CARLA BOGAARDS SCHRIJFSTER/"REPELSTEELTJE'

“Ik koop wel eens iets, een bontje, een hoedje of handschoentjes alleen maar om erover te schrijven. Of ik koop iets omdat de kleur me bevalt, omdat het zo zacht is om te voelen of de vorm zo mooi is en dan kan ik het niet nalaten om erover te schrijven. Dan komt het onmiddellijk in de poëzie maar ook in het proza terug. Ik heb ook geschreven over avondjurken, oude satijnen avondjurken. Ik heb ooit eens zo'n jurk gehad.

Het komt allemaal terug. In Parijs heb ik in een western-winkel pettycoats gekocht, echt hele grote pettycoats. En ik schrijf dan ook over de stad: "Het water deint als pettycoats'.

Altijd gebruik ik de kleren die ik aanheb of die ik er apart voor koop. Ik heb ook wel eens een echte Willemina-vos gekocht. Om mij even te voelen als Wilhelmina en ook een beetje zo te gaan lopen en daar dan weer over te schrijven. Het heeft altijd met bewegen te maken, want als je bepaalde kleren aanhebt dan beweeg je op een bepaalde manier. En omdat ik schrijf met muziek in mijn oren en omdat het eerste proces van schrijven altijd met de pen is, is het heerlijk om die beweging voort te zetten, het moet allemaal bewegen, het mag nooit statisch zijn. Iets wat statisch is wordt negatief, dat is bijvoorbeeld boos. Als iemand boos is, dan is zijn mond gesloten als een gesloten huis.

Ik kleed mij altijd mooi aan als ik ga schrijven. Er kwam eens iemand langs en die zei: "Ga je uit?' En ik zei: "Nee, ik ga schrijven!' Mijn jongste zoontje vraagt wel eens een beetje angstig: "Mama, moet je weg?' "Nee, ik ga werken!'

Ik zal niet zo snel in een badjas gaan zitten schrijven. Ik wil mooi zijn als ik schrijf. Maar ik zal geen grote oorbellen aandoen want dat is lastig. Dan doe ik mijn gouden ringetjes aan, omdat ik met die walkman op zit.''