Studenten komen met alternatieve studiebeurs

UTRECHT, 10 JULI. De Landelijke Studentenvakbond LSVb heeft het profijtbeginsel als basis genomen voor een alternatief stelsel van studiefinanciering. Wie veel van zijn studie profiteert - wat blijkt uit een hoog inkomen - moet meer terugbetalen dan iemand die na zijn afstuderen niet zoveel verdient.

Ook moet een langstudeerder meer terugbetalen dan wie kort over de studie heeft gedaan. Tijdens de studie ontvangt elke student even veel geld. Komende week presenteert de vakbond het alternatief officieel.

De kern van het alternatieve stelsel van de LSVb is vastgelegd in zeven punten, waarvan financiële onafhankelijkheid van de ouders en het profijtbeginsel de belangrijkste zijn. Elke student van 18 jaar en ouder heeft recht op een even hoog bedrag, namelijk 700 gulden per maand.

Het geld dat nodig is voor dit stelsel, moeten in de visie van de LSVb overheid en afgestudeerden samen opbrengen. Er moet een fonds komen waarin de overheid geld stort en de afgestudeerden de rest. De afgestudeerden betalen een onderwijsbijdrage. Dat is 6,25 procent van hun salaris, te betalen gedurende een periode die drie maal zo lang is als het aantal jaren dat gestudeerd is.

Volgens de berekeningen van de LSVb moeten afgestudeerden gemiddeld 5.250 gulden terugbetalen voor elk jaar dat zij ingeschreven hebben gestaan. Omdat ze over de terugbetaling van een gestudeerd jaar drie jaar mogen doen, betekent dat een gemiddeld bedrag van 1750 gulden per jaar. Wie veel verdient betaalt meer, wie weinig verdient betaalt minder en wie minder verdient dan 20.000 gulden per jaar hoeft niets terug te betalen.

Het plan van de LSVb betekent een veel geringere schuldenlast voor de afgestudeerden dan het bestaande stelsel. Minister Ritzen van onderwijs heeft steeds gezegd dat hij alternatieve ideeën van de vakbond serieus zal nemen. De bond had haar plannen dan ook graag meteen naast die van de minister gelegd, maar Ritzen heeft de presentatie van zijn bezuinigingsvoorstellen, die hij al bij de voorjaarsnota aankondigde, uitgesteld tot de begroting van 1994. (ANP)