De verschrikkelijke terugkeer van Daan Schrijvers

Episode 3: Waarin Daan Schrijvers, alvorens hij niet zonder trots tot de selectie van twaalfeneenhalf jaar kapitale kwaliteitsjournalistiek overgaat, zijn eerste schreden zet in het subsidie-labyrint.

Daantje, Daantje, dacht ik terwijl mijn gemoed langzaam volliep met hartverwarmende emoties van diverse pluimage, jouw onvermoeibare strijd als verdediger van het vrije woord in de frontlinie van de kapitale kwaliteitsjournalistiek, is, after all, niet tevergeefs geweest!

Bij mij, Daan Schrijvers, was immers de eervolle opdracht in de schoot gevallen om twaalfeneenhalf jaar vol belangwekkende bijdragen in onze toonaangevende titel te bundelen tot de chique jubileumuitgave De leesbare Boek in Beeld, een kanjer van een kroniek ener tijdsgewricht. Er was geen moment te verliezen, concludeerde ik resoluut.

Maar eerst: een Waikiki Winker in de Railroad Bar, om de geest los te maken voor het intellectuele schiftingsproces dat mij te wachten stond. Buiten worstelde ik mij niet zonder trots door de kruiende kluwen van terrasjes met horeca-gezelligheidsbestemming. Links en rechts wuifde ik naar mijn nieuwe vrienden, waaronder vrijwat vooraanstaande opinion leaders van diverse pluimage, die mij vanachter hun sorbets uit de grond van hun hart succes wensten met mijn reusachtige verantwoordelijkheid. ""Ha, die Daan!'' ricocheerde het even unisono als welgemeend over de grachten. ""Prik je vanavond een vorkje kaasfondue mee in eetcafé Bazel? Dan kunnen we het eens hebben over De leesbare Boek in Beeld.''

Met een serene glimlach en een verende tred die normalerwijze alleen gegeven is aan hen die in de winning mood verkeren, door de wetenschap dat zij na twintig jaar journalistieke pensioenopbouw eindelijk de wijsheid in pacht hebben (en zelfs genoemd worden als beoogd winnaar van De Volkskrant Gouden Gedachten Award, beter bekend als de Betweter Van Het Jaar Bokaal), wimpelde ik hun collegiale invitaties en fijne complimenten (""Leuk stuk Daan!'' - en dat terwijl ik twaalf lange maanden niets geschreven had) af.

Zo sneed ik goedgemutst door het park, hetzelfde park waar ik in mindere tijden zo vaak somberend rond de vijver had geijsbeerd. Het leven is voor jou niet langer een tombola met louter nieten, Daan, neuriede ik mijzelf toe, terwijl ik mij een snaaks sprongetje inclusief Hakkenklatsch permitteerde. Hola, wat was dat nu? Plotseling voelde ik een klamme hand op mijn schouders - een greep die ik uit duizenden herkende. ""Walter...,'' mompelde ik hees, terwijl ik tot op de bodem van mijn ziel naar warmer woorden zocht, ""Jij hier?''

Het was hoofdredacteur Walter Decheiver. En hij niet alleen. Naast hem stond Ada Decheiver, van wie men fluisterde dat zij haar echtgenoot intellectueel ver de baas was, nadat ze een schriftelijke cursus voltooid had, alsmede hun zoon Walter Junior, en diens tandeloze tekkel Yoep. ""Daan!'' zei Decheiver op flemende toon, alsof hij de gratis goedertierenheid waarmee hij de eervolle opdracht in mijn schoot had doen belanden alsnog wilde kapitaliseren. En dat was ook zo. ""Het is tussen ons, Daan, begrijp dat goed, een vader-zoon ding. Wij vertrouwen elkaar. Als hoofdredactie weten wij dat ook jij met De leesbare Boek in Beeld een visitekaartje van onze kapitale kwaliteitsjournalistiek wilt afgeven. Dat heb ik met de directie zo afgesproken. Daarom is het van eminent belang dat je de bundel opent met iets dat de mensen ook echt willen lezen. Wij dachten zelf daarbij aan een onafhankelijk essay, zoiets als met name mijn eigen recensie over Kluwers' Belasting Almanak!''

