In de enclave van Fikret Abdic bestaat het aloude Bosnië nog

BIHAC, 12 JULI. Hier bestaat Bosnië nog: bescheiden minaretten op groene heuvelen, vrouwen in wijde broekrokken die op het land werken, moslim-graven met stenen tulband langs de weg, vriendelijke dorpelingen met paard en wagen. Overal elders is Bosnië, een van de weinige moslim-culturen in Europa, verwoest, zijn de bewoners verdreven, of is het in handen van bewapende idioten gevallen. Er is alleen nog deze noordwest-hoek van Bosnië, de enclave rond de stad Bihac. Voorlopig is dit Klein-Bosnië nog ontsnapt aan oorlog en extremisme. Het lijkt een wonder, maar dat is het niet. Het is te danken aan de slimheid en ondernemingszin van lokale moslim-politici.

De Bihac-enclave is het land van Fikret Abdic, directeur van de landbouwindustriële onderneming Agrokomerc, in het presidium van Bosnië-Herzegovina tegenspeler van president Alija Izetbegovic.

Izetbegovic vestigt zijn hoop op een militaire heroveringspolitiek, terwijl Abdic voor zijn enclave streeft naar een goede verstandhouding met de omringende machten, zowel Servische als Kroatische. Izetbegovic en de zijnen leveren slag met het Bosnisch-Kroatische leger HVO, maar in Bihac vechten moslims en Kroaten zij aan zij, en met succes, tegen de Servische overmacht. Izetbegovic probeert de toestand in Sarajevo zo veel mogelijk te laten verslechteren (aldus een in Bihac veel gehoorde beschuldiging) om internationale druk uit te oefenen, terwijl in het isolement van Bihac 300.000 mensen, voor de helft vluchtelingen, overleven dankzij een door Abdic met hulp van het Franse VN-bataljon georganiseerde "humanitair-commerciële corridor' tussen de enclave en Kroatië, dwars door de Servische zone in Kroatië.

In Velika Kladusa, grensplaats waar slaperige wachtposten van Kroatische Serviërs en moslims voor buitenlandse hulpverleners, VN-soldaten en andere geprivilegieerden de toegang openen tot het laatste stukje vreedzaam Bosnië, lijkt het bijna alsof Joegoslavië en Bosnië nog echt bestaan. De straatverlichting doet het niet in de voor oorlogsgeweld bijna geheel gespaarde stad, maar alle bars, pizzeria's en andere oorden des vermaaks zijn er 's avonds open. Uit de luidsprekers van de moskee klinkt op gezette tijden het gebed, even verderop staat een katholiek kerkje. Velen proberen met straathandel iets te verdienen, want de tijden zijn hard en de voedselhulp is ontoereikend: Coca-Cola uit Macedonië, cognac uit de streek, shampoo, zeep - alles aangevoerd via de "humanitair-commerciële' corridor.

De Agrokomerc van Abdic is overal. De meeste winkels en bedrijven dragen het logo van de onderneming, die in het oude Joegoslavië een van de grote industriële machtsconcentraties was. De Duitse mark is sinds mei de officiële munt in de enclave, waardoor de streek is gevrijwaard van de ernstige inflatie in de rest van ex-Joegoslavië. De bank van Bihac heeft zelf bonnen ter waarde van 1, 2 of 5 mark uitgegeven.

Pag 5: In het land van "Babo' zijn de militairen er voor de burgers

Alle salarissen zijn ook in mark, maar arbeid is schaars. Velen leven dus van de VN-voedselhulp. Voor de bank in Velika Kladusa staat een lange rij burgers die geld willen opnemen, dat door de ongeveer 10.000 inwoners van de regio die in West-Europa werken, is overgemaakt naar de kantoren van Agrokomerc in het buitenland. Die financieringsmethode heeft Abdic' vijanden in Sarajevo al op het idee gebracht, Agrokomerc "verduistering' te verwijten en in Oostenrijk strafvervolging tegen de ondernemer te laten instellen.

Abdic' populariteit in de enclave is groot. "Babo' noemt men hem, plaatselijk jargon voor "papa'. Op de muren in Velika Kladusa heeft een onbekende een vleiende vergelijking met president Izetbegovic gekalkt: “Alija delija, Babo genija' - "Alija is een held, maar Babo een genie'. Lokale trots is niet van de lucht. Babo wordt vergeleken met diverse andere warlords uit de roerige geschiedenis van het gebied. Zo was daar bijvoorbeeld de legendarische "Huska' (Miljkovic) die door een combinatie van militaire macht en contacten met fascistische Kroaten en Duitsers het gebied in de Tweede wereldoorlog voor daadwerkelijke bezetting wist te behoeden.

