"Voor het hockey is weer een jaar verloren gegaan'

KUALA LUMPUR, 10 JULI. Marc Delissen, 28 jaar, 181 interlands, constateert in Kuala Lumpur dat “er dus eigenlijk niets is veranderd”. De Nederlandse hockeyers speelden bij de Olympische Spelen in de troostfinale. En nu bij het toernooi om de Champions Trophy wederom. “Iedereen sprak schande van die vierde plaats in Barcelona, maar er is niets gebeurd. Er is weer een jaar stilgezeten”, aldus de aanvoerder.

Het is alweer drieëneenhalf jaar geleden dat Oranje in Lahore de wereldtitel veroverde. Weet Delissen, toen ook al de captain, de datum nog wel? “De 23ste februari, dacht ik. Het was in ieder geval op een vrijdag.” Hij heeft gelijk. “Mijn eerste herinnering aan die finale is dat we tien minuten voor tijd met 3-1 voor stonden en dat we als het ware over het veld zweefden. We hadden alle tijd voor die 70.000 mensen op de tribune, want we wisten dat we wereldkampioen zouden worden.”

Er zijn nog vier spelers van dat gedenkwaardige kampioenschap over, inclusief Delissen. Bovelander wordt straks de vijfde. Maar Nederland moet met de grootste hockeybond ter wereld in staat worden geacht met goede opvolgers te komen. Is het daarom eigenlijk geen schande dat Oranje nu niet verder komt dan de derde of vierde plaats? Delissen: “Een schande wil ik het niet noemen, maar we zouden wel vaker een gouden plak moeten halen.”

Delissen vindt dat er is verzuimd het peil van de nationale competitie te verbeteren. Ondanks dat met name ex-bondscoach Hans Jorritsma daar al voor het behalen van de wereldtitel voor heeft gepleit. “We zouden zo'n situatie moeten hebben als bij de voetballers”, stelt Delissen. “Die komen een paar dagen voor een interland bij elkaar in Noordwijk of zo en dan hoeven ze niets anders meer te doen dan afspraken te maken over corners en vrije trappen. Wij moeten bij het nationale team echt trainen om beter te worden, om internationaal mee te kunnen komen. Keihard trainen, wekenlang.”

Instellen van play-offs is volgens Delissen een manier om tot een hoger competitieniveau te komen. Het zal meer belangrijke wedstrijden opleveren, voorspelt de HGC'er. Komend seizoen zal er echter niets veranderen. De bond besloot na raadpleging van de verenigingen geen play-offs in te voeren. “Dat is belachelijk, heel irritant”, vindt Delissen. “Op zulke momenten heb ik echt het gevoel dat ik met een hobby bezig ben. Die play-offs komen er toch een keer. Waarom zou je ze dan niet meteen invoeren? Het heeft ook met de uitstraling van je sport te maken, op play-offs komt veel publiek af, tv. Dat heb je nodig.”

Ook is Delissen van mening dat de KNHB een ideale gelegenheid heeft laten liggen om na het behalen van de wereldtitel bij zowel de mannen als de vrouwen in 1990 het hockey bij de mensen te verkopen. Ook hij had, bijvoorbeeld, graag door het hele land revanchewedstrijden tegen Pakistan willen spelen. “Toen hadden we Nederland hockeygek moeten maken.” Wel trokken de internationals individueel met de wereldcup naar verenigingen in de provincie. Delissen lacht als het onderwerp ter sprake komt. “Bart Looije (keeper, red) is vier keer met die beker bij een club geweest. Hij kon het geld gebruiken. Je kreeg honderd gulden van de bond, honderd van de club en vijftig als onkostenvergoeding. Maar Bart was er in Lahore nog helemaal niet bij! Begrijp je wat ik bedoel?”

