Een huid blank als room en tóch allochtoon

Vorige week nam de Tweede Kamer de wet registratie allochtone werknemers aan. Een kentering in het denken over de participatie van allochtonen aan het arbeidsproces, dat tot nu toe op vrijwillige afspraken was gebaseerd. Maar de inkt is nauwelijks droog of de eerste praktische problemen doemen al op.

DEN HAAG, 10 JULI. Het werk van haar vader bracht het gezin naar verre streken. Dat zij op de Antillen werd geboren, is min of meer toevallig. Ze voelt zich op en top Hollandse, naar het land waar ze woont en werkt. Alleen haar paspoort herinnert haar nog aan de plaats waar ze ter wereld kwam.

Haar huid is blank als room. Toch valt ze vanaf 1 januari volgend jaar onder de wet registratie allochtone werknemers. In haar jeugd bezocht ze gerenommeerde buitenlandse scholen. Nu heeft ze een goede, vaste baan. Toch behoort ze vanaf volgend jaar tot de groep mensen met een forse achterstand op de arbeidsmarkt.

Omdat Curaçao haar geboorteland is, moet ze zich vanaf volgend jaar laten registreren als "allochtoon'. Dat geldt zowel voor de Turkse gastarbeider als voor de dochter van de Shell-directeur die op Curaçao ter wereld kwam. Onder de wet vallen alle mensen die in het buitenland zijn geboren of van wie minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. In Nederland loopt dat aantal op tot maar liefst 2,3 miljoen.

Een forse achterstand op de arbeidsmarkt is het tweede criterium. Duitsers bij voorbeeld vallen dan uit, maar relatief kleine groepen als Molukkers, Kaapverdianen, Ghanezen en gevluchte Joegoslaven blijven over. Toch besloot de Tweede Kamer slechts een beperkt deel van de allochtonen aan de registratieplicht te onderwerpen; werknemers die zijn geboren (of de ouders) in Suriname, Marokko, Turkije, China en de Antillen. Zo moet de zoon van de toenmalige marine-officier op de Antillen zich wel laten registreren en de Vietnameze bootvluchteling niet.

Het is een van de beperkingen die wetgeving onvermijdelijk met zich meebrengt, erkent Paul Rosenmöller. Hij is lid van de Tweede Kamer voor Groen Links en mede-opsteller van de wet. “Wij hebben voor deze vijf groepen gekozen omdat hun achterstand op de arbeidsmarkt groot en goed gedocumenteerd is, en omdat het om grote groepen gaat.” Curieus is dat Chinezen wel als zodanig zijn aangemerkt en Molukkers niet. “We hebben de Chinezen erbij genomen omdat in de Kamer al lang de gedachte leeft dat Chinezen ten onrechte buiten het minderhedenbeleid van WVC vallen.”

Bovendien is de achterstand van de Molukse gemeenschap in de ogen van de Kamer inmiddels flink ingelopen. Maar het Nederlands Centrum voor Buitenlanders (NCB) vermoedt pragmatischer redenen. Molukkers zijn immers niet op geboorteland te registreren, tenzij je de overige Indonesiërs ook tot doelgroep bestempelt.

Rosenmöller wijst erop dat organisaties van buitenlanders wel een aanvraag kunnen indienen om onder de registratieplicht te vallen. De regering kan de Algemene Maatregel van Bestuur, waarin deze groepen zijn aangeven, om de twee jaar aanpassen. “De Kamer moet serieus naar de argumenten van andere groeperingen luisteren”, aldus Rosenmöller.

De registratie naar geboorteland is slechts een van de onderdelen van de omstreden wet, waarin staat dat werkgevers verplicht zijn bij de Kamer van Koophandel op te geven hoeveel allochtonen zij in dienst hebben. Een wet uit de koker van de oppositie die, niet in de laatste plaats tot grote verbazing van de oppositie zèlf, na dagenlange debatten vorige week donderdag om drie uur 's nachts door de Tweede Kamer werd aanvaard. Alleen het CDA en de Centrum Democraten onthielden hun steun.

