Moeder der Muzen

"Memory is the mother of the muses': in the Late Show praat Michael Ignatieff met de dichter Toni Harrison over diens eerder op de avond getoonde film Black daisies for the bride. Bijna te mooi: verpleegkundigen die spreken op rijm, bruiden die door lange gangen schrijden en zingen met een kinderstem, sneeuw verandert in confetti. De show werd gestolen door een paar vrouwen die zichzelf zijn, een "zelf' dat bijna niets meer voorstelt, maar toch. Maria, die zangeres was, treedt nog steeds op, pittig en charmant, maar volstrekte onzin brabbelend. Muriel, als een boeddha in haar stoel, kalend en tandeloos, laat zo nu en dan haar gezicht ontploffen in een "I love you', recht in de camera en Kathleen heeft het druk met iets dat op schoonmaken lijkt.

Het ging over Alzheimer; een ziekte die we allemaal kunnen kennen, hetzij uit onze omgeving, - 2 à 300.000 patiënten in Nederland - hetzij uit documentaires als die van Ireen van Ditzhuizen, Vergeten, een nare geschiedenis. Een ziekte ook die veel schrijvers inspireert, want “de patiënt wordt totaal ontmanteld en dan komen ook de wortels bloot van taal en creativiteit”. Harrison acht zich als dichter verplicht het verhaal te vertellen van hen die daartoe zelf niet in staat zijn en omdat hij er zeker van is dat de vrouwen die hij filmde nog steeds van het leven genieten, vindt hij dat zijn film moet worden gezien als een "celebration of life'. Ignatieff wil daar niet aan; hij zegt dat Harrison zit te fluiten in het donker, - “Je hoopt dat alleen maar!” - en verwijt hem sentimentaliteit: “Zie je dan niet hoe "bloody awful' het allemaal is.” En ook: “Wie geeft je het recht te veronderstellen dat zo iemand blij is dat hij nog leeft!?!” Harrison geeft toe dat hij zelf ook weleens twijfelde: “Je kunt het niet opmaken uit wat ze zeggen maar je voelt het!” En je kunt het weten, van Kathleen bij voorbeeld, door wat hij haar naasten, buiten beeld, over haar laat vertellen: dat ze van koken hield en van bloemen en de kinderen, dat ze piano speelde en graag ging dansen.

Muziek is belangrijk want waar alles geleidelijk aan wegvalt, blijkt dat het lied het langst overleeft, “een kern van ritme en rijm, - de wortels van de poëzie - die onverwoestbaar blijkt.” Heel prachtig wordt dat aangetoond: er komt een grote man met een bont hemd aan en een ukelele een liedje zingen dat ik niet kende maar nog steeds speelt het me door het hoofd. De man blijft bij iedere vrouw in het zaaltje staan, zingt haar dwingend toe en dan zie je haar opkijken met een zweem van herkenning en aarzelend meebewegen. “Jamben, de hartslag, dus het leven!”, volgens Harrison. Kathleen gaat door met "schoonmaken', net alsof zij niets hoort. Maar als de zanger vlak achter haar staat, draait zij zich om en met een brede lach begint ze te dansen, bijna sierlijk opeens en verleidelijk. “Daar rustte dus de zegen der muze op.” Harrison, niet religieus, gelooft dat alleen kunst ons in een staat van genade kan brengen. Verwijst dan naar de Trojaanse vrouwen van Euripides die troost putten uit het feit dat hun lijden in liederen zal worden vastgelegd.

“Maar wat heeft een vrouw die geen woorden meer ter beschikking heeft eraan te weten dat zij voortleeft in een lied?” “Dat weet zij ook niet.” Maar wie er wel iets aan hebben, zegt Harrison, zijn de mensen die bij haar horen, want ook zij zijn een deel van hun leven kwijtgeraakt. Points of View deze week meldde talloze reacties, variërend van “beledigend” tot “ontroerend”; ik zelf vond het een troostrijke film en een gesprek dat ik hopelijk niet gauw vergeten zal.