Cyclische waarden ondanks beursrecord nog ver van hun hoogtepunt; Hausse brengt KLM geen record

AMSTERDAM, 10 JULI. De afgelopen week op de Amsterdamse effectenbeurs was er één van hoogtepunten, waarbij vooral de stijging van de EOE-index van de 25 meest actieve beursfondsen spectaculair was. Het record van de EOE-index dat op 17 augustus 1989 (329,94 punten) werd gevestigd tijdens de top van de economische conjunctuur in Nederland, sneuvelde donderdag. Gisteren ging ook dat nieuwe all time high van 332 punten er al een kwartier na de opening van de beurs aan met een stijging tot 334,44 punten. De beurs beëindigde de week gisteren met een slot 332,80 punten, 0,80 punt hoger dan het recordslot van donderdag.

De koersen van de aandelen hebben daarmee het afgelopen jaar een enorme stijging doorgemaakt. Op 1 januari bevond de EOE-index zich op het laagste punt van het jaar met 285,84 punten, 47 punten lager dan het huidige niveau. Zelfs in juni werd nog een niveau van 305 punten genoteerd.

In het spoor van de index bereikten drie van de belangrijkste fondsen hun hoogste punt aller tijden. De bank ABN Amro kwam donderdag tot 58,70 gulden, maar leverde gisteren drie dubbeltjes in. De uitgever Elsevier scoorde dezelfde dag 140,50 gulden en hield dat niveau gisteren vast. Collega Wolters Kluwer verbeterde gisteren zijn donderdag bereikte all time high (95,80 gulden) met een gulden tot de topper van 96,80 gulden. Daarbij komt dat slechts vijf van de meest actieve fondsen deze week op verlies kwamen.

Opvallender is echter hoe ver sommige fondsen nog steeds zijn verwijderd van hun hoogtepunt-aller-tijden. Philips sloot gisteren op 31,90 gulden, terwijl het record staat op 63,16 gulden dat op 14 februari 1986 werd behaald. KLM komt met een slotkoers van 29,60 gulden niet in de buurt van de 64 gulden op 22 juli 1985. Nog extremer zijn Hoogovens, Nedlloyd en Fokker. Hoogovens scoort nu 39,00 gulden, tegen 119,70 gulden op 21 juni 1989. Fokker behoort deze week tot de zeldzame verliezers op 16,40 gulden, terwijl op 20 juni 1986 81,51 gulden werd genoteerd. Nedlloyd sloot de week op 36,60 gulden, aanzienlijk minder dan de glorieuze 107,80 gulden van 17 april 1990.

De vraag is hoe de beurs een top kan bereiken als een aantal belangrijke fondsen zijn hoogtijdagen alleen nog maar koestert als herinnering. Het antwoord ligt in het feit dat de belangrijkste graadmeter, de EOE-index gemiddelden meet. “Dit voorjaar kwam Unilever, een belangrijk en invloedrijk fonds, tot een record van 217 punten (11 maart, KB). De overige fondsen lagen toen echter erg laag, zodat de beurs als geheel niet steeg. Nu zijn er eigenlijk niet zoveel fondsen die een all time high hebben, maar over de gehele linie zijn de koersen behoorlijk gestegen”, zegt analist M. Jochems van effectenbank Stroeve.

Voor de EOE-index zijn de 25 meest verhandelde aandelen geselecteerd. De tien grootste bedrijven zoals Koninklijke Olie en Unilever zijn in dit "mandje' elk goed voor 5 procent. De 15 kleinere bedrijven zoals Fokker en DSM vertegenwoordigen ieder 3,33 procent in het geheel. Sinds enkele maanden zijn er ook plannen om volgend jaar 25 bedrijven te selecteren op basis van marktkapitalisatie (aantal aandelen maal de beurskoers), zodat Olie, Unilever, ABN Amro en ING gezamenlijk voor 40 procent de koersen zullen bepalen. De huidige index wordt gezien als een redelijk nauwkeurige graadmeter van de beurs. “Helemaal representatief is het niet. Zo zitten er in de EOE maar liefst drie grote uitgevers - Elsevier, Wolters Kluwer en VNU - terwijl onder de rest van de fondsen alleen nog Wegener en De Telegraaf zitten”, zegt Jochems.

Voor een hoog gemiddelde is het van belang dat veel fondsen tegen hun top aanzitten. Jochems: “Unilever staat niet meer zo hoog als in het voorjaar, maar doet het wel goed (slot 201,70 gulden). Koninklijke Olie haalde vorige maand een all time high (176,90 gulden), en is daar bij dicht in de buurt gebleven (slot op 176,30 gulden). Je ziet dat ook Akzo nu met 161,40 aardig in de buurt komt van zijn hoogtepunt (170,04 gulden op 14 april 1986, KB)”.

Akzo is daarmee de grote ster van de zogeheten "cyclische waarden', die meegolven op de (verwachte) conjuctuurgolven. “De cyclische waarden die in het voorjaar bleven liggen, zijn nu wel omhoog gekomen. De chemiewaarden trekken daarbij heel duidelijk de kar”, zegt Jochems. Behalve Akzo dat zijn dieptepunt van vorig jaar oktober (125,30 gulden) ver achter zich heeft gelaten, is ook DSM afgelopen dagen fors omhoog gekomen. Weliswaar ligt het hoogtepunt van 2 juni 1989 (138,32 gulden) nog ver weg, maar de slotkoers van 95,10 gulden, lijkt toch ook niet meer op 67,80 gulden die op 1 maart van dit jaar werd genoteerd.