Cowboys van de weg vrezen "wilde oosten'; OP REIS IN OOST-EUROPA MET NEDERLANDSE "TRUCKERS'

Nederlandse truckchauffeurs stuiten in Oost-Europa op grote problemen. Lange wachttijden bij de grenzen en criminaliteit zijn deel van de dagelijkse praktijken. Vooral Roemenië is berucht. Een rit per vrachtwagen van Boedapest via Boekarest naar Sofia geeft inzicht in de gang van zaken. “Als het zo doorgaat, is er met deze ritten geen droog brood meer te verdienen.”

Iedere truckchauffeur weet het: als je uit Bulgarije bij de grenspost Giurgiu Roemenië binnenkomt, staan ze je op te wachten bij het zigeunerkamp. Jongetjes van twaalf, dertien jaar met keien in hun knuistjes waarmee ze proberen je voorruit aan diggelen te gooien. Wie tijdig sigaretten of snoepgoed uit het cabineraam werpt, koopt die behandeling af.

Hun grote broers richten zich op de vrachtwagens die Roemenië verlaten. Zij pakken de zaken structureler aan. In groepjes van vier, vijf man intimideren ze de chauffeurs om geld en goederen los te krijgen. Minder ervaren truckers, die ingaan op voorstellen zich via zijweggetjes tot voorin de lange rij te laten brengen, worden ingesloten en beroofd, zo nodig met geweld. Maar wie stinkt daar nog in? Die truc werkt alleen nog bij toeristen in personenauto's.

De grensovergang Giurgiu is berucht, maar in heel Roemenië is voor truckchauffeurs de kans groot op soortgelijke confrontaties. De noodzaak het voormalige Joegoslavië te mijden op weg naar bestemmingen in Zuidoost-Europa heeft in Hongarije, Roemenië en Bulgarije geleid tot een sterk verhoogd aanbod van goederenvervoer over de weg. Naar evenredigheid stegen de wachttijden bij de grenzen. De plaatselijke "mafia' vaart er wel bij.

"Het wilde oosten', zo noemen ook de cowboys van de weg deze streken, als een geuzennaam die ze gretig hanteren. Op parkeerplaatsen, in koffietentjes en wegrestaurants circuleren sterke verhalen waarin de heldenrollen zijn weggelegd voor truckers. De aard van de vertellingen is voldoende om hun bazen bezorgde brieven te laten schrijven aan het ministerie van verkeer en waterstaat, de Nederlandse ambassade in Boekarest en naar de belangenorganisaties in Nederland.

“Het is voor ons heel moeilijk in te schatten wat er feitelijk gebeurt”, zegt Peter Overvliet van de werkgeversorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN). Natuurlijk kent hij de verhalen: over criminele Roemenen die een zwaailicht op hun auto hebben laten monteren en in een operette-uniform gekleed boetes in Duitse marken voor te hard rijden zouden afdwingen. Ook beschuldigen ze chauffeurs wel van parkeren op particuliere grond en eisen daarvoor geld. Maar deze verhalen worden zelden hard gemaakt, meent hij. “We ontwikkelen op dit moment een meldingsprocedure, om onze internationale protesten te onderbouwen”, zegt Overvliet.

Directeur Ab van der Heijden van Weys Inter-Europa BV zegt dat er wel degelijk harde bewijzen zijn. “Maar ze willen ook dat we in Roemenië aangifte doen van de incidenten en dat kan niet. Daaraan werken de Roemeense autoriteiten niet mee, die zeggen keihard dat er geen criminaliteit is in hun land.” Zijn conclusie is dat de chauffeurs zich als gevolg van deze rechteloosheid gaan bewapenen, met alle risico's vandien.

