Wapens zijn koopwaar, als elk ander produkt

Tsjechoslowakije had naam als wapenproducent en de twee nieuwe republieken die uit de federatie zijn ontstaan, willen daar graag profijt van trekken. Wapens zijn gevaarlijk in verkeerde handen, maar tenslotte ook koopwaar.

PRAAG, 10 JULI. In januari 1990, twee maanden na de "Fluwelen revolutie', in de tijd dat de denkbeelden over het nieuwe Tsjechoslowakije, de nieuwe democratie, de markteconomie, zich nog op onpeilbare hoogten bewogen, was het een uitgemaakte zaak dat Tsjechoslowakije zijn reputatie als geduchte wapensmid van Oost-Europa vrijwillig zou opgeven. President Václav Havel en minister van buitenlandse zaken Jiri Dienstbier verklaarden in die tijd om strijd dat beëindiging van de wapenexport centraal zou staan in de buitenlandse politiek, en dat de produktie van de wapenindustrie zou worden omgeschakeld naar produkten voor de civiele sector.

Zelfs niet veel langer dan een jaar geleden gaf de federale regering van het land dat toen nog Tsjechoslowakije heette bij herhaling te kennen dat het haar wens was “alle export van zwaar wapentuig” te beëindigen en “de wapenindustrie voorgoed te sluiten”. Een heel comité van federale en republieksministers en defensiespecialisten moest er aan te pas komen voordat tanks, artilleriekanonnen, vliegtuigen of pantservoertuigen in aanmerking zouden komen om geëxporteerd te worden. En dat dan nog alleen naar "veilige' landen.

Sinds de splitsing is er, zowel in Slowakije, waar 60 procent van de wapenindustrie van de vroegere federatie was geconcentreerd, als in Tsjechië, een heel andere wind gaan waaien. Beide landen proberen nu een graantje mee te pikken van de goede naam die het oude Tsjechoslowakije als wapenproducent had. Vorige maand maakte het Tsjechische bedrijf Skoda Pilsen heavy-engineering bekend dat het samen met andere Tsjechische wapenfabrikanten een consortium gaat vormen voor de wapenexport.

De Tsjechische minister van industrie en handel, Vladimr Dlouhý, betitelde de restrictieve politiek die tot dusver gevoerd is als het om wapenexport gaat als "naëf'. “Wapens”, aldus de minister, “zijn koopwaar als elk ander produkt. De export ervan wordt beperkt via een internationaal wettelijk kader, zodat de wapens niet terecht komen bij landen die in oorlog zijn of bij landen die terrorisme steunen. Tsjechië heeft vooral op het gebied van geweren en lichte wapens een voorsprong op andere producenten, dus waarom zouden we niet mogen concurreren op de internationale markt?” Vladimir Suman, voorzitter van de parlementscommissie voor defensie en veiligheid, is het volstrekt eens met de minister.

Pag 4: Niet voor kinderen

“Naar mijn mening is het volkomen gerechtvaardigd dat de Tsjechische republiek wapens exporteert, op twee voorwaarden: de exporteurs moeten zich strikt houden aan de vergunningen die de regering uitgeeft en ten tweede moeten we ons houden aan de internationale overeenkomsten die in VN-verband gelden voor wapenexport.”Maar hoe dit alles nu te rijmen met de idealistische uitgangspunten van 1990, zoals die werden uitgedragen door de man die toen president was van de federatieve staat Tsjechoslowakije en nu president van de Tsjechische republiek is? Gelden de morele bezwaren tegen wapenproduktie en -export dan niet meer?

Suman probeert dat genuanceerd te zien: in die tijd heerste er een soort euforie en leek het erop dat andere landen die wapens produceren eenzelfde houding zouden aannemen. Maar nu al die landen gewoon doorgaan met wapens exporteren kan Tsjechië niet meer achterblijven. “Waarom zouden we onze eigen moeilijke economische situatie nog verder compliceren door dat deel van de markt eenvoudig over te laten aan anderen?”

En hoe is het dan eigenlijk met de conversieplannen uit die tijd gegaan, de plannen om de zwaarden om te smeden tot ploegscharen?

Daarop gaf de eerder genoemde Dlouhý onlangs het antwoord: “Conversie was een geweldig misverstand. Die heeft niets opgeleverd, alleen maar veel geld gekost.”

Zelfs in het centrum van Praag is de bloei van de Tsjechische (lichte) wapenindustrie te zien. In winkels die qua interieur niet onderdoen voor dat van de duurste sportzaken, kun je het allemaal kopen: de Combat 9 mm Luger, de Colt Anaconda 44, de Javelina 10 mm en hoe ze allemaal nog meer mogen heten. Bijna alles afkomstig uit de Tsjechische wapenfabriek in Brno. De koper van een vuurwapen hoeft alleen maar een doktersverklaring bij zich te hebben dat hij psychisch gezond is, en voor een bedrag van 10.000 kronen (660 gulden) kan hij zich de bezitter noemen van een dodelijk schiettuig. Toegang voor kinderen beneden tien jaar is echter verboden.