Er schoof een wolk voor de zon. ""Een onvergetelijk stuk, Walter,'' sprak ik rillerig, ""Maar wel wat kort, misschien. Stond het destijds niet in de rubriek Verse Oogst?'' Heel even taxeerde Decheiver met samengeknepen ogen de kwaliteit van de loopgraven rond mijn zelfrespect. Daarna gromde hij ""Is dat een bezwaar?'' op een toon alsof de zaak allang beklonken was.

Het begon te motregenen. ""Ach wat, Daan,'' sprak Decheiver opbeurend. ""Ik vertrouw erop dat je uit jezelf de juiste beslissing neemt, journalistiek gesproken dan. Sinds Seneca weten we alles van onze eigen verantwoordelijkheden. En a propos, voor de subsidie kun je bij de Stichting Journalistiek Hors Catégorie terecht. Ze verwachten je al!''

""Bedankt, Walter!'' greep ik gretig deze gelegenheid aan mij uit de voeten te maken. Grote Goden, Donnerwetter, wat bedoelde Decheiver? Subsidie, hoezo subsidie..? tuimelde in mijn hoofd, terwijl ik mij dwars door het struweel een weg uit het park baande. De directie had toch een budget voor De leesbare Boek in Beeld? Waarom moest ik dan net als al die andere collegae nu gaan bedelen om geld voor deze kostelijke jubileumuitgave van geestelijk gedachtengoed, deze staalkaart van journalistieke voltreffers, deze catalogus van kapitale kwaliteitsjournalistiek, dit monument van spirituele schrijverij, deze tour d'horizon van twaalfeneenhalfjaar intellectuele bergetappes, en met mijn naam op de omslag bovendien?

Ik worstelde mij vanuit de struiken de openbare weg op, alwaar ik even werd verblind door het grootstedelijk inferno, omdat de rek lelijk uit het sociale weefsel was, en de heterogeniteit van de sociale vernieuwing allerwegen zorgen baarde, zodat ik steun moest zoeken bij een overdadig met marmer gelardeerde pui.

""Je bent laat, Daan!', sprak een sensuele vrouwenstem plotsklaps van dichtbij, met een geroutineerde ondertoon alsof ze haar hele leven al op subsidies leefde. ""Kom snel binnen. De formulieren liggen klaar voor De leesbare Boek in Beeld.'' Even aarzelde ik, maar toen zag ik de gouden krulletters op de overdadig met marmer gelardeerde pui: Stichting Journalistiek Hors Catégorie. Besmuikt, alsof ik capituleerde voor mijn eigen lusten, stapte ik het zacht roze verlichte perceel binnen.

""Ha, die Daan!'' klonk het van alle kanten, even unisono als welgemeend, ""Heb je dan ook eindelijk de weg naar het Labyrint gevonden?'' In de wachtkamer zaten mijn nieuwe vrienden, waaronder menig vooraanstaand opinion leader van diverse pluimage! Kijk, zat daar niet Jan Jansen van Gobbel, die al geruime tijd bezig was met een diepgravend journalistiek onderzoek naar het clubblad van ADO-Den Haag? En daar: een Groningse econoom die zijn cursiefjes wilde bundelen! En daar in kleermakerszit op de grond zat warempel Jan Eikelkamp die blijkbaar de inspiratie voor zijn pubikatie over The Blue Diamonds hier aftapte! ""Schuif toch aan,'' klonk het uitnodigend. ""Wij komen hier al jaren!''

Daantje, Daantje, dacht ik, deze Stichting Journalistiek Hors Catégorie blijkt, after all, toch deksels deftig! (Wordt vervolgd)