toon en weelderig pedaalgebruik de sleutelwoorden zijn. Je houdt er van of niet, maar de manier waarop Sultanov zaterdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw Beethovens Sonate Appassionata opus 57 te lijf ging, voorspelde weinig goeds.

Voor Sultanov is het leven één grote etude. Hij wekt de indruk alsof pianospelen voor hem slechts interessant is als hij zijn vingers als een bezetene over het ivoor kan laten razen. Sultanov heeft een harde, vale toon en zijn spel ontbeert elk gevoel voor dynamische detaillering. Onder zijn handen klinkt muziek erg hard of een beetje zacht. In de ingetogen passages leek Sultanov steevast op een renpaard dat met moeite in de teugel wordt gehouden.

Al in de grof gespeelde Beethoven-sonate kwamen Sultanovs muzikale tekortkomingen naar voren. Het langzame middendeel miste elke intimiteit en de akkoorden van het Presto in het laatste deel werden in vliegende vaart uit het klavier geranseld. Ook de prachtige Vierde Ballade en het Derde Scherzo van Chopin moesten het ontgelden. Verfijning en afwerking ontbraken volledig. Van een logische spanningsopbouw of uitgekiende contrasten tussen de verschillende onderdelen was geen sprake.

Het licht in de Grote Zaal was op Sultanovs verzoek zover getemperd dat alleen de solist in een kleine lichtkring zichtbaar was. In deze ietwat theatrale ambiance zette de pianist zich na de pauze aan de Vijfde sonate van Skrjabin en de Tweede sonate van Rachmaninoff, werken die bij uitstek geschikt zijn als uitstalkast van technische virtuositeit. Maar Sultanov speelde alsof er onder de oppervlakte van snelle noten en akkoorden slechts een vacuüm zou bestaan. De motorische stuiptrekkingen waarin hij de Rachmaninoff-sonate liet eindigen, hadden met muziek bitter weinig meer te maken.