Babylonische verwarring bij asielzoekers in "nieuwe land'; De Iraniërs en de Irakees hebben geen problemen met elkaar

LUTTELGEEST, 12 JULI. De boeren die veertig jaar geleden naar de Noordoostpolder trokken noemden dat "het nieuwe land'. Voor de honderden vluchtelingen die het afgelopen weekeinde neerstreken in Luttelgeest, is het dat wederom. En ook zij hebben hun hoop gevestigd op een nieuwe toekomst, al mag je veronderstellen dat de stemming in 1953 iets optimistischer was dan die dezer dagen in en om het tentenkamp dat daar in allerijl door het Nederlandse leger is neergezet bij het al bestaande Opvangcentrum. Gistermiddag hadden zo'n 210 asielzoekers een plaats in een van de 50 legertenten gevonden, men verwacht dat het kampement morgen vol zal zijn. Dan zullen er vijfhonderd vluchtelingen gehuisvest zijn, al is dat een grof eufemisme. “Er is niets dramatisch aan mensen die een paar nachten in een tent moeten slapen”, stelde premier Lubbers het afgelopen weekeinde relativerend, en passant een vergelijking trekkend met "buitenslapers' bij het North Sea Jazz-festival. Jazz wordt er niet gedraaid in Luttelgeest, de blues zou er wel op zijn plaats zijn. Ondanks het feit dat ergens een uitbundig potje Afrikaans voetbal wordt gespeeld, maakt een blik in de tenten duidelijk dat er allerminst van een vakantiestemming sprake is.

“Ik ben hier gekomen omdat mijn leven in gevaar was”, zegt een Irakees, “en ik ben blij dat dit land me opneemt, al moet ik eerlijk zeggen dat deze legertenten me weer even aan de Golfoorlog deden denken.”

In elke tent staan dicht op elkaar tien stretchers met legerdekens. Ieder verder comfort ontbreekt. Op het binnenterrein zijn toiletgebouwen ("rent a toilet') en douchecabines neergezet, evenals een dertig meter lange tent voor de gezamenlijke maaltijden. De Rode-Kruispost, bezet door vrijwilligsters van de "kolonne Noordoost-polder', heeft het tot nog toe rustig gehad. Een paar vrouwen kwamen klagen dat hun kinderen het 's nachts zo koud hadden. “Het zal nog wel drukker worden”, zegt een van de Rode-Kruismedewerksters, “als de mensen eindelijk eens tot rust zijn gekomen komt er van alles los.”

In sommige tenten hangt zondagmiddag schamele was te drogen, zitten moeders met hun zeer jonge kinderen, waarvoor geen speciale bedjes zijn. Af en toe "verhuist' een vluchteling van de ene tent naar de andere. Een plastic Komo-zak is afdoende voor het transport van eigendommen. Het is als altijd oppassen welke nationaliteiten je bij elkaar zet, weten de medewerkers van het noodkamp, die van verschillende andere opvangcentra in Nederland zijn "geleend'. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, en dat geldt ook voor het eten: met zoveel verschillende nationaliteiten probeert men, net als in alle asielzoekerscentra, "een grootste gemene deler te vinden'.

In een van de vijftig tenten heeft de Iraniër Abas, die de afgelopen week bij Zeewolde in een bus van VluchtelingenWerk heeft overnacht, een paar landgenoten getroffen die vanuit Eindhoven kwamen. In hun tent zijn verder nog enkele Palestijnen en een Irakees ondergebracht. De Iraniërs en de Irakees zeggen geen problemen met elkaar te hebben. “We zijn allemaal moslims. Onze regeringen voeren oorlog, de mensen niet”, zegt de 24-jarige Mehrdad uit Iran. Wanneer een paar van zijn nieuwe vrienden zich enigszins laatdunkend over de nieuwe huisvesting uitlaten, roept hij hen tot de orde. “We hadden dit niet verwacht, maar we begrijpen het wel.” Ook op het eten wenst hij geen kritiek te horen. Gisteren was er spaghetti. “Eten is eten. Je hebt geen keus”, zegt hij.

Mehrdad is via Duitsland Nederland binnengekomen. Hij denkt dat men hem zal vragen waarom hij daar geen asiel heeft gevraagd. “Omdat ze daar bommen je hotel binnengooien”, antwoordt hij. “In Duitsland zet ik geen voet meer.” Op de mededeling dat ook niet alle Nederlanders even buitenlander-vriendelijk zijn, reageert hij: “Maar jullie doen tenminste niks.”

In en om de telefooncellen bij de receptie van het kamp heerst intussen een grote drukte. De welhaast babylonische toestanden maken een vergelijking met "het nieuwe land' in de jaren vijftig weer opportuun, toen Drentse, Twentse, Groningse en Zeeuwse boeren ook zoveel moeite hadden elkaar te verstaan.