Sefton

Sefton is dood. Sefton is een paard, maar het bericht dat hij is afgemaakt heeft alle Britse kranten gehaald en moet miljoenen in de rest van de wereld ontroeren. De wortelen, de suikerklontjes, de gebreide dekjes, de medicijnen, de hartewensen, de ansichtkaarten en de gebeden waren immers allemaal voor Sefton, en niet voor de vier menselijke slachtoffers en zeven dode paarden die nu precies elf jaar geleden in Hyde Park in een gruwelijk bloedbad door een IRA-bom werden opgeblazen.

Het feestelijk vertoon van de Household Cavalry in optocht op weg naar Buckingham Palace, rood en goud schitterend in de zon, is sinds die fatale 20ste juli 1982 nooit meer helemaal zo onbevangen, zo alleen maar trots geweest. De voorste en de achterste militaire ruiter dragen radioapparatuur met zich mee, in een aan de uitrusting toegevoegd stoffen zakje en politiemensen met argwanende ogen vegen voor en achter de route schoon, voorbereid op terroristen.

Op de een of andere manier transformeerde het afgrijzen van de beelden van de stoffelijke overschotten van vier cavaleristen, het bloed en de dode lijven van zeven paarden zich elf jaar geleden in massale verontwaardiging over het lot van de stomme beesten - “die er al helemaal niets aan kunnen doen”. Achteraf kun je je afvragen hoe de familie van de overleden militairen die massale sympathie voor vooral Sefton heeft ervaren. Hij werd “het dapperste paard van het land” genoemd: bomscherven van de spijkerbom hadden hem 38 verwondingen toegebracht, waaronder een gedeeltelijk doorgesneden slagader in de nek. Een militaire dierenarts, Majoor Noel Carding, had anderhalf uur nodig om het bloeden te stelpen. Sefton had volgens hem de volle kracht van de explosie opgevangen.

Foto's van Sefton in zijn stal, herstellend van zijn pijnlijke verwondingen en van de schok van de bom, brachten een stroom van cadeaus uit de hele wereld op gang. Twee maanden na de aanslag verscheen hij voor het eerst weer in het openbaar, op de Horse of the Year Show, samen met het politiepaard Echo, dat eveneens gewond was geraakt bij de aanslag. In het Lagerhuis werd het voorstel gedaan de twee te onderscheiden met een medaille.

Sefton werd in de jaren daarna het object van een staatsieportret (nu in de Cavalry Club) en van twee boeken over zijn leven: Sefton, de geschiedenis van een cavaleriepaard en Sefton - een paard voor elk jaar. Uit erkenning voor zijn uitzonderlijke verdiensten mocht hij voortaan - een twijfelachtige eer - voorop lopen in parades. In juni 1984 nam hij officieel afscheid van die ereplaats tijdens de jaarlijkse parade ter ere van de verjaardag van koningin Elizabeth II, de Trooping the Colour. De ruin had er toen 15 dienstjaren opzitten. Bij zijn afscheid speelde de kapel van de Blues and Royals Auld Lang Syne en Black Horse terwijl het paard in zijn box afgemarcheerd werd uit de kazerne aan de rand van Hyde Park.

Een woordvoerder van de Household Cavalry noemde Sefton gisteren “een paard dat wij ons altijd zullen herinneren om zijn grote moed en zijn karakter”. Seftons berijder tijdens de aanslag, nu sergeant Michael Pederson, moest het nieuws van Seftons overlijden in Duitsland vernemen. Hij was verpletterd en sprak van “een persoonlijk verlies”. Het rusthuis voor paarden waar Sefton zijn laatste jaren sleet voorziet een nieuwe stroom van ansichtkaarten en condoléancebetuigingen. Vorige week nog kwam een mevrouw uit Canada hem speciaal bezoeken. “Hij was the bravest of the brave”, dweept directrice Renee Burton van het paardenrustoord. “Paarden zijn net als mensen: er zijn lafaards en er zijn helden. Sefton was erg kreupel geworden, maar er kwam geen klacht over zijn lippen.”