LONDEN

Hoewel het pond iets omhoog gaat en de hotels in Londen nog duur zijn, naar verhouding, kan men toch, indien men de verschillende "Stedenaanbiedingen' bij de reisbureaus goed uitpluist, voor een redelijk bedrag naar Londen - en er hoeft geen weekend in te zitten. Zojuist is het goedkope seizoen aangebroken en men kan dus nog net het staartje van de SALE meemaken. Wat bij de ene tour-operator piek-uren zijn, zijn bij de andere juist goedkope dagen. Er hoeft vaak ook geen zaterdagavond in te zitten, en het vliegen via Rotterdam is soms voordeliger.

Wie echt durft kan zelf gerenommeerde hotels opbellen en vragen naar speciale tarieven: als ze niet vol zijn willen ze van alles. Een hotelmanager vertelde me dat hij 52 verschillende tarieven gebruikte voor de kamerprijs, variërend van 365 gulden tot 49 gulden. Het St. James Court Hotel zit in een van die pakketten, zeer centraal (de meeste tennissterren van Wimbledon logeerden er, dus de binnenplaats stond vol met nieuwe Rovers, de Official Tournament Car, waarmee ze heen en weer gereden werden. Maar ik ging niet naar tennis, ik ging naar het Theater, want dat is dit seizoen weer iets aangetrokken).

Ik zag alleen "oude' stukken, te beginnen met The Importance of Being Earnest, een van de bekendste stukken van Oscar Wilde, die tijdens de première, in 1895, een briefje van de Markies van Queensberry kreeg (de man die de boksregels bedacht) waarin deze hem betichtte een "somdomite' (sic) te zijn, waarmee Wilde's afgang ingeluid werd. Hij zou vijf jaar later in Parijs sterven en een van zijn "laatste woorden' luidde: ""It's that wallpaper or me - one of us has to go.''

De ster in "Earnest' is Dame Maggie Smith, met twee Oscars op haar schoorsteenmantel. Ik zag haar het laatst, met Edward Fox, in Interpreters, een paar jaar geleden en ditmaal laat ze weer eens zien hoe light comedy haar ligt. Men speelt het stuk in de taal van de tijd, waarbij bijv. "absolutely' op dezelfde manier wordt uitgesproken als "suit' en "beautiful'. De drie prachtige decors van Bob Crowley oogstten telkens applaus als het doek opging. Ze behoren tot de mooiste decors die ik in Engeland zag. Elk decor loopt schuin omhoog van links naar rechts en zowel de flat in Half-Moon Street als de tuin van de Manor House veranderden halverwege dramatisch van kleur op een uiterst gedurfde en geslaagde manier. U moet snel zijn, want het loopt nog maar 5 weken.

Ook de moeite waard is Present Laughter, het stuk dat Noel Coward vlak voor de oorlog voor zichzelf schreef: ""With the eminently sensible object of providing me with a bravura part.'' Na hem schitterden o.a. Albert Finney, George S. Scott en Peter O'Toole in de titelrol, en nu is dat Tom Conti, de Schots/Italiaanse acteur uit Glittering Prizes. Hij regisseerde zichzelf als de egocentrische maar geestige "dressing-gown'-acteur uit de vijftiger jaren (twintig jaar later dan het stuk aangeeft). Hij heeft de vrouwelijke hoofdrol een Russisch accent gegeven en het einde herschreven, tegen de zin van veel critici, maar de bezetting is zeer sterk met Judy Loe en Gabrielle Drake en een must voor Conti-liefhebbers, omdat hij alle maniertjes, stemmetjes en gebaartjes gebruikt die hij in huis heeft. Hij kan ook goed "schmieren', wat een stuk als dit best kan gebruiken. Hij ging niet zo ver als de vorige keer dat ik hem zag, toen hij me aansprak vanaf de bühne, maar dat was toen ook een matinee.

Misschien het beste stuk van de drie die ik zag was Terence Rattigans Separate Tables, bij ons ook bekend van de versie met David Niven. Rattigan deed zichzelf voorkomen als een playboy. Hij reed in een Rolls Royce met "eigen' nummerplaten, was lid van de Garrick Club en liet zijn haar knippen bij de kapper des konings. De 25.000 pond die hij verdiende met zijn eerste stuk, French without Tears, vergokte hij in drie weken aan de Rivièra. Hij bedacht een figuur, Aunt Edna, die de rijke bourgeoisie verpersoonlijkte. ""Aunt Edna does not appreciate Kafka'', schreef hij. ""She is upset by Picasso.'' Op haar zou, denk ik, later Barrie Humphries "Dame Edna' boetseren. Beide hoofdrollen uit het stuk, opgedragen aan zijn moeder, zijn op bekenden van Rattigan gebaseerd. Hij ontmoette de mannequin Jacky Dawney via Laurence Olivier en het schandaal van de "major' sloeg in werkelijkheid op John Gielgud, Rattigans grote held (overigens niet zo desastreus voor Gielgud als in het stuk wordt gesuggereerd). Het stuk is haast nooit in Nederland opgevoerd, ook niet door amateurs, omdat het zo uiterst Engels is, met toestanden die we hier eenvoudigweg niet herkennen.

Peter Bowles, bekend van de televisie-serie To the Manor Born, met Penelope Keith, speelt de beide hoofdrollen. De vrouwelijke hoofdrol is voor Patricia Hodge, Best Actress toen ze LAMBDA verliet. De bekende chirurg uit Doctor in the House, Ernest Clark, speelt de andere, oudere man in het stuk. Rosemary Leach, Best Actress Award in het bekende stuk 84 Charing Cross Road, naar het boek van Helen Hanff, doet de kwaaie mrs. Railton-Bell. Hoewel de algemene opinie is dat Peter Hall, haast de bekendste Britse regisseur - 15 jaar lang leider van het National Theatre en de oprichter van The Royal Shakespeare Company - niet op zijn best is in komedies, zal deze voorstelling die deze week in première gaat, veel lof oogsten. Vooral Bowles is ontroerend als de ongelukkige major Pollock, in een zeer ingehouden vertolking.

Musicals? City of Angels heeft goede kritieken. Aardig voor als u van de vijftiger jaren muziek van Cy Coleman houdt, de man die Big Spender componeerde en If My Friend Could See Me Now, beide uit Sweet Charity (4 Tony Awards). Het libretto is van Larry Gelbart, die Tootsie schreef. Aardig, wat ingewikkeld, maar very very Hollywood Private Eye in de klassieke zin. Martin Smith, een van de twee leads, heeft in zowat alle musicals hoofdrollen gespeeld. Niettemin, geen must.

Londen wel. "Dat sowieso', zou Kees Brusse zeggen.