Baladur trotseert Giscard: ik werk

PARIJS, 10 JULI. De Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing, leider van de liberale UDF, meent dat premier Édouard Balladur ten onrechte akkoord gegaan is met een afwijking van de grondwet op het terrein van de financiering van het bijzonder onderwijs, nota bene begaan door president Mitterrand.

“Welke consequenties denkt u hieraan te verbinden”, vroeg Giscard aan de eerste minister in een artikel in Le Monde. Balladur volstond in zijn reactie met koel flegma. “Ik werk”, zei hij.

De beschuldiging van Giscard is, behalve bij zijn eigen aanhang, niet ernstig genomen.

Met zijn open brief in Le Monde, waarin hij zijn bezwaren tegen het veronderstelde ongrondwettelijk optreden van Mitterrand uiteen zette, laat Giscard vooral weten dat hij er is en nog steeds ambities heeft. Ambities om president Mitterrand als gekozen staatshoofd op te volgen als deze in het voorjaar van 1995, over minder dan twee jaar dus, het Élysée verlaat.

Giscards probleem is dat hij niet de enige is. Ook burgemeester Jacques Chirac van Parijs, leider van de neo-gaullistische RPR, de grootste van de twee regeringspartijen, hoopt president te worden. Chirac voert daartoe onafgebroken campagne met bezoeken aan het Franse platteland. Over het beleid van zijn partijgenoot Balladur laat Chirac zich zelden uit en dan alleen positief. Voor Giscard rest er niets anders dan zich stap voor stap van dit tweetal te distantiëren.

De "cohabitatie' (samenleven) van Balladur met Mitterrand verloopt soepel, bijna even soepel als die tussen Balladur en diens "president' Chirac. Zelfs op het gebied van de veiligheids- en buitenlandse politiek, dat als het meest exclusieve domein van de president geldt, heeft zich tot nog toe niet het geringste incident tussen het staatshoofd en zijn premier voorgedaan. Het recente besluit om de Franse kernproeven voorlopig niet te hervatten, namen Mitterrand en Balladur bij voorbeeld na onderling overleg gemeenschappelijk.

Giscard is aan een omtrekkende beweging begonnen. Enkele weken geleden liet hij kritiek horen op de financieel-economische politiek van Balladur, met als onuitgesproken verwijt dat de premier de ernst van de economische crisis onderschat.

Met zijn kritiek op "ongrondwettelijk' optreden verplaatste Giscard zich als een schaker naar het volgende veld, dat van de bewaking van de constitutie en van de "zozeer beperkte' bevoegdheden van het parlement, waarvoor de ex-president zichzelf bij uitstek geschikt acht.

Volgens de grondwet van de Vijfde Republiek kunnen de Nationale Vergadering en de Senaat in een extra zitting bijeenkomen als bij voorbeeld de gewone zitting (die dit jaar op 30 juni eindigde) niet alle door de regering gewenste wetsontwerpen heeft kunnen behandelen. Het is aan de discretie van de president om de agenda voor deze extra zitting vast te stellen. Balladur stelde Mitterrand 23 onderwerpen voor ter behandeling in de extra bijeenkomst, die waarschijnlijk op 14 juli, de Franse nationale feestdag, eindigt. Mitterrand ging daarmee akkoord - op één na, hetgeen Balladur accepteerde.

De door de regering beoogde beperkte aanpassing van de wet-Falloux - over financiering van bijzonder (katholiek) onderwijs door lokale besturen - kan wel een paar maanden wachten, meende Mitterrand.

Ongrondwettig, meent Giscard. Pragmatisch, vindt Balladur. Maar de wet-Falloux heeft een grote symbolische betekenis: daarmee werd de politieke "schoolstrijd' (over de financiering van openbaar en bijzonder onderwijs) gepacificeerd. En juist bij de conservatieve vleugel van Giscards UDF zijn de voorstanders te vinden van financiering van het vaak noodlijdende katholieke onderwijs door lokale besturen, hetgeen socialisten, communisten en andere pleitbezorgers van de seculaire staat juist afwijzen.

Giscard meent dat Balladur het op een cohabitatie-conflict met Mitterrand had moeten laten aankomen toen deze de parlementaire behandeling van de wijziging van de wet-Falloux naar oktober verschoof. Met zijn laconieke "ik werk' liet de premier weten dat hij belangrijker dingen te doen heeft. De aanval van Giscard, de meest openlijke tot nu toe, was ook opmerkelijk qua timing - een dag na een bijeenkomst, in het Parijse "Maison de la chimie', van Balladur met de afgevaardigden uit Senaat en Nationale Vergadering van de twee regeringspartijen.

De premier hield daar zijn gehoor van ruim 500 bevriende politici vanaf een met de nationale driekleur uitgedost spreekgestoelte voor, dat men “voorzichtig moet zijn met het gebruik van bepaalde adjectieven of een bepaalde stijl”. Hij keek daarbij demonstratief in de richting van Giscard en Philippe Séguin, de zeer gaullistische voorzitter van de Nationale Vergadering die het werkgelegenheidsbeleid van de regering onlangs als een "sociaal München' veroordeelde.

Na een oproep om de eenheid te bewaren kregen de geachte afgevaardigden een dun boekje uitgereikt met de titel "Naar het nieuwe Franse voorbeeld - de moed van hervormingen, het vertrouwen van de Fransen', waarin uiteraard een vertrouwenwekkende balans van honderd dagen Balladur wordt opgemaakt.

Er komen nog slechtere dagen, waarschuwde Balladur zijn aanhang, die een dag later dus in de krant kon lezen hoe Giscard de spreker tot verantwoording riep. De race om het presidentschap komt dit najaar op gang en zal dus niet lang duren, waarschijnlijk net zo lang als de regering-Balladur. Na de eerste schoten van Giscard weet de bedaarde premier waar hij aan toe is: "cohabiteren' met drie "presidenten', terwijl de diepe economische recessie het "sociale München' van de "vierde president', van Séguin, nader brengt.