Lubbers zet "hangpunten' begroting '94 uiteen; Kabinet wil niet alleen bezuinigen maar ook investeren

DEN HAAG, 10 JULI. “Geen gemakkelijke bespreking”. Zo typeerde premier Lubbers gisteren het overleg in de ministerraad over de begroting voor volgend jaar. Een weeklang heeft de ministerraad nu gesproken over de uitgaven voor 1994, volgende week moeten de knopen worden doorgehakt.

De “bilateraaltjes” van een vakminister met de minister van financiën en de premier wil het kabinet niet meer. De ministers willen "en groupe' praten en beslissen want in bilaterale gesprekken schuilt het gevaar dat een vakminister apart onder flinke druk wordt gezet, en diens weerstandsvermogen uiteindelijk wordt gekraakt. Lubbers somde gisteren de "hangpunten' op die volgende week als het zwaard van Damocles boven de ministers hangen: de kosten voor asielzoekers, de kosten voor de EG, de kosten voor vredesoperaties en de noodzaak voor meer cellen. Lubbers en Kok willen geen hogere belasting, dus moet de financiële ruimte uit bestaande uitgaven komen.

Volgens een hoge ambtenaar klonk er dan ook “een zucht van verlichting” in de Trêveszaal toen Kok in de ministerraad nog een keer herhaalde dat hij een belastingtegenvaller van 2,4 miljard gulden volgend jaar niet wil compenseren met een extra bezuinigingsronde. Volgens Kok is dit “verantwoord” gezien de tegenvallende economische ontwikkeling. Door de conjuncturele achteruitgang zouden extra bezuinigingen de recessie verdiepen, zo meent Kok. Het kabinet praat niet alleen over bezuinigen, maar ook over investeren. “Een minder orthodoxe kant van het overleg”, zo noemde Lubbers de investeringsimpuls waarbij - na flink aandringen van Nederland - een helpende hand komt uit de structuurfondsen van de EG.

Topambtenaren die het kabinet hebben geadviseerd over de Miljoenennota 1994 zijn het met Kok eens. “De grenzen van wat bestuurlijk mogelijk is” zouden kunnen worden overschreden als tegenvallende inkomsten worden gecompenseerd door extra bezuinigingen, zo schrijft de Centrale Economische Commissie (CEC) in een vertrouwelijke notitie.

De belangrijkste ambtelijke adviseurs van het kabinet vinden wel dat alle overschrijdingen bij de rijksuitgaven moeten worden compenseerd met extra bezuinigingen. Zo wordt de geloofwaardigheid van het beleid behouden, menen de topambtenaren. “In de huidige fragiele economische situatie is het van het grootste belang dat vertrouwensverlies wordt voorkomen.”

De topambtenaren vinden ook dat de extra uitgaven die het gevolg zijn van een stijging van de werkloosheid moeten worden gecompenseerd. Kok wil die uitgaven niet “vertalen in additionele bezuinigingsvoorstellen”. In de zogenoemde Hangpuntenbrief berekent Kok dat de toename van de werkloosheid leidt tot bijna één miljard gulden extra uitgaven in de sociale zekerheid.

Het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering stijgt volgend jaar met 70.000 personen tot 720.000. “Een naoorlogs record”, concludeert minister Andriessen (economische zaken) in een gisteren gepubliceerd artikel in Het Financieele Dagblad. “De werkloosheidsdaling die we in de afgelopen zeven jaar hebben gerealiseerd, is dan praktisch weer verdwenen.” De situatie noopt volgens Andriessen tot het nemen van “helaas moeilijke maatregelen” want “als het waterpeil zakt, komen de wrakken boven water”.

De minister van economische zaken wil daarbij het verschil tussen werken en niet-werken vergroten. De midden- en hogere inkomens verdienen volgens hem netto “relatief weinig” als gevolg van belasting en sociale premies. Meer financiële prikkels bevordert “de creatie van werkgelegenheid”.

De visie van de CDA-minister staat haaks op het streven van PvdA-leider Kok en de PvdA-fractie. Volgend jaar daalt de koopkracht van de sociale minima met ongeveer 3,7 procent. Mensen met een modaal inkomen (40.000 gulden) zien hun koopkracht met 2,0 procent afnemen en twee keer modaal 1,3 procent.

Kok streeft ernaar om “de onvermijdelijke achteruitgang gelijkmatig voor hoge en lage inkomens te spreiden”. De PvdA-fractie eist dat de koopkracht van de minima niet méér zal dalen dan de koopkracht van mensen met een inkomens van twee keer modaal. Volgens de PvdA-fractie geldt “gelijk is gelijk” als een wet van Meden en Perzen en moet het kabinet de verschillen rechttrekken, zelfs als ze nog gering blijken. Als dit niet lukt is “het sociaal profiel ernstig aangetast” en “is deelname aan het kabinet niet meer te verdedigen”, meent PvdA-fractiewoordvoerder Van Zijl. Minister Andriessen stoort zich kennelijk aan de nivellerende toonzetting van het PvdA-standpunt. Hij hecht meer belang aan het "economisch profiel'.

Volgende week - uiterlijk zaterdag - wil het kabinet de besprekingen over de uitgaven-kant van de rijksuitgaven afronden. Na de vakantie komen de inkomsten van het rijk aan de orde en begint het politieke steekspel over het zognoemde koopkrachtplaatje, dat elke partij pretendeert te vermijden maar toch steeds weer hanteert voor de eigen achterban.