De foto is een wedstrijdbeeld uit 1934 van de ...

De foto is een wedstrijdbeeld uit 1934 van de honkbalinterland Nederland-België, de klassieker van weleer die geen klassieker meer is.

Tijdens het Europees kampioenschap dat dit weekeinde in Zweden is begonnen, komen beide landen elkaar misschien in de kruisfinales tegen. Maar een jaarlijks terugkerende titanenstrijd is Nederland-België al lang niet meer. Italië is de enige overgebleven Europese concurrent.

De Amsterdamse leraar J.C.G. Grasé introduceerde het honkbal in Nederland, nadat hij in 1911 in de Verenigde Staten het baseball-virus te pakken kreeg. Nog steeds is de ballgame voor de Amerikanen een soort religie. De eerste officiële wedstrijd werd gespeeld in 1846. Sinds 1903 strijden de National League en de American League om de zogenaamde World Series. Deze benaming geeft de verhoudingen in het internationale honkbal aardig weer. Legendarische Amerikaanse honkballers zijn Babe Ruth en Joe DiMaggio, die samen in de jaren twintig, dertig, veertig en vijftig de Amerikaanse honkbalgekte aanwakkerden. Jackie Robinson was in 1945 de eerste zwarte speler die in de Major League uitkwam.

Grasé stichtte in 1911 de Amsterdamse vereniging Quick. Een jaar later werd de Nederlandse Honkbalbond opgericht, die in 1971 fuseerde met de softballers. De KNBSB heeft momenteel meer dan dertigduizend leden.

Het Nederlandse honkbal kreeg tijdens de Eerste Wereldoorlog een geweldige impuls met de stationering van Canadese militairen. Ook in Amsterdam verblijvende Mormoonse zendelingen uit Salt Lake City gaven de sport een slag in de goede richting. In 1939 wonnen de mormonen, die als Seagulls stonden ingeschreven, de Nederlandse titel. De relatie met de bakermat van het honkbal wordt de laatste jaren gellustreerd door Rikkert Faneyte en Robert Eenhoorn, die in de Amerikaanse subtop spelen. Foto Spaarnestad