Succesverhaal over strijd tegen de RAF werd griezelverhaal

BONN, 10 JULI. “Dit was een groot succes”, zei de Duitse procureur-generaal, Alexander von Stahl, begin vorige week over de lang geplande arrestatie van twee RAF-verdachten op het station van Bad Kleinen (27 juni). “We moeten nu van een toegespitste veiligheidssituatie uitgaan (..) en ook weer gerichte moordaanslagen vrezen”, zei Eckhart Werthebach, president van de binnenlandse veiligheidsdienst (BfV), eergisteren in het weekblad Stern.

In de tien dagen tussen deze beide uitspraken zijn Stahl (FDP) en minister van binnenlandse zaken Rudolf Seiters (CDU) afgetreden. Eindelijk succes, na vele jaren tegenslagen in het gevecht met de RAF en alle nederlagen van Westduitse inlichtingendiensten tegen de DDR-concurrentie?

Niks succes. Duitsland vraagt zich, dagelijks daarin gesterkt door de media, eigenlijk nog maar één ding af: is één van de verdachten, de 40-jarige Wolfgang Grams, geëxecuteerd in dat Mecklenburgse stationnetje? Via een schot door het hoofd, dat welbewust werd afgevuurd uit zijn wapen, terwijl hij al zwaargewond en weerloos op de rails lag? Met als vervolgvraag intussen: had de vorige zondag afgetreden Seiters, die zo kordaat-terecht alvast zijn politieke verantwoordelijkheid nam, daarover toen al zijn vermoedens? Uiteindelijk had het weekblad Der Spiegel de zaterdag voor Seiters aftrad voor twee dagen erna een omslag-artikel aangekondigd waarin een politieman/getuige over zo'n executie sprak.

Ook anderszins is het aanvankelijke succesverhaal in zijn tegendeel verkeerd en een soort nationale horror-story geworden. Het sinds de bevrijding van een gekaapt Lufthansa-vliegtuig in Mogadishu (1977) beroemde elitecommando van de grenspolitie - de GSG-9 - heeft voor het eerst weer met scherp geschoten. Of, in woede en paniek over een bij zijn actie-debuut doodgeschoten 25-jarige collega, um sich geballert, zoals Duitse kranten het omschrijven. Dat is heel slecht bekomen.

De ruim 200 man sterke GSG-9 is nu zwaar in opspraak en wordt zelfs met opheffing bedreigd. De landelijke recherche (BKA) en de dienst van de met terrorismebestrijding belaste procureur-generaal hebben dagenlang met elkaar gewedijverd in het geven van verkeerde informatie, mede om elkaar zoveel mogelijk de schuld te kunnen geven voor wat er in en na Bad Kleinen mis ging. De Bondsdag is razend, minister van justitie Sabine Leutheusser-Schnarrenberger (FDP) en de eerst wegens een "kuur' een week lang onvindbare BKA-chef Hans-Ludwig Zachert wankelen het weekeinde in.

Bij alle woede, spot, ongerustheid en geharrewar over "Bad Kleinen' is er één aspect dat nog maar weinig aandacht had gekregen. Namelijk dat nu ook vrijwel vaststaat dat de voorzichtige pogingen om in het verenigde Duitsland tot een soort convenant te komen met de Rote Armee Fraktion, althans met de leden van haar harde kern, die langdurig gevangen zitten, en via hen met volgende RAF-generaties "buiten', een geweldige klap hebben gekregen. Deze verzoening, die op zichzelf ook tot de (interne) normalisering van Duitsland gerekend zou kunnen worden, lijkt sinds twee weken de praktische waarde van een sprookje te hebben gekregen.

Het gaat hier om de voorzichtige en omstreden pogingen, sinds 1990, van onder anderen bondspresident Richard von Weizsäcker, minister Klaus Kinkel (FDP, eerst tot mei '92 justitie, nu buitenlandse zaken) en het ex-Bondsdaglid Antje Volmer (Groenen) om langdurig gevangen RAF-leden in aanmerking te laten komen voor vervroegde invrijheidstelling in ruil voor het afzweren van geweld. In die pogingen zat, ondanks verzet van de CDU/CSU-fractie in de Bondsdag en bij de meeste deelstaatregeringen (of die nu door de SPD of de CDU/CSU geleid worden), en ondanks protesten van nabestaanden van RAF-slachtoffers, wel enig perspectief.

Want gevangen RAF-leden hadden vorig jaar zomer duidelijk gemaakt dat zij, zonder hun bezwaren tegen de “burgerlijk-kapitalische Bondsrepubliek en haar militair-industrieel complex” op te geven, wel bereid waren om geweld tegen mensen af te zweren. Althans op voorwaarde dat er - bij arrestaties - geen RAF-doden zouden vallen. “Als u ons (..) niet laat leven moet u weten dat uw elite ook niet zal leven. Ook al zou dat niet ons belang zijn: oorlog kan alleen met oorlog worden beantwoord”, heette het namens de gevangen oudere RAF-generaties. Dat medestanders "buiten' het daarmee eens waren, bleek in maart jongstleden toen een RAF-commando in een technisch perfecte actie met van afstand bediende explosieven een splinternieuwe, nog ongebruikte gevangenis bij Darmstadt opblies nadat het aanwezige personeel eerst naar buiten was gehaald. Schade 100 miljoen mark, gevangenis verwoest, maar geen slachtoffers.