Chauffeur Elbert van den Dungen toont een stevige ijzeren staaf om de bewering van zijn baas kracht bij te zetten. In een konvooi van drie Nederlandse wagens zijn we op weg van Boedapest naar de Roemeense grens bij Oradea. Het is rustig op de weg deze zaterdagmiddag. De snelheid is gelijkmatig. De chauffeurs wisselen via hun bakkies wat grappen uit die voor het ongeoefende oor moeilijk zijn te volgen. De reis verloopt voorspoedig, tot tien kilometer voor de grenspost waar het lange wachten begint. De Nederlandse truckers taxeren de wachttijd geroutineerd op 48 uur. “Terwijl het bij iedere wagen alleen maar gaat om een paar stempels”, zegt een van hen. Met een driftige vuist op de vlakke hand doet hij het voor: "pats, pats, rijden'.

Elbert van den Dungen vervoert onder meer landbouwinsecticiden waarvan het ontbrandingspunt ligt bij 55 graden. Hij heeft recht op voorrang, zeker in de brandende hitte van de middagzon, maar wacht geduldig op de komst van de Hongaarse politie. Als getergde collega's verderop in de rij zouden veronderstellen dat hij voordringt “slaan ze m'n voorruit eruit”. De emoties kunnen hoog oplopen als het wachten lang duurt. Onder normale omstandigheden zijn de verhoudingen tussen de truckers zakelijk, helder en fair.

De Nederlanders gedragen zich onderling in het algemeen vriendschappelijk. “Je bent hier veel meer dan in het Westen op elkaar aangewezen”, zegt Van den Dungen als we voorafgegaan door een Hongaarse motoragent doorrijden tot de grenspost. “Het is een vaste groep die op deze landen rijdt, iedereen kent iedereen.” Dat blijkt als we enkele vrachtwagens tegenkomen die op de terugweg zijn naar Nederland. Wetenswaardigheden worden uitgewisseld als de cabines langs elkaar schuiven. “Ranja, 't Hinnekend Peerd en Friesche Vlag staan vanavond alledrie op de parking in Boedapest, dat kan wat worden”, zegt Van den Dungen, die eraan toevoegt dat deze collega's “wel een pilsje lusten”. De motoragent kijkt gerriteerd waar we blijven.

Eenmaal bij de grenspost verliezen we vier uur. Dat had de helft kunnen zijn, maar de Roemenen dragen de dienst over en dat neemt twee uur in beslag. Zelfs lopende en fietsende bewoners van de streek moeten daarop wachten. Aan de militairen van de bewaking is de "Wende' voorbijgegaan. Vermoeide burgers die in de berm zitten, worden luidkeels gesommeerd onmiddellijk op te staan.

De duisternis valt als we verder mogen. Van den Dungen parkeert op het eerste bewaakte terrein op Roemeense grond: vijf Duitse marken voor een nacht staan op een terrein ter weerszijde van de weg waar permanent een bewaker rondloopt. Alleen een enkele Roemeense vrachtwagen rijdt door in het nachtelijk duister. De wegen zijn slecht en je moet de hele nacht rekening houden met onverlichte fietsers, paard-en-wagens en voetgangers. Criminelen slapen evenmin.

Avondeten in de cabine. Van den Dungen heeft voor zeker drie weken blikvoedsel aan boord, installeert zijn tweepits gastoestelletje tussen de stoelen, serveert een koude cola en beveelt de kippesoep aan. Hij voert een efficiënte huishouding in deze kleine ruimte: broodzaag, kaasschaaf, tandestokers of mosterd, je hoeft maar te kikken. En de bon wordt zorgvuldig uitgeknipt als er een vers pak koffie is opengetrokken.

Zondagochtend zes uur zit hij weer achter het stuur, met een rit voor de boeg van bijna zevenhonderd kilometer naar Boekarest. Wegen, huizen, vervoermiddelen, mensen: de armoede van het land dringt zich op in alles wat je tegenkomt. Alleen de natuur toont zich hier en daar onbedorven. Het recht van de sterkste bepaalt de verkeersregels. Van den Dungen weet er alles van en houdt van opschieten. Inhalen doet hij ook als een tegenliggende Lada nog maar driehonderd meter is verwijderd. De bestuurder remt dan hard, zoekt de berm op en verliest zich in machteloze woede: een uitzinnige rijder probeert een zojuist opgestoken sigaret door het open raam in onze cabine te werpen.

