Duitsland weer teruggekeerd in het centrum van de macht

ROTTERDAM, 12 JULI 1993. De "spread' tussen de Duitse en Nederlandse 3-maands rentes is de afgelopen week met 20 basispunten gedaald, terwijl de mark zijn positie versterkte. In een week steeg de Duitse munt van een koers van 1,1231 gulden naar 1,1243. De oorzaak van dit hernieuwde optimisme ligt in een aantal min of meer rationele overwegingen.

De lagere rentes worden gezien als gerechtvaardigd na bezuinigingsmaatregelen die de overheid had aangekondigd. Bovendien uitte de Bundesbank-president Schlesinger zich in bijzonder positieve termen over het inflatieplaatje in Duitsland.

Veel marktpartijen waren van mening dat een discontoverlaging er aan zat te komen. Door de jongste verlaging krijgt de Duitse economie al eerder de kans uit de recessie omhoog te kruipen. Wat goed is voor de Duitse economie, is goed voor de Duitse mark. Eventueel kan tot slot kan worden aangevoerd dat het grote aantal landen dat Duitsland volgde na de discontoverlaging, een indicatie is voor de stempel die Duitsland en de mark nog steeds drukken op het monetaire beleid in Europa. Frankrijk. Het optimisme over Duitsland bracht de Franse franc eind vorige week in grote problemen. De munt kwam in het EMS onder zware druk en bereikte vrijdag de koers van 0,3305 gulden. Tegelijkertijd steeg de Franse korte rente met 57 basispunten naar een niveau van 7,50 procent. Door velen wordt dit gezien als een reactie op de gebeurtenissen 2 tot 3 weken geleden. Toen bereikte het pessimisme over Duitsland een voorlopig hoogtepunt, terwijl de fransen juist claimden door het dal heen te zijn. De Franse minister Alphandéry beging toen een misstap door te suggereren dat hij enige invloed zou hebben op het Duitse monetaire beleid. De financiële markten kregen eind vorige week het idee dat zij de balans te veel in het voordeel van Frankrijk hadden laten uitslaan en besloten Alphandéry alsnog de rekening te presenteren.

Het probleem voor de Franse autoriteiten is op dit moment dat de Franse korte rente onder de Duitse ligt, waardoor zij een belangrijk wapen in de strijd tegen de valutahandel verloren hebben. Een half jaar geleden lag de Franse rente nog 4 procentpunt boven de Duitse. Italië. Vorige week dinsdag verlaagde de Italiaanse autoriteiten het disconto en de beleningsrente met een vol procentpunt naar 9 procent. Hiermee komt het disconto op het laagste niveau sinds 1978(!). De verlaging, de derde in twee maanden en mogelijk geworden door de verlaging van de Duitse rente, is bovenal een beloning voor de sterke lire. De Italiaanse munt is sinds april met ongeveer 10 procent gestegen. Voorts speelde een aantal ontwikkelingen op binnenlands gebied een rol. Zo bereikten de Italiaanse sociale partners een akkoord over een nieuw systeem van loononderhandelingen. Het belangrijkste onderdeel van dit akkoord is dat prijscompensatie voortaan zal worden berekend aan de hand van verwachte in plaats van werkelijke inflatie. Dit systeem vervangt de "scala mobile' die Italië in een gevaarlijke loon-prijs spiraal bracht en daarom eind vorig jaar werd afgeschaft. Voorts blijkt de ontwikkeling van de inflatie alleszins mee te vallen. Al met al achtten de valutamarkten de verlaging op zijn plaats en lieten de lire ongemoeid. Verenigde Staten. De dollar profiteerde vorige week als vanouds van de onrust in het EMS. De munt steeg per saldo 3 cent naar een koers van 1,91 gulden. Verder werd de munt gesteund door de uitkomst van de G7, waar Japan beloofde het handelsoverschot aan te pakken, de VS iets aan het begrotingstekort zouden doen en Europa de rentes zou verlagen. Dit moge weinig verrassend klinken, de valutahandelaren kregen er meer vertrouwen door.

De Amerikaanse obligatiemarkt werd in de afgelopen week beheerst door de werkgelegenheid aan de ene kant en de grondstoffenprijzen aan de andere kant. De positieve impulsen van de werkgelegenheidscijfers van twee weken geleden werden goeddeels geneutraliseerd door stijgingen van de grondstoffen-index. Het rendement op de 30-jaars staatslening kon niet door het belangrijke niveau van 6,65 procent zakken en sloot de verslagperiode per saldo nagenoeg onveranderd af op 6,66 procent. Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco