Drukbezochte openingsavond; Nog weinig echte jazz op North Sea Festival

North Sea Jazz Festival met o.a. The Very Big Carla Bley Band, de zangeressen Millie Jackson en Etta James, Kronos Strijkkwartet en kwintet van ud-speler Rabih Abou-Khalil. Gehoord: 9/7 Congresgebouw, Den Haag.

Het Festival wordt vandaag voortgezet met o.a. Toots Thielemans, Joe Henderson, Herbie Hancock, John Scofield en Tito Puente.

De North Sea koppelformule - vele soorten muziek voor één enkel kaartje - lijkt zijn bedenker, de vorig jaar overleden Paul Acket, te gaan overleven. Het Congresgebouw raakte gisteren uitverkocht, wat voor de openingsdag ongebruikelijk is. Bij het optreden van B.B. King moest de enorme Statenhal op een gegeven zelfs worden gesloten, terwijl zelfs een marginale act als Rabih Abou-Khalil zo'n vijfhonderd bezoekers aan hun plaats wist te kluisteren. Onterecht was dit laatste trouwens niet want deze in Libanon geboren leider zorgde met zijn bizar samengestelde kwintet voor een onderhoudend uur "wereldmuziek'. Hijzelf bleek vaardig op de Arabische luit (ud), Bob Stewart knorde voortreffelijk op zijn logge tuba maar het meest viel mondharmonica-speler Howard Levy op. Ontwerpt Toots Thielemans met zijn "smoelschuiver' vooral romantisch behang, spelen de harde "bluesjongens' met dat ding juist het behang van de muur, de jonge Levy bleek op het nietige instrument alles te kunnen, van het fluweligste toontje tot de rauwste schreeuw.

Rauw geschreeuw en zoet gekweel waren in de juiste dosering ook te horen in de Sweet Soul Show met als ster Millie Jackson. Het woord "soul' moet daarbij niet als dwingende stijlaanduiding worden begrepen want ook voor een stukje country & western (Merle Haggard) en pure rock & roll draaide deze dynamische dame haar hand niet om. Haar hand, ach wat, alles bewoog aan deze diva, van teenpunt tot haarkruin en alles ertussen.

Etta James, na Jackson te gast in dezelfde Statenhal, pakte het daarna principiëler aan, wat wel paste bij haar grotere gewicht. De blues is nu eenmaal geen sinecure, daar hijgt de boezem wel even bij na. Oh, die kerels, zou je ze niet...? Dat haar band geheel uit mannen bestond die nogal lomp hun hun instrumenten beroerden, maakte haar klachten wat minder ontvankelijk.

Onverdachte kunst was er op de openingsavond ook, in de vorm van het Kronos strijkkwartet. Tot schrik van sommigen die de zaal verlieten, maar tot genoegen van anderen die ontdekten dat viool of cello ook kunnen "swingen', iets anders in elk geval dan zuchten of zemelen. Dinner Music for a Pack of Hungry Animals is een mooie ode aan het vrolijk vretende festivalpubliek en Purple Haze klinkt zonder elektronica net zo elektrisch als Jimi Hendrix destijds zelf klonk. Het langste stuk is tevens het spannends: het door Dave Dougherty bedachte Sing-Sing/J. Edgar Hoover waarin toespraken van deze roemruchte F.B.I.-chef en communistenvreter kundig zijn verknipt tot "rap'-ondergrond voor de gedreven opererende strijkers. Rinkelende telefoons, loeiende sirenes en ratelende schrijfmachines scheppen een sfeer van paranoia die ook Bob Dylan in de jaren zestig eens effectief heeft bezongen: van de "commies' die overal zijn, tot op de bodem van de toiletpot toe.

Dat pianist/componist/arrangeur Carla Bley met haar Very Big Band het festival opende met goed uitgevoerde maar nogal bedachte muziek is slechts belangrijk voor de statistieken. Dat die band voor de helft uit Engelse muzikanten bestond zegt iets over Amerika als de bakermat van de jazzmuziek. Dat de drukst bezochte concerten op de openingsavond van dit festival maar zijdelings of in het geheel niet met jazz te hadden, geeft ook te denken. Over de titel van het North Sea Festival dus, dat al achttien jaar lang het woord "jazz' aan het eind voert.