Leger uiterst ontvereden over toestand in Turkije

ANKARA, 12 JULI. In een atmosfeer van aanhoudende geruchten over een mogelijke militaire staatsgreep heeft de Turkse premier Tansu Çiller de legerstaf gisteren “alle politieke steun” toegezegd bij de bestrijding van de Koerdische rebellie in het oosten en zuidoosten van het land. De eigenaren van de kranten en televisiestations, met uitzondering van de pro-Koerdische dagbladen, werden op het hart gedrukt om de nationale eenheid in de strijd tegen de (Koerdische) terreur te bewaren en de militairen te ondersteunen.

In Ankara circuleren al dagenlang berichten dat de militairen uiterst ontevreden zijn over de politieke en sociale ontwikkelingen in Turkije sinds de dood op 17 april van president Turgut Özal en dat de legerstaf een grotere invloed zou willen hebben. De populaire krant Hürriyet (vrijheid) zette vanmorgen onder de foto van de ontmoeting van Çiller met de legerleiding dan ook de waarschuwing: “Pas op ... mevrouw de premier”.

Met name in de lagere regionen van het leger is de frustratie groot over de al negen jaar durende guerrilla-oorlog in het Koerdische zuidoosten. De algemene opvatting in militaire kringen is dat de guerrilla-oorlog niet valt te stoppen zolang de veiligheidstroepen (hun omvang ter plaatse is inmiddels tot 140.000 opgelopen) binnen de grenzen van de democratie moeten opereren. De chef van de generale staven, generaal Dogan Güres, liet vorige week in een interview weten dat als de strijd in Zuidoost-Turkije de komende winter niet in het voordeel van het leger wordt beslecht, er niets anders overblijft dan de invoering van de staat van beleg, waarna de militairen in feite de dienst uitmaken in Turkije. De gedachte is dat premier Çiller dat probeert te voorkomen door de militairen in Zuidoost-Turkije alle politieke steun toe te zeggen.

De veiligheidstroepen hebben een nieuwe, grootscheepse operatie gelanceerd die tot doel heeft om de Koerdische Arbeiders Partij, de PKK, uit de bergen in Zuidoost-Turkije te bombarderen en de logistieke steun van de guerrilla-strijders te verminderen door de dorpelingen die met de PKK sympatiseren uit hun huizen te verdrijven. In politieke taal heet het dat de bevolking in bepaalde delen van Zuidoost-Turkije wordt geëvacueerd om de slachtoffers onder de burgers tot een minimum te beperken. Er wordt niet uitgesloten dat het leger ook opnieuw tot "grensoverschrijdende actie" zal overgaan, omdat volgens bronnen in de inlichtingendienst de PKK bezig is om zich te hergroeperen in Noord-Irak en net over de grens met Iran.

De Turkse pers stelt vandaag dat de Koerdische bevrijdingsorganisatie op de actieve steun van tenminste 375.000 burgers in de regio kan rekenen, wat neerkomt op eentiende van de bevolking in de tien provincies waar sinds 1987 de noodtoestand geldt. Het aantal guerrillastrijders waarover de PKK beschikt wordt volgens legerbronnen op 5 tot 6.000 in Turkije geschat, 2.500 tot 3.000 in Irak, 500 tot 800 in Iran en 3.000 tot 4.000 in Syrië en in het door Damascus gecontroleerde deel van Libanon.

Om de militairen in Zuidoost-Turkije een extra steuntje in de rug te geven start Ankara een psychologische oorlog onder de Koerdische bevolking. De staatstelevisie, wordt gebruikt voor propagandadoelen, terwijl Çiller tegelijk hoopt op de steun van de kranten en privé-stations. Militaire helikopters zullen vlugschriften in de regio verspreiden, waarin de dorpelingen op het hart wordt gedrukt de PKK niet te ondersteunen en de guerrilla-strijders wordt gevraagd zich over te geven.

De Turkse regering heeft onlangs een beperkte amnestie voor de Koerdische seperatisten afgekondigd, waardoor degenen die zich niet aan gewapende acties schuldig hebben gemaakt naar hun dorpen kunnen terugkeren. Degenen die dat wel hebben gedaan wordt slechts een beperkte straf in het vooruitzicht gesteld. De amnestiemaatregel is uiterst omstreden in het zuidoosten omdat het zuiver tot doel heeft om de PKK te ontmantelen, in plaats van de eisen van de partij, politieke hervormingen voor de Koerden, te erkennen, zo is de redenering.

Premier Çiller brengt vandaag en morgen een bezoek aan de leiders van de oppositiepartijen, waarin ze zal aandringen op politieke samenwerking om de eenheid van Turkije te bewaren. Of al deze maatregelen evenwel voldoende zijn om de groeiende ontevredenheid in legerkringen weg te nemen, wordt in Ankara betwijfeld. Volgens persberichten blijft de kans op een militaire staatsgreep groot, omdat politieke steun voor de operaties in Zuidoost-Turkije in feite minder is dan wat het leger wil: volledig de vrije hand om met de PKK af te rekenen. In elk geval gaat generaal Güres eind volgende maand met pensioen, wat de weg wel eens zou kunnen vrijmaken - zo is de indruk in de media - voor een generaal met een hardere opstelling dan de huidige legerchef.