"Gemeente Azelo wil vluchtelingen, maar dan witte'

AZELO/ZEEWOLDE, 10 JULI. Terwijl naar het lijkt heel Nederland op zoek is naar onderdak voor asielzoekers staat in het Twentse Azelo al enige tijd een opvangcentrum voor 275 ontheemde Joegoslaven bijna leeg. Slaap- en eetzalen, sanitaire en medische voorzieningen, alles is piekfijn in orde. Veertig betaalde medewerkers en dertig vrijwilligers staan in de startblokken. Maar Azelo behoort niet tot de oplossingen die minister d'Ancona vrijdagmiddag aankondigde ter leniging van de nood.

Het blijft zeker tot 22 juli stil in het dorp, want pas dan besluit de gemeenteraad of het in plaats van de Joegoslavische ontheemden asielzoekers in huis neemt. Azelo heeft een "verleden'. Vorig jaar ontstond er grote paniek onder de 300 inwoners van de gemeenschap toen WVC er een asielzoekerscentrum bleek te willen vestigen. De gemeenteraad kwam uiteindelijk met het ministerie overeen dat er enkel ontheemden worden ondergebracht. Maar om allerlei redenen is de stroom vluchtelingen uit Joegoslavië aan het opdrogen en nu zijn slechts 40 van de 275 bedden in het voormalige jongensinternaat bezet. Wethouder B. Eshuis wil de afwijzing van de bevolking niet als "vreemdelingenangst' zien. “Er is gewoon geen draagvlak voor een asielzoekerscentrum”, zegt hij. Volgende week gaat de gemeenten opnieuw de stemming peilen.

In het nauwelijks 100 kilometer verderop gelegen Zeewolde moet je de medewerkers van Vluchtelingenwerk Nederland op vrijdagmiddag even niet aan die situatie herinneren. Een schande vinden ze het. “Weet je wat het verschil tussen ontheemden en asielzoekers is?” vraagt een van de vrijwilligsters. “De kleur. In Azelo willen ze wel vluchtelingen, maar alleen witte. Zo is het.” Buiten staan op dat moment zo'n 40 niet-blanke asielzoekers uit Somalië, Iran, Irak en Joegoslavië te wachten op wat komen gaat. Jongens, mannen, vrouwen met kinderen van enkele maanden. Sommigen hebben al twee maal overnacht in de bus buiten het Opvang Centrum. Abas, een 28-jarige Iraniër is een van hen. Hij is moe, maar wacht net als de anderen gedwee af wat er met hem gaat gebeuren. Hij is tenslotte al zo lang onderweg. Een maand geleden liet hij zijn ouders en zijn twee broertjes achter en stak te voet de grens naar Turkije over. In Boekarest betaalde hij 6000 dollar aan een tussenpersoon die hem een ticket naar Nederland bezorgde. Al zijn spullen zitten in een kleine schoudertas. Een medewerkster van Vluchtelingenwerk geeft hem een woordenlijst Nederlands-Farsi. Hij slaat direct ijverig aan het studeren. “Nederland is een goed land”, zegt hij.

Drie dagen lang is Vluchtelingenwerk in de weer geweest om de asielzoekers die het Opvang Centrum (OC) niet meer in mochten onderdak te bieden. Het "agressiepapier' op kantoor is inmiddels aan vervanging toe. Onverbiddelijk bureaucratisch waren ze bij het OC. De bus van Vluchtelingenwerk moest per se buiten het terrein staan; alhoewel er in het OC dagelijks voor 750 personen eten wordt gemaakt, moesten de 40 buiten de poort voor hun eigen voedsel zorgen en ook het gebruik van toiletten en douches werd hen uitdrukkelijk verboden. “Het is een politiek spel over de ruggen van de asielzoekers”, zegt Vluchtelingenwerk-coördinatrice T. Koudijs. “Ze hadden tenminste een paar dagen van tevoren kunnen waarschuwen.”

N. Groeneveld, adjunct-directrice van het OC bestrijdt dat. “Op zeker moment is de grens bereikt. We zitten gewoon echt vol. Wij zijn hulpverleners, we vinden dit ook klote, maar we kunnen niet anders.” Vannacht werden de asielzoekers nog ondergebracht in jeugdherbergen, vandaag gaan ze naar het tentenkamp in Luttelgeest.