Ik naar Londen? Maar mijn tuin dan?; Hogerhuis levert deze week slag om Verdrag van Maastricht; De Lords kunnen John Major in een lastig parket brengen

LONDEN, 12 JULI. Het Britse Hogerhuis, gewoonlijk geen plaats voor grote opwinding, maakt zich op voor een strijd die door sommige edellieden nu al wordt vergeleken met de Slag bij Agincourt. De "Slag om Maastricht' wordt de op een na laatste stuiptrekking in het eindeloze debat over ratificatie van het Verdrag van Maastricht. Their Lordships stemmen woensdag over een amendement van de hand van baronesse Thatcher, voormalig premier, en van Lord Blake, de geschiedschrijver van de Conservatieve Partij. Beiden willen een referendum over "Maastricht', net als de ontevreden minderheid van Conservatieve Lagerhuisleden die John Major al zo lang dwars zit.

Dit weekeinde is door vertegenwoordigers van beide kampen - de regering en de anti-Maastrichtlobby - druk uitgeoefend op dat drievijfde deel van de Hogerhuisleden dat slechts bij hoge uitzondering plaatsneemt op het scharlaken leder om aan beraadslagingen deel te nemen. Zo'n 750 van de 1250 Hogerhuisleden, in meerderheid erfelijke adel, laten het houden van lange, niet altijd even samenhangende toespraken tot diep in de nacht liever over aan de adel-voor-de-duur-van-het-leven, de bisschoppen en de law lords.

“Ik, naar Londen?” zegt Lord Emsworth (in P.G. Wodehouse's Leave it to Psmith) verschrikt tegen zijn butler. “In dit weer? Met duizend dingen te doen in de tuin? Wat een volstrekt belachelijk idee. Waarom zou ik naar Londen gaan? Ik háát Londen.”

Het onderwerp "Maastricht' moet deze woensdag de afkeer van de aristocraten uit de provincie voor de vieze, warme hoofdstad overwinnen, want de regering heeft bij wijze van grote uitzondering een three line whip over haar aanhangers onder de Lords uitgeroepen. Dat is de hoogste vorm van fractiedwang, die in het Lagerhuis tot absolute gehoorzaamheid leidt, maar in het Hogerhuis slechts aangeeft dat er een onderwerp van nationale betekenis wordt behandeld waarvoor de aanwezigheid van de Lords van belang wordt geacht. Ze dienen te stemmen “volgens hun geweten”.

De strategie van de regering om zoveel mogelijk Hogerhuisleden op te trommelen is niet zonder risico. Het anti-Maastrichtkamp heeft in het kielzog van Majors whips Hunne Hoogheden proberen te overtuigen van de gevaren van een federaal Europa met een regering in Brussel. Hogerhuisleden als de twaalfde Hertog van Scarbrough, Richard Aldred Lumley (61) willen wel bekennen dat ze “niet erg politiek ingesteld” zijn, maar vinden toch dat een dergelijke bedreiging van de onafhankelijkheid van het land te ver gaat. Lord Pearson of Rannoch spreekt al van “een laatste verdedigingslinie” en citeert: “We few, we happy few, we band of brothers.” Lord Elphinstone vindt dat de beslissing niet lichtvaardig genomen moet worden en zegt :“Mijn gevoelens neigen naar pro-referendum.” Welk effect het wekken van slapende honden zal hebben, moet dus ook door het regeringskamp nog maar worden afgewacht.

Lady Thatcher en Lord Blake baseren hun eis voor een referendum op de stelling dat de Britse kiezer niet de kans heeft gehad zich tegen Maastricht te keren, omdat alle drie de grote politieke partijen zich vóór de zegeningen daarvan hebben uitgesproken. Grondwettelijke rechten worden zo, volgens Blake en Thatcher, verkwanseld door de uitvoerende macht.

Als de Lords het amendement aannemen, bezorgen ze de regering groot gezichtsverlies. Het Hogerhuis zou de regering in feite dwingen het wetsontwerp tot ratificatie van "Maastricht' opnieuw voor te leggen aan het Lagerhuis, voorzien van het amendement van de Lords, maar met het verzoek om dat te negeren. Met andere woorden: de regering zou rechtstreeks gekozen Lagerhuisleden vragen geen acht te slaan op een verzoek van niet-gekozen Hogerhuisleden om het Britse volk zelf te raadplegen. Eurosceptici in Majors partij zijn er zeker van dat die manoeuvre tot algemene verontwaardiging zou leiden. Een referendum zou in dat geval Majors enige optie zijn.

Ook als de Lords de regering woensdag steunen, zijn de bezoekingen van de premier niet voorbij. Op 26 juli stemmen de Lagerhuisleden over de toevoeging van de zogenaamde sociale paragraaf aan de Britse versie van het Verdrag van Maastricht. De uitslag van die stemming is van cruciaal belang voor Majors aanzien. Dissidente partijgenoten van de premier zeggen dat de meerderheid van achttien tegen toevoeging van die paragraaf op dit moment al geslonken is tot zes. Conservatieve rebellen zouden met Labour mee willen stemmen vóór toevoeging, alleen om daarmee vervolgens het verdrag als geheel van tafel te krijgen. Dat betekent dat de steun van splinterpartijen in het parlement, zoals die van de Noordierse Unionisten, voor de Conservatieve regering van cruciaal belang is. Dominee Paisley (DUP) en James Molyneaux (UUP) verlustigen zich al in die positie en waarnemers durven er gif op in te nemen, dat de besprekingen over een politieke oplossing in Noord-Ierland niet op de huidige basis zullen worden hervat zolang deze situatie voortduurt.

Tenslotte is er één dag voor het zomerreces de tussentijdse verkiezing voor de parlementszetel voor Christchurch. Het overleden Conservatieve Lagerhuislid Robert Adley liet in zijn kiesdistrict een meerderheid van ruim 23.000 stemmen na. De verwachting is dat die erfenis verdwenen is in de algehele onvrede over de economie, de aanstaande btw-heffing op brandstof voor huiselijk gebruik en de behoefte om de zittende regering een schop te geven. Net als Newbury eerder dit jaar gaat Christchurch waarschijnlijk over naar de Liberalen. De speculaties over Majors vervanging als partijleider/premier zullen sterker worden als ook de Lords hem afvallen in de kwestie "Maastricht'.