In de geschiedenis van de RAF en in het veelgemaakte verwijt aan Duitsland dat het aan zijn rechteroog blind is voor radicaal geweld liggen twee redenen waarom het jammer is, dat die pogingen van Weiszäcker c.s. vorige week zondag hun tenminste voorlopig einde hebben gevonden. Het vaak gemaakte, historisch verklaarbare, verwijt dat justitie en politie er (nog steeds) minder tegen extreem rechts dan tegen extreem links ondernemen, stijgt niet zóver uit boven een heersend en graag gehanteerd vooroordeel. Het houdt er bijvoorbeeld geen rekening mee dat extreem links doorgaans georganiseerd en dus herkenbaar en infiltreerbaar is, terwijl het dagelijkse, angstig-botte extreem-rechtse geweld tegen buitenlanders veelal "spontaan' wordt gepleegd door dronken en ongeorganiseerde minderjarigen. Dat maakt wat uit in het federale Duitsland met zijn zestien deelstaten, waar politie (BKA) en justitie (Karlsruhe) alleen gecentraliseerd zijn in de strijd tegen georganiseerd terrorisme en zware criminaliteit.

De stamboom van de RAF gaat terug tot 1967, toen de Vietnam-oorlog woedde en de door de VS in het zadel gehouden sjah van Perzië in West-Berlijn op bezoek kwam. Het (sociaal-democratische) stadsbestuur liet de politie dom, in elk geval zeer hardhandig, optreden tegen de demonstranten en nieuwsgierigen op straat. Daarbij kwam de "nieuwsgierige' student Benno Ohnesorg om het leven als "toevallige' martelaar. In de Bondsrepubliek vormden CDU en SPD destijds een grote, bijna apolitieke coalitie (tot '69), wat de uiterst linkervleugel van de studentenbeweging (de SDS van Rudi Dutschke) inspireerde tot een hevige buitenparlementaire oppositie (APO).

De beweging van 1968 die de hele Westerse wereld kende en die mede als motto had "Kan de oudere generatie nu eindelijk eens een stap opzij doen?', had in de Bondsrepubliek nog een tweede lading. Kortweg deze: willen de ouderen, al die mannen en vrouwen die achter Hitler aangelopen hebben en die in de late jaren veertig dank zij de Koude Oorlog praktisch zonder slag of stoot de democratie en de integratie in de veilige kapitalistische Westelijke wereld (opgelegd) kregen, nu eindelijk eens komen afrekenen? De APO, de Baader-Meinhofgroep en - tot vandaag - de Rote Armee Fraktion mogen zo gezien de gelovige kinderen en kleinkinderen van 1968 heten. De RAF, voor wier terroristische acties menigeen wel eens bijziende was aan het linkeroog, bestond voort in volgende generaties, die zich door een jarenlange reeks moordaanslagen op leden van het politieke en kapitalische establishment deden gelden. Laatste, zeer trefzeker gekozen slachtoffers in die reeks: Alfred Herrhausen, chef Deutsche Bank ('89) en Detlev Rohwedder, president Treuhand-instituut ('91).

Het is zomer, maar wie aan de geschiedenis van de RAF denkt moet vrezen dat het eigenlijk ook weer een beetje herfst is in Duitsland. Zoals Deutschland im Herbst was geraakt na de zelfmoorden van de RAF-topleden Gudrun Ennslin, Carl Raspe en Andreas Baader in de gevangenis van Stuttgart-Stammheim in '77, nadat de GSG-9 in Mogadishu het gekaapte Lufthansa-vliegtuig had bevrijd waarmee het RAF-trio had moeten worden vrijgechanteerd. Toen in Duitsland voor jaren de zogeheten bleierne Zeit begon, waarin het hardnekkig bleef heten dat Baader en Co door de justitie waren vermoord. Jaren waarin schrijvers als Heinrich Böll en Günter Grass zich, ook elders in Europa, bij links bemind en bij rechts gehaat maakten door soms genuanceerd over de gedachten (niet: de daden) van de RAF te spreken.

Het is 25 jaar na 1968, de toenmalige student Clinton is president van de VS, Nieuw Links is in Nederland voer voor historici, de Sovjet-Unie bestaat niet meer en de kleinkinderen van Willy Brandt zijn in de SPD bijna uitgeworsteld. Maar de schoten in Bad Kleinen zouden de RAF tot een nieuw gewelddadig leven gewekt kunnen hebben. Wie daaraan twijfelde is gisteren door de RAF-brief aan het persbureau AFP te Bonn ruw wakkergeschud: wij beschouwen "Wolfgang' als vermoord en de oorlog als heropend.

Kans op enige vorm van verzoening met de RAF is voorlopig verkeken