Vechten kunnen ze nog steeds, hier. In Bihac, zwaar gehavend door Servische artilleriebombardementen, wemelt het op straat van de uniformen. Al is de stad dan tien dagen niet meer gebombardeerd en het front sinds een paar weken stabiel, de oorlog is niet voorbij. In de heuvels galmen schoten, terwijl de bevolking tussen de runes en de met bordkarton gerepareerde ruiten een poging doet het normale leven weer aan te vangen.

“Dat komt omdat wij hier behalve een militair ook een burgerlijk gezag hebben”, verklaart Ejup Topic, voorzitter van het parlement de onderlinge vrede tussen moslims en Kroaten en de relatief menswaardige leefomstandigheden hier. “In Sarajevo en in Centraal-Bosnië heb je alleen maar militaire aanvoerders die er de dienst uitmaken. En je ziet wat er van komt, onderlinge schietpartijen en de oorlog van allen tegen allen. Hier zijn de militairen er voor het burgerlijk gezag, in plaats van andersom”. Heel Bosnië heeft, meent Topic, meer redelijk denkende politici nodig dan degenen die nu in Sarajevo de dienst uitmaken.

Topic en de zijnen doen er alles aan om, ondanks de oorlog, de relaties met de aan alle zijden van de enclave aanwezige Serviërs te verbeteren. Het best lukt dat met de Serviërs in Kroatië, die zich van gevechtshandelingen onthouden. Behalve in april, toen een groep oudere mannen plotseling probeerde hun ontruimde dorpje in de enclave te heroveren. Bihac opende onderhandelingen, tot nu toe vruchteloos, over een mogelijke terugkeer van de Servische bevolking daar.

Van de 14.000 Serviërs die voor de oorlog in de stad Bihac woonden zijn er tweeduizend gebleven, die nu met de overigen worden bestookt. Topic zou graag zien dat deze Serviërs een eigen partij vormen en gaan deelnemen aan het parlement van de "okrug Bihac', naast de moslim-SDA en de Kroatische HDZ-BiH. Is het niet vreemd om een verzoenende politiek te voeren in een door extremisten omringde enclave? Topic: “Het probleem vormen niet de mensen maar de Grote Politiek”. Zijn ergernis over de onverzoenlijke koers van Sarajevo geldt met name de weigering van Izetbegovic om de door de VN gesteunde idee van "veiligheidszones' voor de moslim-bevolking zelfs maar in ogenschouw te nemen. Het liefst zag men in Bihac Bosnië tot een internationaal protectoraat verklaard. Hier is dan ook geen spoor van de anti-UNPROFOR-propaganda die Radio Sarajevo avond aan avond uitbraakt. Radio-Bihac munt uit in oproepen tot verstand en matiging, vooral ten aanzien van de oorlog tussen Kroaten en moslims. “Zonder het moslim-Kroatisch verbond is Bosnië-Herzegovina voor eeuwig verloren”, meent Topic.

Na de verdediging en het bewaren van de interne vrede is de voedselsituatie de grootste zorg van de leiders in Bihac. “We hebben dringend meer voedselhulp nodig, om voorraden aan te leggen voor de winter, of voor als straks de corridor misschien dicht gaat. Anders dan vorig jaar zijn er nu in het geheel geen voedselvoorraden voor de winter meer”.

Als de avond valt, opent restaurant Gourman, langs de ruisende waterval van de Una middenin de stad. Veel omzet is er niet, legt de waardin uit, want de mensen hebben geen geld. Door gebrek aan elektriciteit en ingrediënten komt er ook weinig terecht van de bereiding van Bosnische specialiteiten. “Maar het is belangrijk dat de mensen ergens kunnen zitten en koffie drinken, na zoveel maanden angst voor granaten en kommer”, vindt ze. Tenslotte heeft dit restaurant maar drie voltreffers gehad, dus dat valt mee.

Ook op de gezichten van het driemans-orkest zijn de ontberingen van het afgelopen jaar duidelijk te lezen, maar tot vijf uur in de morgen overstemmen hun treurige volksliedjes het knallen in de bergen. De gasten praten wat, of dromen over de tijd dat je vanuit Bihac nog naar Zagreb of Sarajevo kon reizen, of bezoek ontvangen van in het buitenland werkende familieleden. Hebben ze hoop dat hun klein-Bosnië gespaard zal blijven voor verdere rampen? Een tandarts (maandsalaris 200 mark) glimlacht treurig: “Wie zou er, na alles wat er is gebeurd, nog hoop kunnen hebben?”