Drie bekeuringen krijgt Van den Dungen op deze lange dag en dat is, zegt hij, onder het gemiddelde. Bij iedere confrontatie biedt hij de politieman een aansteker van zijn bedrijf aan die in alle gevallen wordt geweigerd. Het bewijs van betaling verfrommelt hij onmiddellijk na ontvangst, onder het geringschattend mompelen van het luttele bedrag in guldens dat de transactie hem kost.

Op de parkeerterreinen strompelt, hoge hakken op onverharde grond, een broodmager meisje of jonge vrouw naar binnenkomende vrachtwagens. Als het stof is opgetrokken staat ze al op de treeplank. "Lease-madam' blijkt de internationale aanduiding te zijn voor deze prostituées, van wie een kennelijk zorgvuldig gedoseerd aantal van vijf of zes ieder terrein bedient. "Met haar vlam om je pijp', verzint een chauffeur en dat is humor. Zoals de drijfveren van de criminelen zonder voorbehoud worden afgewezen, worden deze diensten als vanzelfsprekend aanvaard.

Directeur Ab van der Heijden in zijn kantoor op het industrieterrein in Heijen begrijpt wel dat “zo'n mooie vrachtauto waarvan het geld afstraalt sloebers ertoe brengt van die rijkdom wat mee te pakken”. Maar als het zo doorgaat, is er met deze ritten geen droog brood meer te verdienen. Het is voor twintig Nederlandse bedrijven, verenigd in de Transbalkan-groep, die zich hebben gespecialiseerd op ritten naar het voormalige Oost-Europa, van levensbelang dat de situatie verandert. Van der Heijden: “Als ik mijn auto's zou terugtrekken uit deze gebieden is het niet mogelijk ze elders in te zetten. De markt is vol.”

Van der Heijden, directeur van Weys Inter-Europa, verwoordt ook het standpunt van vele chauffeurs dat de Roemenen het onder Ceausescu beter hadden. “Toen moesten ze hun mond houden, maar hadden ze nog een hap eten. Nu zijn ze vrij en hebben echt niets meer.” Voor de chauffeurs is het een belangrijk argument dat onder het communistische bewind de criminaliteit langs de weg te verwaarlozen was. Toen had je nog wat aan de politie. Een Nederlandse chauffeur die onlangs belagers afschudde door dreigend te zwaaien met een alarmpistool werd gearresteerd door de politie die erbij was gehaald door zijn belagers. Na twee dagen gevangenis kreeg hij een boete van 3.000 mark, zijn pistool kon hij terugkrijgen voor 1.200 mark. “Ik heb het ze als souvenir laten houden”, voltooit de man zijn verhaal.

Waarheid of verzinsel? De mooiste verhalen hoor je vaker en in verschillende versies. Een chauffeur die een verwonding in het gezicht opliep bij een confrontatie met criminelen waarvoor pleisters afdoende waren, vertelt verontwaardigd dat hijzelf het verhaal later terughoorde als zou hij een maand in het ziekenhuis hebben doorgebracht.

De wellicht opgeklopte verhalen, gekoppeld aan de eigen ervaringen van iedere chauffeur, hebben ertoe geleid dat iedere trucker bij deze ritten op zijn hoede is. Zo vertrekken we zondagnacht om vier uur uit Boekarest naar de beruchte grens bij Giurgiu. Van den Dungen gespannen: “Als we lang worden opgehouden, staan we in ieder geval de eerste zestien, zeventien uur in het daglicht.” Als we zonder incidenten omstreeks de middag Bulgarije binnenrijden, is hij duidelijk opgelucht.