Brede schouders voor dubbelplussers

In een niet ver verleden waren mensen van vijftig en zestig jaar bij ons stokoud. In China daarentegen stond je dan pas op de onderste sport van de politieke ladder: de deur openen voor je baas, een gisse grijze panter van vierentachtig lentes.

Ook in het westen blijven ouderen tegenwoordig langer actief. Vijftig en zestig plussers en heel wat van zeventig plussers vallen als zodanig nauwelijks meer op, hoewel de verplichte pensionering op 65 jaar hun tot een andere stijl van leven dwingt. Ze doen met alles mee en blijven fit met fietsen, lopen, zwemmen en hupsen in thermaalbaden van 35 (dat wel!) graden.

Dubbelplussers van achter in de zeventig, over de tachtig en negentig trekken zich vaak om allerlei redenen terug uit het leven en zitten de hele dag te koekeloeren op twaalf hoog in hun bejaardenhuis. U heeft toch een mooi uitzicht oma! Koffie drinken, knutselen, thee drinken, de markt van zelf gemaakte kunst, een tochtje naar de bollen en af en toe een bezoekje van een verdwaald familielid moeten de verveling verdrijven. Geen wonder dat steeds meer (dubbel)plussers in een eigen huis en omgeving willen blijven wonen, voor zover mogelijk en wenselijk.

Dat is een goed uitgangspunt, maar kan het? Er is natuurlijk de financiële kant van de zaak: het kabinet maakte donderdag bekend hogere eigen bijdragen te willen vragen van ouderen om de vergrijzing en behoefte aan voorzieningen te kunnen blijven financieren. Voor de groep met een goed pensioen hoeft dat geen bezwaar te zijn, menen de adviseurs van het kabinet.

Er is nog een niet-financieel aspect: de behoefte aan zorg en aandacht voor ouderen, steun van een paar brede schouders voor niet meer actieve dubbelplussers. Er zijn bejaardenverzorgers, vrijwilligers, familieleden en kennissen die dat op zich nemen, maar niet iedereen krijgt de gewenste en nodige steun.

Eigenlijk zou het wèl moeten. En dat kan als het zakelijk wordt opgezet, bij voorbeeld door middel van een verzekering in natura met recht op hulp en bijstand in de vorm van zo'n ouderwetse Britse butler(ess). Zo kan men langer zelfstandig blijven wonen. Een butlerverzekering die je de klok rond mag bellen om een James-praatpaal met een heldere kop, twee rechterhanden en het geduld van een engel. Een alarmcentrale met jongens en meiden die direct op de fiets springen als het moet. Een nationale dienstplicht nieuwe stijl?

Is dat een bizar idee? Er zijn toch uitvaartverzekeringen in natura die voor alles zorgen, zelfs met koffie als dessert. Je hoeft alleen dood te gaan. Dat is ook een zorgverzekering, maar wèl de allerlaatste in een mensenleven. Waarom geen polis met bijstand voor de fase ervoor?

Ja, waarom niet? Verzekeraars denken in termen van geld: welk risico loop ik, hoeveel premie kan ik vragen en wat blijft er voor mij over. Zo moet het, anders kan die maatschappijen hun verplichtingen niet nakomen. Toch helpen zij onder meer reis- en autoverzekerden een handje in geval van nood, via speciale organisaties van hulpverleners. Een middel om de hoogte van schadeclaims te drukken.

Dat is een belangrijke ontwikkeling: verzekeraars blijven niet afwachten, maar nemen meer initiatief om schade te beperken, proberen een gestolen auto op te sporen. Die hulp achteraf kan men naar voren trekken om schade te voorkomen of verminderen, preventief dus.

Ziektekostenverzekeraars (vergoeden kosten voor medische hulp, ziekenhuisverpleging en dergelijke) kunnen dat overwegen voor dubbelplussers. Uit naastenliefde, als maatschappelijke verplichting, maar evenzo uit eigen belang. Hoewel het verband tussen meer aandacht, minder ziek zijn en lagere kosten voor de verzekering moeilijk te bewijzen valt. Je kan het wèl een beetje aanvoelen. Het gaat voor de betrokkenen om het verschil tussen opbloeien en wegkwijnen. In enkele andere landen doen verzekeraars meer aan die preventieve zorg.

Deze wenk geldt natuurlijk net zo voor pensioenfondsen, banken en beleggingsfondsen, de breedste financiële schouders van ons land, en de landelijke overheid. Ze mogen best meehelpen. Als men zo makkelijk een internationale hulpverleningsorganisatie kan betalen of inrichten, moet dat landelijk ook kunnen. Er is geld en experise in overvloed. Doe er wat moois mee en richt een soort ANWB voor dubbelplussers op.