De wet wil de werkloosheid onder allochtonen (20 procent) ten opzichte van autochtonen (7 procent) verminderen. Onder Turken en Marokkanen ligt de werkloosheid zelfs op 35 procent. De gegevens bij de Kamer van Koophandel zijn openbaar en maatschappelijke pressie moet onwillige werkgevers dwingen meer allochtonen in dienst te nemen. Wie weigert, krijgt een boete. De hoogte hiervan staat nog niet vast.

Pag 14: De eerste mazen in de nieuwe wet zijn al gevonden

De ondernemer die zijn gegevens niet deponeert bij de Kamer van Koophandel maakt kans op een maximale straf van 25.000 gulden. Wie opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt, kan een straf van maximaal 100.000 gulden boven het hoofd hangen en bovendien voor zes jaar de bak indraaien.

Waarschijnlijk zal geen enkele officier van justitie zulke zware straffen eisen. Maar Rosenmöller denkt wel degelijk aan een fikse geldboete. Ter vergelijking, de boete die tuinders moeten betalen voor het in dienst hebben van een illegaal bedraagt 750 gulden. Rosenmöller vindt deze boete te laag. De verhalen van tuinders, die na een ronde van de arbeidsinspectie zonder blikken of blozen de bankbiljetten uit hun portemonnee trekken, vormen een afschrikwekkend voorbeeld.

De eerste mazen in de wet, waarvan de inkt nauwelijks is opgedroogd, zijn al gevonden. Een werkgever kan zonder veel moeite een Tunesische personeelslid aangeven als geboren in Marokko. Aan de buitenkant is het verschil nauwelijks te zien en bovendien, wie controleert dat? Alleen een steekproef of een toevallig onderzoek van een minderhedenorganisatie kan de fraude aan het licht brengen.

Natuurlijk is geen enkele wet waterdicht, meent het Kamerlid van Groen Links. Maar in dit geval is enige vorm van wetgeving noodzakelijk. Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben er immers weinig van terecht gebracht en “dat is nog eufemistisch uitgedrukt”. Hij verwijst naar het minderhedenakkoord in de Stichting van de Arbeid. Begin 1990 kwamen de sociale partners overeen om binnen vijf jaar 60.000 allochtonen aan het werk te helpen. Ruim twee jaar later blijkt dat ze hun afspraak nauwelijks zijn nakomen.

De werkgevers zijn woedend over de wetgeving. Ze vrezen een "schandpaaleffect', waarbij werkgevers die onvoldoende allochtonen in dienst hebben, aan de hoogste boom worden opgeknoopt. Maar Rosenmöller schudt het hoofd. “Zoiets moet bij voorkeur worden opgelost in overleg, zoals we dat in Nederland gewend zijn. En het rapport dat een bedrijf heeft gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel biedt een mogelijkheid om in overleg te komen met de werkgever. Minderhedenorganisaties rennen niet gelijk naar de media. Laat een garagehouder uit Appingedam met alleen autochtone werknemers eerst maar verklaren waarom hij die Turk niet heeft aangenomen.”

Natuurlijk begrijpen Rosenmöller en het NCB dat er problemen kunnen ontstaan. In sommige regio's wonen weinig allochtonen of is het moeilijk hoog gekwalificeerde allochtone werknemers te vinden. In de wet staat dat een ondernemer niet alleen allochtone werknemers op lage functies (bij voorbeeld schoonmaak) mag inzetten. Maar het gerenommeerde advocatenkantoor in Amsterdam, dat zijn best heeft gedaan een zwarte advocaat te vinden, krijgt geen terechtwijzing.

Niet alleen de werkgevers, ook het Regionaal Bureau voor de Arbeidsvoorziening in Amsterdam (RBA) staat sceptisch tegenover de wet. Zij vrezen een verstoorde verhouding met de werkgevers. “Wij zijn niet wild van gedwongenheid. Als wij met sancties zwaaien, is het de vraag of de werkgever nog wel zo hard loopt om een vacature bij ons aan te melden”, zegt plaatsvervangend hoofd H. Smit.