Captain Delissen zegt ervoor te willen waken dat hij alleen maar negatief overkomt in de richting van de hockeybond. Stelt dat op financieel gebied alles goed is geregeld. “Vroeger was er niets”, herinnert rechtenstudent Delissen, die in 1984 debuteerde tegen Ierland. Nu, rekent hij voor, krijgen de internationals een bijdrage van zo'n 3500 gulden per jaar. “Daarmee doet de bond het maximale. Vergeet niet dat het om veertig mensen gaat, de mannen, de vrouwen, begeleiding. Veertig maal 3500.”

Hockey is en blijft een pure amateursport. Afgezien van een contractje bij een stickfabrikant valt er voor de topspelers momenteel alleen wat te verdienen bij een paar clubs in België en Frankrijk. De Pakistaanse topspeler Wasim Feroze zal komend seizoen in de Franse competitie hockeyen. Delissen werd benaderd door het Belgische Rasante. “Ik kon voor hockeybegrippen verschrikkelijk veel geld verdienen.”

Hij sloeg het aanbod daar te gaan spelen toch af. Hij wil zijn club HGC niet in de steek laten en met een overgang naar Rasente, slechts een tweedeklasser, zou hij bovendien zijn plaats in het Nederlands elftal in gevaar brengen. En hij ziet ondanks het missen van de finale in Kuala Lumpur toekomst in de huidige groep. “Met Bovelander, Poortenaar en misschien Crucq erbij is er een goed team te maken. Wat denk je wat voor een dreiging er van de strafcorner uitgaat met Bovelander en Van den Honert naast elkaar?”

Misschien, stelt Delissen, komt het nog wel eens van zo'n transfer naar België. Voorlopig gaat hij bij Rasante een aantal trainingen per jaar verzorgen. “En ze vroegen ook of ik weleens een oefenwedstrijdje wilde meespelen. Dat is geen probleem, heb ik gezegd.” Twee keer trof hij de voorzitter van Rasante in een hotel. Delissen leek voor even een profvoetballer. “We hebben gewoon een kop koffie gedronken. Het waren normale gesprekken. Ik ben er in mijn kloffie naar toe gegaan. Alleen. Hij was ook in zijn eentje, een hele aardige man. Hij heeft me een beetje gepolst.”

Marc Delissen is inmiddels een routinier. Hij is alweer ruim vier jaar aanvoerder van Oranje en werd Europees- en wereldkampioen. Toch kan hij zich nog steeds mateloos ergeren aan kritiek. “Ik hoef maar één verkeerde pass te geven en er wordt geroepen dat ik te oud ben.” Hij leest het, hij hoort het, altijd via via. “Er heeft nog nooit iemand tegen mij gezegd: jij bent een lul of jij bent een waardeloze speler. In mijn gezicht is iedereen aardig tegen me, tot aan de koffiejuffrouw van Kampong toe.”

Hij heeft nu weer met verbazing een interview met Gijs van Heumen, de nieuwe technisch coordinator van de KNHB (per 1 augustus), gelezen. Daarin stelt de Brabander dat het huidige hockey persoonlijkheden mist. Delissen voelt zich aangesproken. “Wie kan hij anders bedoelen? Niet de spelers die maar een paar interlands hebben gespeeld. Dus Van den Honert, Bovelander, Brinkman en Delissen.” Hij vindt het “een loze, domme opmerking” van Van Heumen. “Hij toont daarmee geen enkel respect voor de prestaties die we voor Nederland hebben geleverd. Dat kan hij toch op zijn minst hebben. En die man is nog niet eens met zijn werk begonnen.”

Delissen beaamt dat er momenteel geen Ties Kruize of Tom van 't Hek in het hockey rondloopt. “Maar de tijden zijn anders. Een persoonlijkheid of een held wordt door de mensen gecreëerd. En die beleven het anders dan vroeger. Toen ik vroeger Ties Kruize om een handtekening vroeg, stond ik hem daarna nog tien minuten aan te gapen. Wij waren helemaal idolaat van die kerels. Nu krijgt zo'n jongen een krabbel van Bovelander, maakt een opmerking en gaat vervolgens weer achter zijn gameboy of videorecorder zitten.”