Notities

1. Een man stapt in de Leidsestraat op lijn 2. Hij ontdekt dat iemand een opgerolde krant heeft laten liggen. In die krant het mapje van een reisbureau, in dat mapje tickets voor een treinreis naar de andere kant van Europa en een voucher voor twee overnachtingen aldaar.

2. Een zeldzame kans om andermans reis te maken en te zien wat het lot hem brengen zal. Alleen bij het idee al raakt de man een beetje losgeslagen. Hij maakt zich vrij en gaat.

3. Hoe het is om in de trein te zitten en niet helemaal jezelf te zijn.

4. In het station van de zuidelijke stad M., overstappend van de ene expres op de andere, hangt de man zijn regenjas over zijn arm. Een jonge vrouw trapt per ongeluk op de slepende ceintuur. Ze barsten wederzijds in lachen uit. Ook wederzijds: trek in een kop koffie en een kleinigheid te eten.

5. Zo jong, zo mooi, zo zelfbewust. Voor mij, denkt hij, voor mij? Hij voelt zich door het stralen van haar irissen omhelsd. Hij is in vorm. Hij is nu helemaal zichzelf niet meer.

6. Dan kijkt hij op de klok. Hij schrikt. Hij raadpleegt de gegevens voor andermans reis.

7. Zijn pas is energiek. Ze kijkt mij na, denkt hij. Ze heeft haar hand nog even op zijn arm gelegd.

8. De rest van die reis in één alinea.