De rol die de RBA's in de nieuwe wet spelen, is beperkt. Niet in de laatste plaats omdat de instellingen een tripartair bestuur kennen, waarin overheid, werknemers èn werkgevers zijn vertegenwoordigd. En werkgevers zijn nu eenmaal minder snel geneigd zichzelf op de vingers te tikken. De RBA's kunnen wel een "taakstellend werkplan' opvragen bij de werkgever. Daarin moet het bedrijf aangeven hoe het eventuele discriminatie bestrijdt en hoeveel allochtonen het in de toekomst in dienst denkt te nemen. Ook hier geldt een boete van maximaal 25.000 gulden als de werkgever dit aan het RBA weigert.

Maar het RBA in Amsterdam zet meer vraagtekens. “Waarom behoren alle minderheden niet tot de doelgroep? Zo kunnen grote delen van Nederland buiten de boot vallen”, zegt beleidsmedewerker Wim Hempen. Een voorbeeld is Leerdam, dat een grote concentratie Molukkers kent, die niet geregistreerd hoeven te worden. Ook de grens van 35 werknemers - die is gekozen omdat bedrijven met meer dan 35 werknemers verplicht zijn een ondernemingsraad in te stellen - zou onjuist zijn. “Terwijl wij van de Rijksoverheid de werkgelegenheid met name moeten zoeken in het midden- en kleinbedrijf”, mokt Hempen.

Ook de Kamers van Koophandel zijn niet blij met de grens van 35 werknemers, zij het om andere redenen. Zij kennen deze categorie bedrijven namelijk niet als zodanig, maar leggen grenzen bij 20 en 50 werknemers. Maar Rosenmöller is niet onder de indruk van de bezwaren. “Het was verstandig geweest als de Kamers van Koophandel een jaar geleden met ons hadden gesproken. We hebben ze meermalen uitgenodigd.” Het gebakkelei duurt voort, omdat de Kamer van Koophandel ontkent te zijn uitgenodigd om over de techniek van de uitvoering te praten.

Rosenmöller biedt weerstand aan alle kanttekeningen. Door de economische tegenwind zou de wet weinig effect resorteren, meent het RBA. Saneren is immers de mode en het aanbod op de arbeidsmarkt is groot. Hempen: “Werkgevers hebben heus wel iets anders aan hun hoofd.” Maar in het Rotterdamse café slaat het Tweede Kamerlid de ogen op naar het plafond. “Ik wéét dat de seinen op rood staan. Maar dat betekent niet dat je van je doelstelling moet afstappen. Waarom zou de economische terugslag allochtonen zwaarder moeten treffen dan autochtonen?”

Ook van de kritiek van de Registratiekamer raakt Rosenmöller niet onder de indruk. Begin deze week zei voorzitter R. Hustinx van de Registratiekamer dat de Eerste Kamer de wet in het najaar op juridische gronden behoort af te wijzen. De wet zou in strijd zijn met het voorschrift dat bedrijven alleen met toestemming van de werknemer de etnische herkomst mogen registreren. Want al is "zelfidentificatie' geschrapt (de werkgever zou lichte druk op de werknemer kunnen uitoefenen om zo aan zijn quotum te komen), in de nieuwe wet wordt de werknemer wèl verplicht zijn geboorteland te noemen. Bovendien zou in kleinere organisaties snel te achterhalen zijn wie die ene, geregistreerde buitenlandse werknemer is.

“En wat dan nog”, reageert beleidsmedewerker Peter van Eekert van het Nederlands Centrum voor Buitenlanders. “Je komt te weten dat werknemer X bij bedrijf Y werkt en of hij full-time of part-time in dienst is. Het is buiten alle proporties om de Eerste Kamer daarom op te roepen de wet af te wijzen.” Van Eekert vindt dat in de discussie over de wet te veel naar de juridische kant en te weinig naar het maatschappelijk probleem wordt gekeken. “Weet je waar het om gaat? Een keertje registreren en aan het werk of in alle privacy werkloos zijn!”