Geheim

Vertrek uit Arles: 22.26 uur. Na Avignon deel ik mijn slaapcoupé met een Zuidfranse variant op Hans Warren. Dit blijkt, hoewel hij zich van heel behoorlijk Vlaams bedient, een gesprek lelijk in de weg te zitten. Hans Warren haat me. Ik geef hem groot gelijk. Als ik Hans Warren was zou ik mezelf ook haten.

Ik heb trouwens wel wat anders aan mijn hoofd. Zestien jongens en meisjes, vooral meisjes, leuk om te zien, de één nog leuker dan de ander, ja. Zo nu en dan een gaaf gebaar, een mooi accent, een koele oogopslag. Een afgeknipte spijkerbroek, een zwierig hemd en de rest.

Best leuk om mee te praten ook. Maar als je even niet oplet, zeggen ze u tegen je. Je kijkt ze aan en ziet: die kennen het geheim verlangen naar een ander leven niet - want dat hébben ze natuurlijk al, meisjes van twintig.

Dat woedt dus even uit. Terwijl je op zo'n bedje in de trein toch al het gevoel hebt dat je je hoofd boven een afgrond hebt gehangen. De nacht een carrousel, je dromen een moeras, examen in een vak dat je nooit hebt gehad.

Als 's morgens vroeg mijn reisgenoot naar buiten kijkt, de wereld binnenlaat, jagen we in volle vaart terug naar het zuiden. Verbijstering. Maar dan: dat we in de loop van de nacht andersom op de rijrichting zijn gezet.

Het zaad van vreemde grassen aan je sok. Een veeg van vreemde modder aan je schoen. Dat neem je mee.