Holland Acht maakt gedachtensprong

LUZERN, 12 JULI. Op de wedstrijd-bespreking moesten de jonkies nog wennen aan het ongecompliceerde optimisme van Ronald Florijn en de vastberadenheid van Nico Rienks. “Die Duitsers zijn te pakken”, riep Florijn vrijdagochtend al. “We nemen snel een voorsprong en gaan die vasthouden”, zei Rienks vlak voor de finale.

De twee meest ervaren roeiers uit de Holland Acht veranderden met hun olympische zege in 1988 het Nederlandse roeien en zorgden gisteren met hun zes ploegmaten voor een tweede mijlpaal. De Nederlanders wonnen op indrukwekkende wijze het koningsnummer van de Rotsee Regatta in het Zwitserse Luzern, een soort generale repetitie voor het wereldkampioenschap. De befaamde Deutschland Achter, 's ochtends getroffen door een blessure van slag Ronald Baar, werd op ruime achterstand gezet. Het gat bedroeg 4,68 seconde, meer dan een bootlengte. De Polen werden derde, de Australiërs vierde. De sterke Roemenen ontbraken.

Nederlanders kunnen de wereldtop aan, bleek in 1988 en blijkt nu. “Het is een gedachtensprong”, legt Rienks uit. Eerder dit seizoen, in Keulen en Duisburg, kon de Nederlandse eindsprint de Duitse voorsprong niet meer bedreigen. “Met een klein beetje meer inspanning neem je een voorsprong. Ik vond dat we de 1500 meter als finish moesten beschouwen. In zo'n wedstrijd, met al dat publiek, lukt die laatste 500 meter toch wel.”

“We hebben vorige week in een trainingskamp in het Belgische Hazewinkel eindelijk de perfecte cadans gevonden”, zegt Rienks. “Als je me midden in de nacht wakker maakt, weet ik meteen hoe ik moet roeien. Als we hard kunnen, waarom zouden we daar dan mee wachten tot de WK. Er zitten jongens in de boot die nog nooit een finale in Luzern hadden gevaren. Maar met ons erbij gaat hun ontwikkeling wat sneller.”

Het onverwachte succes van de acht bracht bij de honderden Nederlandse supporters langs de prachtige roeibaan het hoofd op hol. De bronzen medaille van de studentenvier van Nereus was al een voorproefje geweest met een half dozijn zwemmende feliciteerders, de acht ontlokte drie dozijn fanatici een duik in de Rotsee. Een onbekend fenomeen bij de statige Zwitserse Regatta. Blote en schaars gekleden mannen haastten zich door het water naar het erevlot dat promt driegde te zinken. Zwitserse sponsors en VIP's keken vanaf de tribune geamuseerd toe. En een blauwe blazer duwde de onverlaten hardhandig terug het water in. Vanachter de hekken van de eretribune zongen fans, met alle ouders van de acht, hun clubliederen en het Wilhelmus.

De Nederlandse acht (met Van Iwaarden, Compagner, Van Steenis, Woldringh, Van der Zwan, Rienks, Florijn en Krijtenburg) spot met de roeiwetten. De twee extremen van het roeien zijn de skiff en de acht. De rest van de nummers zou best geschrapt kunnen worden. Maar roei-ontwikkelingslanden hebben die kleine nummers nodig, die kunnen de acht nog niet aan, luidt dan het excuus van de roei-bestuurders. Het zou inderdaad jaren moeten duren voordat roeiers, coaches en stuurman de balans weten te vinden, die van acht individuen een gesmeerd mechaniek maakt. Dat de winnaar van de Rotsee - zij het in een post-olympisch jaar - na één jaar experimenteren al favoriet voor een WK-medaille is, dankt Nederland inderdaad aan de ervaring op kleinere nummers. En de zege van de acht bewijst misschien wel dat de Nederlandse ontwikkeling tot roeimacht aardig op gang is.

De kracht van de acht is hun schijnbare eenvoud. De juiste beslissingen lijken vrijwel achteloos genomen. Zo had het aan het begin van het seizoen voor de hand gelegen als Rienks en Florijn de acht zouden gaan voorslaan. Op positie zeven en acht, direct tegenover de stuurman met de instructies, geven ze dan het tempo aan. De rest volgt hun riemen. De "slag' is een postie waarvoor in buitenlandse boten de atleten elkaar op leven en dood beconcurrenen. Maar in de Holland Acht werd al snel en zonder problemen gereserveerd voor de relatief onervaren, maar "explosieve' Jaap Krijtenburg.

“Ik zou daar ook wel willen zitten”, zegt Florijn. “Hoe verder naar voren hoe lekkerder. Maar het gaat lekker, dus is het goed. Ik kan goed volgen. We zijn perfect gelijk”, zegt Florijn. “We willen allebei voorin zitten, omdat het tempo ons niet hoog genoeg kan zijn. Maar in deze acht hebben we geen hiërarchie.” Bovendien hebben alle acht roeiers een aardig ritmegevoel. “De meesten kunnen ook met hun ogen dicht varen”, denkt Rienks.

De cadans begint bij Krijtenburg. Florijn kijkt vanuit zijn ooghoeken naar het blad van de man voor hem. De rest volgt dit duo. Krijtenburg - die tijdens de race zijn ogen vastpint op het kruis van de stuurman - lijkt niet onder de indruk van zijn verantwoordelijkheden. Hij moet iedere haal van de wedstrijd in een van te voren vaststaand tempo (38 tot 39 halen per minuut als baantempo en 42 in de eindsprint) uitvoeren, mag niet aarzelen, levert de beheerste agressie. Maar noemt dat net zo eenvoudig als het uit je hoofd leren van een liedje. “Op een gegeven moment weet je het gewoon. We hebben alles van te voren doorgesproken. Tijdens de wedstrijd word je nergens meer door verrast.” Alleen die Duitsers, vult Kai Compagner aan, hielden zich niet aan het scenario. Die gingen te langzaam. “Duitsers”, lacht Krijtenburg, “geven op als ze in verloren positie liggen. Misschien niet bij voetbal, maar dat is een spelletje. Wij doen aan topsport.”