EREWOORD,

In de brieven van de heren Buissink (17 juni) en Werkman (28 juni) over de erewoordverklaring van 14 juli 1940 komen enkele vraagpunten naar voren. Het aantal weigeraars bedroeg 69: 6 generaals en 3 officieren van de Kon. Landmacht, 8 officieren en een stoker van de Kon. Marine, 39 officieren van het KNIL en 12 cadetten. Deze laatsten waren inderdaad bestemd voor het KNIL; het was echter voor de oorlog geen gewoonte onderscheid te maken tussen KL en KNIL cadetten: zij vormden één corps. In bijlage 27 van het verslag van de Parlementaire Enquêtecommissie (deel 8B) staan 71 namen vermeld; bij twee staat duidelijk dat zij hun erewoord wel gaven, doch daarbij aantekenden het t.g.t. weer te willen intrekken.

Slechts één heeft dat daadwerkelijk gedaan. Op 14 juli 1940 bestond er van de Duitsers geen duidelijke uitspraak over de mogelijkheid het gegeven erewoord te mogen teruggeven. In de praktijk is dit echter uitvoerbaar gebleken. Behalve de hierboven vermelde officier, die voor beperkte tijd tekende, hebben 3 officieren, een sergeant en een korporaal hun gegeven erewoord teruggeven en werden gevoegd bij de groep officieren en cadetten die geweigerd hadden. De 6 generaals hebben altijd afgezonderd gevangen gezeten. De uitspraak dat de adelborsten ook geweigerd hadden, maar over het hoofd werden gezien, is een aperte onwaarheid. Dr. de Jong heeft zijn daarover in deel 13 (p.97) gedane uitspraak op mijn verzoek herroepen in deel 14 (p.1079). Op de adelborsten waren de drie consequenties van het tekenen van toepassing namelijk: beperkte bewegingsvrijheid in Nederland, meldingsplicht en ontslag uit de militaire dienst.

Aan alle adelborsten, die na de capitulatie zich in Nederland bevonden, is een op hun naam gestelde verlofpas, gedateerd 15 juli 1940, uitgereikt met de vermelding dat aan hen werd verleend: "ingaande 15 juli 1940 onbepaald verlof in afwachting van ontslag'. De marine historicus dr. Ph.M. Bosscher stelt dat de adelborsten de verklaring niet hoefden te tekenen. Ik laat dit voor zijn verantwoording. Onder de omstandigheden van juli 1940 was "niet hoeven' iets totaal anders dan "weigeren'. Deze begrippen met elkaar verwarren is niet toelaatbaar.