ALLOCHTONEN [2],

De invoering van rapportageplicht over de arbeidsdeelname van allochtonen heeft in korte tijd veel stof doen opwaaien.

Het hoofdredactioneel commentaar "Kleur bekennen' (NRC Handelsblad, 5 juli) legt de vinger op de gevoeligste plek: de privacy van de werknemers die naar etnische afkomst moeten worden geregistreerd, wil hun werkgever aan de rapportageplicht kunnen voldoen. Terecht wordt opgemerkt dat eenmaal ingestelde registratiesystemen de neiging hebben een eigen leven te gaan leiden. Vandaar dat de Registratiekamer in 1992 tot driemaal toe heeft gewezen op het essentiële beginsel dat de betrokken werknemers zelf moeten kunnen bepalen of zij in een dergelijke etnische registratie willen voorkomen. Van dit beginsel, dat in de bestaande privacywetgeving uitdrukkelijk is vastgelegd, mag niet lichtvaardig worden afgeweken. Het bezwaar dat een zelfbeslissingsrecht voor werknemers de rapportage onbetrouwbaar zou maken en de beoogde stimulans voor bedrijven onderuit zou halen, strookt niet met de ervaringen in het buitenland. In de Canadese Employment Equity Act, die in dit verband vaak als voorbeeld wordt aangehaald, is dat recht juist uitdrukkelijk gewaarborgd terwijl gebleken is dat de effectiviteit van de wet daardoor niet wordt aangetast.

Het valt te betreuren dat het wetsvoorstel van de oppositie, dat thans bij de Eerste Kamer ligt, niet van hetzelfde goede beginsel uitgaat. Het is duidelijk hoe het wel zou moeten. Anders dan het commentaar suggereert, valt de Registratiekamer op dat punt geen onduidelijkheid te verwijten. Privacy is in deze samenhang geen defensief concept, maar een kostbaar grondbeginsel voor de inrichting van een moderne rechtsstaat. In concreto betekent dit, dat privacy en een positief minderhedenbeleid uitstekend samengaan en zelfs niet zonder elkaar kunnen.