Nederland geen uitje meer voor de grote cricketnaties

HAARLEM, 12 JULI. Ruim tien jaar geleden werd David Trist nog uitgelachen toen hij in Nieuw-Zeeland vertelde dat hij in Nederland cricketcoach zou worden. Inmiddels weten de grote cricketlanden beter, zei Trist zaterdagmiddag in Haarlem, waar Nederland een verrassende overwinning boekte op Engeland.

Zelf kon de begeleider van het Nederlands elftal de stunt maar ten dele meemaken. Halverwege de wedstrijd pakte de cricketcoach zijn koffers omdat hij zich vandaag moest melden bij de Nieuwzeelandse cricketbond ter voorbereiding van het nieuwe seizoen op het zuidelijk halfrond.

Trist is niet verbaasd over de speldeprikken die Nederland met steeds grotere regelmaat uitdeelt aan landen als Engeland, West-Indië en Nieuw-Zeeland. De regerende cricketnaties hebben weliswaar nog geen slapeloze nachten voor een tweedaags bezoek aan Nederland, de wedstrijden worden inmiddels wel serieus genomen. “Een paar jaar geleden kwamen die buitenlandse teams vooral naar Nederland om een avondje plezier te maken in Amsterdam”, zegt Trist. “Die Engelsen wilden hier in Haarlem met een zo groot mogelijk verschil winnen.”

Nederland bereidt zich voor op het ICC-toernooi, het wereldkampioenschap voor B-landen dat begin volgend jaar in Kenia wordt gehouden. De kans is groot dat het Nederlands elftal zich daarvoor kwalificeert, weet Trist. Bij de vorige twee ICC-toernooien eindigde Nederland tweede, beide keren na een finale tegen Zimbabwe. Toen werd alleen de winnaar van het evenement toegelaten tot het toernooi om de Worldcup. Dit keer kan Zimbabwe Nederland niet dwarsliggen, omdat het tot A-land is gepromoveerd. Bovendien zijn de eerste drie ploegen zeker van deelname aan het wereldtoernooi.

Nederland hoeft zich geen illusies te maken over een belangrijke rol tijdens het hoofdtoernooi, zegt David Trist. “Maar het gaat erom dat wij langzamerhand steeds meer worden geaccepteerd als een cricketland dat meetelt. Kijk maar naar spelers als Van Troost en Lefebvre die in de hoogste Engelse cricketcompetitie spelen. Er zullen er de komende jaren meer volgen.”

Afgezien van de sportieve eer die Nederland zoekt bij een debuut op het Worldcup-toernooi, zijn ook de financiële belangen groot. Nederland ontvangt bij kwalificatie van de International Cricket Conference (ICC) een bedrag van een kleine vier ton, een immens bedrag voor een sportbond met zo'n 4.000 leden.

Dat geld zal de Nederlandse cricketbond (KNCB) voor een deel gebruiken om tours te organiseren naar de gerenommeerde landen, voor buitenlandse stages van Nederlandse topcricketers en voor de opleiding van Nederlandse coaches. Trist: “Nu hebben alle topclubs een buitenlandse speler/coach. Ik hoop dat dat werk binnen een aantal jaren door Nederlanders kan worden gedaan.”

Het respect dat het Nederlands elftal de laatste jaren in het buitenland heeft gewonnen, wordt mogelijk volgend jaar al vertaald in deelname aan een van de bekercompetities in Engeland. De Engelse bondscoach Keith Fletcher heeft zich daar al sterk voor gemaakt, maar hij liet zaterdag in Haarlem blijken weinig sportieve wonderen te verwachten van het Nederlands elftal. “Nederland zal dan in Engeland moeten komen spelen, op graspitches. De matten die in Nederland worden gebruikt zijn eigenlijk te gevaarlijk voor de bowlers.” En op echt Engels gras vergelijkt Fletcher de sterkte van Nederland met die van een 'minor county', de tweede divisie.

De KNCB heeft al enkele jaren plannen om in Amstelveen of in Rotterdam een graspitch aan te leggen, vooralsnog alleen om op te kunnen trainen en de grote cricketlanden een betere ontvangst te kunnen bieden. De ontwikkelingskosten van één graspitch worden geschat op bijna een half miljoen gulden. Volgens bondscoach David Trist zal pas dan de laatste scepsis over het lage-landencricket worden weggenomen. “We hebben de laatste jaren heel langzaam een naam gekregen als cricketnatie. Die ontwikkeling gaat gepaard met veel teleurstellingen, maar er zit een stijgende lijn in. Eerst vroeg men ons of we inderdaad cricket speelden, nu weten ze in Engeland dat ze niet meer elk willekeurig team op ons kunnen afsturen.”

Dat bleek zaterdag tijdens de tweede ontmoeting met Engeland in de Tweede Haarlemse Cricketweek. Het Engelse team, waarin vijf spelers met Testmatch-ervaring waren opgesteld, kwam in 55 overs niet verder dan 188 voor 7, met name dankzij het bowlen van Huib Visée (2 voor 18 in 11 overs), Floris Jansen (2 voor 34) en Roland Lefebvre. Nederland passeerde het totaal in de laatste over, voor het verlies van drie wickets. De runs waren van overwegend buitenlandse komaf: de Australiër Peter Cantrell scoorde 64 runs voor Nederland, Roger Bradley, Nieuwzeelander van geboorte, 88 not out.