Finale van serie roeiregatta's dit weekeinde in Luzern; Grand-slam met kinderziektes

LUZERN, 10 JULI. Het roeiseizoen is bijzonder overzichtelijk. Het telt twee belangrijke wedstrijden: Luzern en de wereldkampioenschappen of de Olympische Spelen. De Rotsee Regatta in het Zwitserse Luzern, waarvan gisteren de voorwedstrijden zijn gevaren en morgen de finales worden betwist, is traditioneel de laatste bijeenkomst voordat de toppers zich in trainingskampen terugtrekken tot de WK of de Spelen. In de winter wordt er nauwelijks geroeid. In het voorjaar zoeken de individuen naar de juiste ploeg en de beste techniek en zijn er een paar krachtmetingen ingelast met een serieuze tegenstand. Na Luzern wachten de geselecteerden zeven weken op de WK.

Om de smalle roeitop het hele jaar door te concentreren op dezelfde evenementen - en in de hoop publiek, sponsors en televisie te interesseren - heeft de wereldroeibond (FISA) vanaf 1990 de wereldbekerwedstrijden in het leven geroepen. Dat is een serie van zes wedstrijden voor mannen en vrouwen in (voorlopig alleen nog) de skiff. De acht besten van de laatste WK of Spelen krijgen reis- en verblijfkosten vergoed voor de eerste wedstrijd in het nieuwe seizoen, de beste acht van het klassement de kosten voor iedere volgende wedstrijd. De winnaar van het eindklassement (de vijf beste resultaten) wacht een bedrag van bijna tienduizend gulden, nummer zes nog altijd 2500 gulden.

Het is in theorie een prachtige formule. Een grand-slam van roeiregatta's. Toch valt de praktijk voorlopig tegen. Het veld is redelijk sterk bezet en de winnaars zijn echte toppers. Maar wat zijn de zes mooiste wedstrijden? Of eigenlijk de vijf mooiste na Luzern, een door iedere roeivriend en -vriendin geprezen langerekt meer van 2400 meter lengte en een minimale breedte van 132 meter dat is omgeven door bergen. De enige roeibaan in de wereld waar weer en wind of ander ongemak geen invloed hebben op de wedstrijd.

Een hoofdsponsor voor de wereldbeker is nog niet gevonden. Tot nu toe hebben daarom plaatselijke organisaties de kosten op zich moeten nemen. En dan telt het beschikbare budget zwaarder dan de geschiktheid van de baan en de organisatie. Dit jaar voeren de eenlingen in februari in Australië (Melbourne), in maart in Mexico (Mexico-Stad), in mei in Duitsland (Duisburg), in juni in Finland (Tampere), vorig weekeinde in Engeland (Henley) en dit weekeinde de finale in Luzern. Bij de mannen is de Tsjech Vaclav Chalupa (winnaar van de Holand Beker en zilver op de Spelen in Spanje) zeker van de overwinning omdat de Duitse Thomas Lange verkozen heeft zich in stilte voor te bereiden op het WK. Bij de vrouwen kan de Zweedse Maria Brandin (29 jaar, 1.86 meter en 80 kilo) haar achterstand nog goed maken op de Belgische Annelies Bredael uit Willebroek (27 jaar, 1.74 meter en 64 kilo).

“Het is leuk, je mag wat verder weg dan normaal. De roeibond zou me nooit naar Australië laten roeien”, zegt Bredael over de wereldbeker. Gevraagd naar haar zes favoriete wedstrijden, blijkt bovendien dat de serie het afgelopen seizoen nog al wat kinderziektes telde. In Australië, een knock-out-systeem in plaats van de gebruikelijke voorwedstrijden en finales met zes boten, telde het parcours twee bruggen en drie bochten. Olympisch kampioene Elisabeta Lipa uit Roemenië voer prompt tegen zo'n brug op. In Mexico, vervolgt Bredael haar opsomming, keerde vrijwel iedere roeier ziek terug. Bovendien lag het circuit zo hoog dat het de deelnemers weken acclimatiseren kostte. In Finland kregen de roeiers abominabele omstandigheden voorgeschoteld. De baan in Duisburg heeft volgens haar te veel boeiverschil. Wind kan bepaalde banen bevoordelen en anderen benadelen. En Henley, een archasche partij voor de happy few, is “folklore”.