EIGENTIJDSE MUZIEK,

In zijn artikel "Radio-orkest speelt Lou Harrison met spanning en tempo' (NRC Handelsblad, 29 juni) schrijft redacteur Kasper Jansen over een orkestconcert “het lijkt erop dat de historische breuk die eeder deze eeuw optrad tussen componisten en publiek zich nog tijdens het fin de siècle herstelt. Het publiek was weer terug in de concertzaal en had kennelijk gewonnen...”.

Want, schrijft Jansen, de uitgevoerde muziek was niet atonaal, elektronisch, zoals muziek de laatste zes decennia was. Dat niet alle muziek braaf en modieus atonaal was, en dat er onafhankelijke geesten waren blijkt uit de volgende fascinerende terugblik: al op 10 november 1969 schreef de NRC over een Nederlandse componist, Rudolf Perdeck, “die het tonale idioom niet als een verouderd medium schuwt en er onvermoede mogelijkheden uit haalt”. En dat was naar aanleiding van het eerste orkeststuk van deze componist, Scherzo voor piano en orkest opgedragen aan Janine Dacosta en sindsdien vele malen uitgevoerd door Nederlandse en buitenlandse orkesten, met groot succes. Dus hoeven wij helemaal niet naar de drie buitenlandse componisten, waarover Kasper Jansen schrijft, voor het herstel van de breuk. (Het publiek heeft indertijd in Rotterdam zelfs geknokt voor dat Scherzo: tweehonderd handtekeningen bij Rotterdams Philharmonisch Orkest en grote VPRO-Radiodiscussie met Rotterdams student Joop de Bliek, Willem Vos, Han Reiziger, Klaas Diepersloot.)

Waarom laten we niet het geweldige orkest van Wolgograd naar Nederland komen met de vijf stukken van Perdeck (het Scherzo en vier latere) die daar op 11 juni 1992 een minutenlange ovatie kregen? Dat dat zo was heb ik zelf gehoord en gezien. Het zou een sensationeel orkestevenement van de laatste tijd worden en de breuk zou radicaal geheeld worden: door een landgenoot.