De tegenstelling tussen mens en reiger

Op het fietspad van de Middenweg naast het park Frankendael verraden grote wit-blauwe plekken vogelpoep hun aanwezigheid. Ontelbare Amsterdammers moeten slachtoffer zijn geworden van de uitwerpselen die vanuit de tientallen meters hoge iepen en kastanjes naar beneden storten. Het afdakje van rieten matten boven het fietspad is al jaren verdwenen en het waarschuwingsbordje dat de voorbijganger moet behoeden voor de spetters hangt even voorbij de plek des onheils.

De reiger is sinds mensenheugenis een vaste bewoner van de hoofdstad. Al in de middeleeuwen kende Amsterdam een bos met een aanzienlijke reigerkolonie. Het woud "daer die reyghers innen broeden' lag even ten zuiden van de Bindelmere of de Bijlmermeer. De graven van Holland waren bereid de reiger tot inzet van een middelgrote veldslag te verklaren. In 1281 confisqueerde graaf Floris V het bos met de vogels van zijn aartsrivaal Gijsbrecht van Amstel. Tot de moordende wraak van Gijsbrecht vijftien jaar later een einde aan zijn leven maakte, genoot Floris het privilege om met zijn valken op de reiger te jagen.

De middeleeuwers hielden van hun reiger, al was het alleen maar om het vlees en de eieren die als een delicatesse golden. De door geldnood geplaagde hertog Albrecht van Beieren, ruwaard van Holland, was weliswaar gedwongen om het reigerbos in 1363 te verpanden aan Jan van Egmond, maar de huurovereenkomst kende de strikte voorwaarde dat de hertog en zijn "gesellin' bij een bezoek zonder beperkingen de reigers uit zijn bos op tafel kon eisen.

Anno 1993 wordt de blauwe reiger - Ardea Cinerea - door de uit 1963 daterende Vogelwet voor standrechtelijke executies behoed. De afgelopen dertig jaar is de reigerstand behoorlijk opgelopen; de sierlijke vogel is niet meer uit het stadsbeeld van Amsterdam weg te denken. Jaarlijks broeden er in Amsterdam ongeveer 500 reigerparen in zes verschillende stadsparken. Het park Frankendael in het Amsterdamse stadsdeel Watergraafsmeer is met 170 broedparen de grootste kolonie van de hoofdstad.

De aanwezigheid van de reiger brengt meer ongemakken mee dan de grote hoeveelheden vogelpoep. Dat ondervond vorig jaar de Aalsmeerse wethouder van milieu P. Boom (VVD) maar al te goed. Boom had regelmatig het nakijken wanneer een reiger het luchtruim koos met in zijn snavel een van zijn dure Koy-karpers, een speciaal gefokte Japanse vissoort. Ondanks diverse pogingen van de wethouder liet de vogel zich niet verjagen. Ten einde raad pakte Boom zijn geweer en schoot het beschermde dier uit de boom. Groot was de verontwaardiging in politiek Aalsmeer en de "moord' zou uiteindelijk leiden tot de politieke ondergang van Boom.

Ook het Noordhollandse Edam kampte volgens het gemeentebestuur de afgelopen jaren met "belangentegenstellingen tussen de bewoners die in de nabijheid van nestelende reigers woonden en de reigers'. De oude grote bomen op en nabij het fort Edam waarin jarenlang een reigerkolonie was gevestigd, werden begin jaren tachtig gekapt. En dus namen de vogels toevlucht bij de monumentale Hollandse Iepen in het centrum.

Aanvankelijk volgden de bewoners vanuit hun oude kleine Edamse huisjes de bouw van de nesten met welwillende interesse. Maar die verdween snel toen in de nesten gezinsuitbreiding volgde. “De mensen deden door het gekrijs geen oog dicht. Ze konden nog geen fatsoenlijke stap buiten de deur zetten of ze werden ondergepoept”, herinnert de gemeentewoordvoerder zich. “Ook hun mooie tuinen konden ze door de rijke produktie van scherpe excrementen niet meer gebruiken. Daarnaast lagen de dakgoten vol met rottend visafval.”

Vorig jaar verklaarde de gemeente de reigers dan ook de oorlog. Met de Vogelvergunning H in de hand werden de jongen en bebroede eieren weggehaald, de nesten verwijderd en de bomen gesnoeid. Het protest van de dierenbescherming mocht niet baten. Sneu voor de vogels maar gezien de jaarlijkse aanwas geen onoverkomenlijk bezwaar, was het commentaar van het gemeentebestuur.

In Amsterdam zijn de verhoudingen tussen mens en reigers minder gespannen. Het oude brood voor de eendjes wordt langzaam verdrongen door slacht- en visafval dat als reigervoer speciaal wordt aangeboden. De reigers tonen zich daarbij in toenemende mate brutaler. “Een dame aan de Amsterdamse Middenweg was eens een kwartier te laat met het voeren van "haar' reigers van het park Frankendael”, vertelt Neerlands reigerspecialist Alfred Blok van de Werkgroep Blauwe Reiger. “Tot haar schrik hoorde ze ongeduldig getik op haar achterdeur. Het was een reiger die vis wilde.”

Sinds 1964 volgt Blok nauwgezet de blauwe reiger in Nederland. Hij ringt alle reigerkuikens en houdt hun gedrag nauwlettend in de gaten. Ondanks de grote groei van de reigerpopulatie in Nederland van de laatste jaren wijzen de gegevens van Blok op sterfte onder de stadsreigers. “De vogels worden door de milieuvervuiling enorm belast. Vooral de wijfjes moeten het ontgelden doordat zij tijdens het broeden te veel gif in hun lichaam opslaan”, zegt Blok.

Werkelijke overlast veroorzaken de Amsterdamse reigers niet meer. Alleen Artis kwam tien jaar geleden in grote problemen door de uitgebreide kolonie in de hoge bomen in en bij de dierentuin. Bezoekers kwamen onder de vogelmest en wandelpaden veranderden in glijbanen. Artis besloot hierop vier proefnesten te plaatsen in "veilige' bomen bij het reptielenhuis. De oude nesten werden weggehaald. “De kolonie is met succes verhuisd. Maar mocht er toch weer een jong reigerkoppel in een "verboden' boom gaan nestelen, dan wordt het nest met de speciale Vogelvergunning H verwijderd”, zegt een woordvoerder van Artis.

De constante dreiging van Vogelvergunning H maakt vooralsnog weinig indruk op de reigers. De laatste jaren is hun jachtgebied uitgebreid tot de grachtengordel. Als een zoutpilaar staan ze op een woonboot of wachten geduldig op wat een visser hen toegooit. Een prachtig gezicht, vindt reigerspecialist Blok. Deze maand bivakkeert hij in het Moldau-gebied om de reiger in de ongerepte natuur waar te nemen.