F.J.M. WIERTZ; Gewoon pastoor, geen vaktheoloog

Open, innemend en humoristisch, maar geen voortdurende lachebek. Meer specifiek nog: een echte Kerkradenaar - vaak wat melancholisch. “Een typische Limburger, een beetje een Bourgondiër”, zoals het hoofd van de Nederlandse rooms-katholieke kerk, dr. A.J. Simonis, hem noemde nadat zaterdag bekend was geworden dat de 50-jarige Frans J.M. Wiertz door de paus is benoemd tot bisschop van Roermond. “Iemand die met zijn hele hart middenin de kerk staat”, zegt administrator dr. H. van der Meer s.j. van het Roermondse bisdom.

Van zichzelf zei de kleine, enigszins corpulent uitgevallen nieuwe bisschop zaterdag tijdens een persconferentie: “Ik ben gewoon maar een pastoor; dat klinkt eenvoudig, maar het is ingewikkeld werk. Tot mijn nadeel kan men zeggen dat ik geen universitaire opleiding heb. Ik ben ook geen vaktheoloog. Dat kan voor een bisschop wel eens heel vervelend zijn.” Vrienden noemen hem een harde werker die zeer genteresseerd is in de Nederlandse parlementaire geschiedenis en in de mondiale actualiteit. “Na het naar bed gaan luistert of kijkt hij nog naar de BBC.” Het dragen van het bisschopspaars, zeggen intimi, zal hem nog moeite kosten wars als hij is van franje.

Vorige week woensdag had hij gehoord dat de paus op hem het oog had laten vallen als opvolger van de begin dit jaar wegens ziekte afgetreden bisschop, dr. J.M. Gijsen. “Ik ben een ander mens dan mijn voorganger, ik ben nogal intutief, maar in de loop der jaren raakte ik toch met hem vergroeid.” Hij vroeg een dag bedenktijd en zei toen "ja' omdat “ik een heel breed vertrouwen voelde van de mensen. Ik voelde in de afgelopen maanden als het ware dat de verantwoordelijkheid van het bisschopsambt naar me toekwam”. Zijn naam circuleerde al geruime tijd.

Wiertz werd in Kerkrade geboren in een gezin van negen kinderen. Zijn moeder woont bij hem in de pastorie in Heerlen, waar hij deken is. Daar vangt ze met zijn uitdrukkelijke goedkeuring elke dag tussen de 10 en 20 drugsverslaafden op, geeft ze een Liga en een glas melk en praat met hen. Na zijn priesterwijding werd hij in 1968 kapelaan in Schaesberg in de Oostelijke Mijnstreek. “Ik zat daar middenin de gevolgen van het mijnsluitingsproces. Er waren daar wijken waarin de werkloosheid was opgelopen tot negentig procent.”

In 1977 kreeg hij opdracht om in de nieuwe wijk De Heeg in Maastricht, die hij gezien de jonge populatie de "kraamkamer' van de stad noemde, een nieuwe kerk te bouwen. Hij maakte zich daar volgens ingewijden mateloos populair. Nu nog moet zijn opvolger in deze parochie ervaren dat tegen zijn populariteit maar moeilijk is op te boksen. “Ik ontdekte daar hoe het geloof is door de ogen van de kinderen. Ik heb, zoals u kunt zien, altijd onder de gewone mensen gewerkt. Ik heb dat met stijgende vreugde en met steeds meer plezier in mijn priesterschap gedaan.” In Hoensbroek en ten slotte in Heerlen werd hij nadien deken. In 1991 werd hij kanunnik van het kathedraal kapittel en later werd hij er proost (voorzitter) van. Het kapittel draagt de kandidaten voor het bisschopsambt voor.

Van Wiertz wordt gezegd dat hij een man van het midden is. “Je kunt”, zei hij zaterdag, “op twee manieren je doel bereiken: door strijd of door harmonie. Welnu, ik heb een karakter dat meer gaat in de richting van het harmoniemodel, hoewel er best ook wel eens strijd nodig zal zijn.” Hoewel hij niet concreet wilde ingaan op het beleid dat hem als bisschop voor ogen staat, kon men tussen de regels door daarover toch al wel wat gewaar worden. Over het jongste CDA-rapport (waarin wordt gezegd dat de katholieke kerk voorbehoedmiddelen moet toestaan om aldus de bevolkingsgroei in de wereld te reguleren) zei hij: “Met de eigen verantwoordelijkheid van de mensen kan ik heel goed leven.”

Met de progressieve 8 Mei-Beweging heeft hij nooit formeel contact gehad, maar “een familielid van me zit in het hoofdbestuur en dat is een schat van een vrouw; je kunt ook anders contact hebben”. Over de toekomst van de rooms-katholieke kerk in Limburg: “Ik zie die niet somber in. Ik geloof in de aanstekelijkheid; niet in grote acties om mensen weer bij de kerk te betrekken, maar meer in het blazen van een zachte bries. Ik geloof ook in een kerk die zeer intensief is verbonden met de breedte van de wereld.”

Tot zijn lijfspreuk zal hij wellicht maken: “Geef Heer aan uw kerk liefde en geloof”, wat staat in het derde dankgebed van Christus. Maar volgens ingewijden zou het net zo goed kunnen worden: “Hard voor de zonde, zacht voor de zondaars.”