Hockeyteam te gemoedelijk en te aardig

KUALA LUMPUR, 12 JULI. De finale van het vijftiende toernooi om de Champions Trophy toonde aan waarom Nederland al een paar jaar genoegen moet nemen met een plek net onder de top. Australië-Duitsland (4-0) was ondanks de enorme hitte op het kunstgras in het Tun Razak-stadion een partij werkhockey van hoog kaliber. Keihard, fel en vlijmscherp.

Nederland komt in vergelijking met de twee toplanden op de beslissende momenten kracht en scherpte te kort. Het nationale team speelt een beetje zoals de sfeer op de honderden hockeyvelden thuis is, gemoedelijk en aardig. In de slotfase van de wedstrijd tegen de Duitsers, afgelopen vrijdag, gaf invaller Koen Pijpers op jacht naar de gelijkmaker een tegenstander heel brutaal een flinke duw. Iedereen kon zich na afloop van het toernooi in Maleisië dat moment nog helder voor de geest halen. Een ongewone actie voor een Nederlandse hockeyer.

Hockey kampt in Nederland met hetzelfde probleem als het voetbal. Een vechterstype als Jan Wouters is een zeldzaamheid. Spelers die, zoals dat heet, ouderwets de beuk erin gooien. Cees Jan Diepeveen is nooit een populaire speler geweest. Hij was een plaag voor scheidsrechters, tegenstanders en zelfs medespelers. Maar hij zorgde wel voor strijd, soms ten koste van een gele of rode kaart en hier en daar een hoofdwond. Daarom werd Diepeveen record-international en op 34-jarige leeftijd nog teruggevraagd in Oranje en speelde hij in de nadagen van zijn carrière op de Olympische Spelen in Barcelona.

Het is typerend dat bij Australië de meest technische hockeyer, aanvoerder Warren Birmingham, in Maleisië een minder toernooi speelde, maar dat de ploeg desondanks goud bemachtigde. De Australiërs hebben een aantal straatvechters in de gelederen. Ze duiken naar ballen en gaan keihard de duels in. Dat gebeurt op reglementaire wijze, gezien de Fair Play Cup die Australië in Maleisië ook nog won.

Ter vergelijking: bij Nederland is de 21-jarige nieuwkomer Remco van Wijk een aanvaller die druk in de weer is en geen genoegen neemt met balverlies. Alleen gebruikt hij zijn energie op een verkeerde manier. Hij duwt en trekt nogal eens als de bal al weg is en gaat discussies aan met scheidsrechters en tegenstanders. Dat kwam hem in Kuala Lumpur op drie groene kaarten - het hoogste aantal van alle deelnemers - en een paar strafwissels van bondscoach Oltmans te staan.

De Duitsers en Australiërs zijn gemiddeld langer en steviger dan de Nederlandse hockeyers. Van de Oranje-selectie zouden Van Ede en Klein Gebbink qezien hun lichaamsbouw voor niemand onder hoeven te doen, maar dat is toch regelmatig het geval. Waarschijnlijk missen grotere en sterkere hockeyers in de hoofdklasse voldoende technische bagage.

Straks keert in ieder geval Floris Jan Bovelander terug in het nationale team. De Bloemendaler is een krachtmens met kuiten als ballonnen. Zijn beoogde positie in het veld is die van laatste man. Het verdient echter aanbeveling hem eens als spits op te stellen. Voorin ontbeert Nederland namelijk de meeste kracht. Bovelander zelf zal graag in de voorhoede willen spelen. Dat is altijd zijn grote wens geweest.

Helemaal aardig zou het zijn om de sterke Bovelander met de handige Van den Honert in de centrum van de aanval te posteren. Het lijkt wat dat betreft een ideaal duo. In dat geval zal Oranje echter van de traditionele 4-3-3-opstelling naar 4-4-2 moeten overstappen en dat systeem is door de grote snelheid van het hockey bijna niet te spelen. De twee buitenste middenvelders zouden bijna supermensen moeten zijn. Maar misschien is het voor Oltmans desondanks het uitproberen waard.