Oost-Europabank in opspraak door Duitse directeur

ROTTERDAM, 12 JULI. De Duitse autoriteiten onderzoeken het functioneren van één van de vice-presidenten bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD), de Duitser Manfred Abelein. De Oost-Europabank heeft vanmorgen bevestigd dat "van de Duitse zijde' een onderzoek naar Abelein loopt.

In het Duitse weekblad Der Spiegel wordt Abelein ervan beschuldigd tijdens zijn dienstverband bij de bank enorme vergoedingen te hebben gencasseerd voor advieswerk bij een Oostduitse onderneming. Formeel mag een functionaris bij de EBRD geen nevenfuncties uitoefenen. De Duitser is sinds april 1991 bij de bank in dienst. Op het kantoor van Abelein in Londen wilden aanwezigen vanmorgen geen commentaar geven.

De Duitse bondskanselier, Helmut Kohl, en minister Theo Waigel (financiën) zouden volgens het weekblad willen dat Abelein de bank verlaat. Zij zouden hun besluit om Abelein terug te roepen hebben genomen tijdens hun verblijf in Tokyo, waar zij vorige week deelnamen aan het G-7-overleg. De Oost-Europabank zei vanmorgen “niet te hebben gehoord dat Abelein opstapt”.

De CDU-er Abelein, partijgenoot van Kohl, verleende het afgelopen jaar juridische adviezen aan de autoproducent Zwickenauer Sachsenring Automobilwerken. Vóór zijn aanstelling bij de EBRD had Abelein zitting in de raad van commissarissen van deze onderneming.

Bij zijn toetreding tot de EBRD heeft Abelein zijn officiële functie bij de autofabrikant opgegeven, maar bleef hij samen met een zakenvriend de onderneming van advies dienen. Gezamenlijk eisten de twee hiervoor een honorarium van meer dan 6,5 miljoen mark. Nadat een juridisch onderzoek van de Treuhand Anstalt had uitgewezen dat de declaraties niet juist waren, hebben beiden meer dan twee miljoen mark terugbetaald.

De EBRD slaagt er maar niet in buiten de negatieve publiciteit te blijven. Sinds april van dit jaar ligt de bank voortdurend onder vuur van allerhande critici en media. Vooral haar president, Jacques Attali, heeft het daarbij moeten ontgelden, onder meer wegens diens exorbitante bestedingspatroon. Op 25 juni schreef Attali zijn ontslagbrief.