Alex Zülle valt te vaak om ware kampioen te zijn

Pagina 15: Portret Lance Armstrong VERDUN, 12 JULI. Vier dagen geleden botste Tourrenner Massimo Ghirotto tegen een overstekende supporter op, zaterdag versperde een amateurfotograaf Andreo Peron de weg, gisteren was Alex Zülle aan de beurt. Vlak voor de top van de Côte de Douaumont, elf kilometer voor de finish in Verdun, wapperde een opgewonden wielerfan zó uitbundig met zijn spijkerjackje dat het kledingstuk in het stuur van de omhoog ploeterende Zwitser verstrikt raakte. Zülle, een van de Tourfavorieten, klapte meteen tegen de grond. Even bestond de vrees voor een gebroken sleutelbeen, maar de kopman van Once klom weer op zijn fiets en bereikte gesteund door drie ploegmakkers de eindstreep.

Half huilend, hinkend, met rugklachten en schaafwonden aan armen en benen kroop de onfortuinlijke coureur vervolgens de luxueuze bus van zijn sponsor in. “Waarom ik altijd?” riep Zülle met een van pijn vertrokken gezicht naar de verzamelde wielerpers. Twee minuten en dertien seconden raakte hij achter op etappewinnaar Lance Armstrong en drie andere vluchters, op zijn grote concurrenten in de strijd om de Tourzege verloor hij veertien tellen minder. “Een trieste dag voor ons en voor de hele wielerwereld”, meende ploegleider Manolo Saiz van Once 's avonds in hotel Primevère in Metz. “Niet een tegenstander, maar een buitenstaander bezorgde Zülle hier een nederlaag. Hij heeft fysiek een klap gekregen, maar ook psychisch. Zonder het incident had hij morgen aan de zware tijdrit kunnen beginnen met het idee: ,Ik ga voor de gele trui'. Nu vertrekt hij om te proberen een opgelopen achterstand weg te werken.”

Wat Zülle op weg naar Verdun gebeurde, kan anno 1993 elke renner overkomen. Toch luidt een wielergezegde dat een ware kampioen heel zelden valt. Nam de Zwitserse renner wellicht enige risico's door de beschutting van de haag kijkers op te zoeken? Of reageert hij als brildrager langzamer, zodat hij zichzelf in noodgevallen pas later kan corrigeren? Een feit is dat de nerveuze Zülle (Saiz: “Zelfs aan tafel zit hij altijd te popelen”) méér tuimelingen maakt dan andere toprenners. Vorige week sloeg hij twee keer tegen het wegdek. In de eerste Tourrit naar Les Sables d'Olonne nam hij hij een van de laatste bochten zo snel, dat hij uit balans raakte en het publiek in reed. De volgende dag rolde de jarige Zwitser bij de bevoorrading over de eveneens jarige Yvon Ledanois heen. Op de op twee na laatste dag van de Ronde van Spanje in mei, verspeelde hij zijn kansen op de eindzege doordat hij te onstuimig een curve in “vloog” en op het gladde wegdek onderuit schoof.

De val van Zülle op de Côte de Douaumont was gisteren uiteraard het sein voor een aantal concurrenten het tempo prompt te verhogen of om aan te vallen. Stephen Roche trok meteen door, de kale Giancarlo Perrini sloot aan, net als Ronan Pensec, Raul Alcala, Armstrong en Dominique Arnould. Het zestal bereikte Verdun licht afgescheiden. Zülle's collega-kopman bij Once, Erik Breukink, handhaafde zich redelijk voorin. De tijdrit van vandaag zal uitwijzen hoe goed Zülle is hersteld. Tour-arts Gérard Nicolet en ploegdokter Nicolas Terrados stelden vanmorgen vast dat hij in de tijdrit van start kon gaan, maar volgens hen slechts op 70 tot 80 procent van zijn kracht de afstand zou kunnen afleggen. De zwakste plek is zijn rechterheup. Wel kon hij weer "normaal' lopen.

Is Zülle niet fit en verliest hij méér terrein dat wordt de druk op Breukink groter. De Nederlander, nog niet voor honderd procent bekomen van een voor de Tour opgelopen knieletsel, wordt dan de enige leider van de Spaanse miljoenenformatie.

In Verdun kreeg Johan Museeuw van de formatie GB-MG zijn tweede gele trui om de schouders. De 27-jarige Belg, afgelopen lente winnaar van de Ronde van Vlaanderen, werd zaterdag klassementsaanvoerder. Museeuw onttroonde zijn ploeggenoot Mario Cipollini (met diens toestemming overigens) door mee te springen met een vluchtgoep van zeven, verder bestaande uit Bjarne Riis, Leonardo Sierra, Bruno Cenghialta, Maximilian Sciandri, Alvaro Mejia en Phil Anderson. De laatste drie behoren tot de equipe Motorola van ploegleider Hennie Kuiper. Het trio blunderde in de slotfase: het hield het tempo hoog in plaats van juist te vertragen en te kiezen voor een spervuur van demarrages. Nu brachten ze Museeuw “in een fauteuil” naar de finish, waar de supersnelle Belg trouwens nog werd verrast door het machtige eindschot van de Deen Riis.

Voor Kuiper was de tiende juli naar zijn zeggen desondanks een feestdag. Hij was weliswaar van oordeel dat zijn formatie “een penalty miste”, maar de winst in het ploegenklassement en de tweede plaats van Mejia in de rangschikking maakte in zijn ogen veel goed. De Colombiaanse klimmer Mejia tweede, dat is opmerkelijk na een dikke Tourweek zonder noemenswaardige cols. De voorsprong van de kleine Zuidamerikaan op de andere berggeiten en ronderenners was ongetwijfeld veel groter geweest, als de ploeg Once zaterdag niet meer dan een uur lang fanatiek jacht had gemaakt op het gezelschap van zeven. Waarom? Om het weer op een massasprint te laten aankomen met een kansloze Laurent Jalabert?

De Spaanse ploegleider Saiz was vast veel meer gediend geweest met juist een grote winst voor de kopgroep. Stel je voor: de vedetten tien minuten achter op de klimspecialst Mejia. In dat geval had Tourfavoriet nummer één Miguel Indurain himself eindelijk eens uit zijn schulp moeten kruipen. Had hij initiatieven moeten nemen om het dreigende gevaar te keren. Het was het Tourspektakel vast zéér ten goede zijn gekomen.