Mogelijkheden voor opvang zijn opnieuw uitgeput

ROTTERDAM, 12 JULI. Het doet denken aan de rij illegalen voor het bevolkingsregister van Amsterdam, na de Bijlmerramp in oktober 1992. Opnieuw tonen de media beelden van een groep buitenlanders die Nederland binnen wil. En opnieuw is de impliciete boodschap dat er meer zijn dan Nederland kan herbergen.

Naar schatting 320 vluchtelingen hebben gedurende de "vluchtelingenstop' die de Centrale Opvang Asielzoekers (COA) van woensdag tot zaterdag in acht nam, in noodvoorzieningen moeten slapen: kampeerbussen, tenten, en zelfs in maisveldjes. Donderdag smeekte minister d'Ancona de gemeenten noodmaatregelen te treffen voor de gestrande asielzoekers. Het Tweede-Kamerlid A. Apostoulou (PvdA) heeft zich bezorgd getoond over de boodschap die de kampeerbussen en de tentenkampen overbrengen. “Het gevaar bestaat dat de mensen denken dat Nederland vol is.”

Het aantal asielaanvragen is dit jaar gestegen. In 1992 ging het om 20.346 vluchtelingen, het jaar ervoor om 21.615. Dit jaar zijn in de eerste zes maanden 13.420 vreemdelingen aan de Nederlandse grens gekomen, reden voor Justitie om te veronderstellen dat dit jaar in totaal tussen de 27.000 en 30.000 asielzoekers zullen komen. Er zijn momenteel zo'n 21.500 mensen in Nederland die in een of andere fase van de asielprocedure zitten.

De opvang van asielzoekers kent drie fasen: wie in Nederland asiel aanvraagt en niet kansloos wordt geacht, komt in een opvangcentrum (OC), waarvan er acht zijn. Zij blijven daar de dertig dagen die het justitieel onderzoek duurt, plus de ongeveer twee maanden die een eventuele herziening van de negatieve beslissing vergt. Wie een positieve beschikking krijgt, verhuist naar een asielzoekerscentrum (AZC, daarvan zijn er 24). De overheid streeft ernaar mensen niet langer dan een half jaar in een AZC te houden. Wie dan nog "in de procedure' zit, moet doorstromen naar een asielzoekerswoning in een willekeurige gemeente (met een capaciteit van 25.900 plaatsen). Wie een verblijfsvergunning of een A-status krijgt, moet terecht kunnen op de reguliere woningmarkt.

Elk van deze plaatsen is inmiddels verstopt geraakt. Een woordvoerder van de COA spreekt van "pure overmacht'. De capaciteit van de centra is tot het uiterste opgerekt: de 3.000 plaatsen in opvangcentra worden gedeeld door 3.200 mensen. In de AZC's en opvangcentra voor ex-Joegoslaven wonen 11.000 mensen.

De bottleneck van de huisvesting van asielzoekers zit 'm volgens een woordvoerder van WVC in de onmogelijkheid 10.000 verblijfsgerechtigden door te laten stromen naar de reguliere woningmarkt. Drieduizend van hen verblijven nog in asielzoekerscentra, 9.000 in asielzoekerswoningen in het hele land.

G. Mielaard, beleidsmedewerker huisvesting van de VNG, spreekt zijn verbazing uit over de opmerking van de COA dat men zich overvallen voelt door de onverwachte toevloed van asielzoekers. Volgens Mielaard is al jaren bekend dat de toestroom van asielzoekers in de zomermaanden extra groot is. Ook weet volgens hem iedereen dat in de zomer een groot deel van de noodopvang verdwijnt wegens de toeristische bestemming die ze hebben.

Pag 3: Cijfers te laag door politieke motieven

De onderschatting van de aantallen vluchtelingen en asielzoekers, is volgens de VNG vooral door politieke motieven is ingegeven. Medewerker huisvesting Mielaard: “Bij Justitie bestond financiële ruimte voor 20.000 aanvragen. Wij hebben altijd gezegd dat die raming veel hoger gesteld moest worden. Er is in onze ogen altijd een groot risico genomen met de raming van slechts 20.000.” Hij noemt de prognoses van Justitie en WVC "wishfull-thinking'. “Het zijn vooral politieke prognoses.” Waarmee hij de schuld voor het acute probleem bij de overheid legt.

“Het is niemands schuld”, werpt de woordvoerder van WVC tegen. Zij spreekt van een onvoorzien probleem. “De minister heeft het pertinent niet onderschat.” Dat er nu toch een noodsituatie is ontstaan in de opvang, verklaart zij uit de versnelde afhandeling van de asielaanvragen, die justitie vorig jaar heeft ingevoerd. Daarnaast wijst zij op de ex-Joegoslaven die niet langer in een tijdelijke regeling van opvang vallen. Van deze 13.500 mensen wordt sinds april bekeken welke status zij moeten krijgen.

De gemeenten hebben zich in maart verplicht tot een inspanning om binnen een jaar dertigduizend verblijfsgerechtigden onderdak te bieden. Volgens een woordvoerder van WVC is met die toezegging het probleem niet meteen opgelost: “Je moet onderhandelen, dan moet de uitwerking nog beginnen en dan ben je al een hele tijd verder.”

Dat neemt niet weg dat de gemeenten zich wel degelijk inspannen. Littenseradiel, gemeente Wommels, (Friesland) zit wat betreft asielzoekers aan zijn taks. De dertien verblijfsgerechtigden die zouden moeten worden gehuisvest zijn binnen. “Veel meer kunnen er niet bij”, aldus de gemeentevoorlichter. Twee gezinnen uit Joegoslavië zijn momenteel tijdelijk bij particulieren ondergebracht. Wanneer weer woningen vrijkomen zullen ze verhuizen. “Misschien dat dat binnen twee weken gebeurt, maar misschien duurt het nog een maand.”