Het nabije Vladivostok

MINDER DAN VIJF JAAR geleden hing er in de wereld nog een IJzeren Gordijn.

Het scheidde de drie blokken hardhandig en knelde dus. Nu is er geen socialisme en geen IJzeren Gordijn meer. De Europese Veiligheidsconferentie (CVSE) telde vroeger 35 lidstaten. Nu is zij 52 leden sterk. Dat lijkt mooi. Maar het blijkt alleen maar harder te zijn gaan knellen. Wat aanvankelijk pluriformiteit moest worden, is namelijk op fragmentatie uitgedraaid. Het oude Tsjechoslowakije bestaat nu uit twee landen, het oude Joegoslavië uit vijf en de oude Sovjet-Unie uit vijftien. Daarmee is het proces van soevereinisatie echter niet geëindigd. Vooral in het oude Sovjet-rijk gaat desintegratie ongestoord door. Eerst moest Tsjetsjenië onafhankelijk worden, daarna riepen de linker Dnjestr-oever, Abchazië, Nagorny Karabach, Sacha, Tatarstan, Basjkirstan, Kalmukië, Toeva en nog vele andere zich tot onafhankelijke republieken uit. Sterker, zelfs daar waar binnen de Russische Federatie geen onderdrukte etnische of religieuze minderheden door het verlangen naar echte soevereiniteit besmet zouden kunnen raken, begint het virus van de onafhankelijkheid nu toe te slaan: na de districten Sverdlovsk en Vologda heeft ook de regio rondom Vladivostok zich deze week bijvoorbeeld tot republiek uitgeroepen. Ook deze nieuwe republieken - puur Russische republieken binnen Rusland - willen onder de vleugels van een ver centrum vandaan. Zij het meer om economische redenen dan om politieke, zij het meer uit tactische overwegingen dan uit strategische wijsheid. Zelfbeschikking is volgens hen niettemin net zo één en ondeelbaar als voor de niet-Russische volkeren binnen het eens zo hechte imperium.

HET UITEENVALLEN van het Oosten is tot op zekere hoogte een onontkoombare fase. Het is de herhaling van een historisch proces dat in het westen van Europa en in het Ottomaanse rijk een eeuw of meer in beslag heeft genomen. Maar in het Oosten voltrekt zich dit proces in een razendsnel tempo.

De broeierige, rumoerige en naar haar vormen en grenzen zoekende post-communistische wereld gaat met de dag meer bestaan uit mini-naties en stadstaatjes die geen burgerlijke maatschappij kenden en kennen. Onafhankelijkheid valt immers binnen één dag uit te roepen en een oorlog is ook nog wel in een paar jaar te winnen of te verliezen. Elke fase gaat voorbij. Dit woeste nationalisme en lokale patriottisme zal wellicht ook langzaam maar zeker wijken voor datgene waar het ook in het Westen voor week: het besef dat economische en politieke samenwerking op den duur meer vruchten afwerpt en beter de vrede garandeert dan de afzondering achter hermetisch gesloten grenzen.

Toch is het een onrustige gedachte dat de zucht naar staatkundige en economische onafhankelijkheid thans ook begint over te slaan naar gebieden in Rusland die niets anders te verdedigen hebben dan hun primaire materiële belangen. Niet omdat eigenbelang niet oirbaar zou zijn, maar omdat deze vorm van versplintering het economische herstel van Rusland niet bevordert en het toch al zo gekrenkte Russische nationalisme in Moskou bovendien alleen maar kan provoceren.

DE RECENTE onafhankelijkheidsverklaringen van de parlementen in Jekaterinaburg en Vladivostok mogen dan vooral tot doel hebben om een plekje aan het schaakbord te veroveren en het politieke proces in Rusland mag zijn eigen, voor ons soms onbegrijpelijke dynamiek hebben, de simultaanséance in dit onoverzienbare rijk is inmiddels zo groot geworden dat niemand kan voorspellen welke invloed de partij aan het eerste bord op het laatste bord heeft. Vladivostok zou daarom wel eens dichterbij kunnen zijn dan de atlas suggereert.