Borges ziet literatuur als spel en een bron van genot

Zuidamerikaanse schrijversportretten, zondag Ned.1, 22.15-23.08u.

Hij is nu zeven jaar dood en misschien moeten we blij zijn met alle beelden die van hem bewaard zijn gebleven. We zullen Borges nooit meer zien lachen met de grijns van een kind dat niet zeker weet of het wel leuk is. Of horen praten, al even verlegen, en zo onherroepelijk binnensmonds dat verstaan altijd een probleem was. Beklemmend oud en blind is hij in de BBC-documentaire die de KRO zondag over hem uitzendt, maar tegelijk probeert hij te troosten in verschillende toonaarden. Met de ouderdom, zegt hij, verdwijnt het beest in ons - bijna - en het teveel aan dingen wordt door een kwaal als blindheid gereduceerd tot een elementaire eenheid waarin bij voorbeeld de pagina's geen nummering meer hebben. En hij herhaalt een oude uitspraak, alsof hij echt gelooft in een ultiem moment van inzicht voor de dood: “Spoedig zal ik weten wie ik ben.”

In de documentaire is Borges al vierentachtig en de grootste verdienste van de makers lijkt dat ze hem ertoe hebben gebracht mee te acteren in de verfilming van fragmenten uit zijn werk en leven. Dat leven en werk bij hem onlosmakelijk zijn verbonden, is bekend. Zijn hoofdpersoon is "ik', "Borges', "de ander', een imaginaire dubbelganger naar wie hij wantrouwend kijkt. Het ene moment zit hij op een bank en voert een gesprek met de jonge Borges van 1919, net als in een verhaal van hem. Dan weer lijkt hij in tijdloze pose verzonken wanneer een bebrild Borgesje van onder de tien naast hem komt staan en de historische vraag stelt: “Borges, hoe was u als kind.” Waarna een veelzeggend gesprek begint.

Deze verdubbeling van het fenomeen Borges, door de Argentijn zelf op allerlei manieren toegepast, lag voor de hand als leidraad in de documentaire. Toch is het resultaat maar half geslaagd, doordat het gesproken woord al te veel achter beelden is verstopt, wat vloekt met de aard van Borges' werk. Het is te veel aapjes kijken geworden. Die verwonding die hij ooit opliep in een trappenhuis en waarover zoveel is gespeculeerd - poging tot zelfmoord; psychose na de dood van zijn vader; begin van zijn serieuze schrijverschap - is hier enigszins lachwekkend want op het hysterische af gedramatiseerd. Ik had er liever iets zinnigs over gehoord. Zulke scènes steken ook erg vitaal af naast die met de enige echte fysieke Borges die we zien, een letterlijk stokoude, blinde, verdwaalde man, die praat over grote voorgangers, over literatuur als spel of bron van genot en verder niets. “Tricks that people seem to like”, zegt hij bescheiden over zijn werk.

Een van Borges' intrigerendste thema's, de onbereikbaarheid van fysieke moed voor de gedoodverfde boekenwurm, lijkt voor hem als ruim tachtigjarige zijn karakter als obsessie te hebben verloren. Het is hier rijkelijk met gefilmde scènes uit verhalen en gedichten gellustreerd en op zichzelf is dat mooi. Maar Borges' mentale moed, zijn uiteindelijke antwoord op die andere, onbereikbare, komt maar terloops ter sprake, onder andere wat hulpeloos uit zijn eigen mond, wanneer hij zich verdedigt tegen aantijgingen over zijn vermeende dictatorliefde.

Aan de Nederlandse bijdrage in deze uitzending stoort, dat niet voor optimale recente vertalingen is gekozen. Storend is ook de stellige, gelikte vertellersstem, die het innige ontbeert, en dan gaat zowaar de foute uitspraak van zijn naam irriteren. Borges' literatuur vertegenwoordigt een coherente wereld aan gedachten en beelden, het beste dat een kunstenaar kan bereiken, en daar dient een inspreekstem eerbied voor te hebben.