Wisselvallige verhalen van Bob Shacochis; Mislukkingen uit diverse windstreken

Bob Shacochis: De volgende nieuwe wereld. Vert. Frank van Dixhoorn. Uitg. De Geus, 237 blz. Prijs ƒ 34,90.

In de verhalen van de Amerikaanse schrijver Bob Shacochis is de zee zelden ver uit de buurt. In 1985 debuteerde hij met Easy in the Islands. De verhalen van Shacochis hadden als ingrediënten een exotische omgeving (de Caribische eilanden), palmen, drank, boten en een populatie van al dan niet verweerde zwervers, smokkelaars en vissers van divers allooi; hij verwierf er de loyale bewondering mee van John Irving, alsmede de American Book Award en een tussen welwillendheid en lof laverende kritiek.

Uitgeverij De Geus bracht van dat boek een vertaling uit onder de titel Schipperen aan de goudkust, en deed onlangs hetzelfde met Shacochis' tweede, uit 1989 daterende bundel The Next New World, onder de titel De volgende nieuwe wereld.

In deze verzameling is Shacochis nogal nadrukkelijk op zoek gegaan naar andere locaties en andere tijden; het openingsverhaal speelt zich weliswaar af op een tropisch eiland, maar er worden twee bejaarde zusters in ten tonele gevoerd die hun dagen doorbrengen met dagdromen over een koloniaal verleden en een amoureus heden. Shacochis vertilt zich aan genre en stijl waardoor het verhaal wonderlijk geconstrueerd blijft aandoen.

"Squirrely's tandbaars', over een nazi-beul wiens ijdelheid het wint van zijn noodgedwongen discretie als hij een vis van record-grootte heeft gevangen, is amusant en geschreven als het ouderwetse "perfecte magazine-verhaal'. Dit ondanks Shacochis' waarschuwing: "dit verhaal heeft zo'n onwaarschijnlijk slot dat niemand het kon voorzien, en daar kan ik niks aan doen, zoals ik ook geen verantwoordelijkheid kan nemen voor een orkaan'.

In "Hidalgo's' herkennen we de Shacochis van zijn eerste bundel nog het duidelijkst: het is het met mededogen vertelde verhaal van een duo Amerikaanse hipsters dat na een zwervend bestaan de desolate Salt Islands kiest als plek om ten onder te gaan.

Bejaarde broers

Het boek kent een onmiskenbaar hoogtepunt in het verhaal "Feest in de nieuwe wereld', dat heel nadrukkelijk in het heden op het Amerikaanse vasteland is neergezet; het is een verhaal dat eenvoudig wordt verteld en tegelijkertijd over heel veel gaat: over familie en loyaliteit, over omgaan met ziekte, over conformisme en non-conformisme, en vooral over Amerika. In Shacochis' handen wordt een familiereünie op Onafhankelijkheidsdag een messcherpe confrontatie tussen culturen en generaties, en een treffende hereniging van twee bejaarde broers die elkaar meer dan een halve eeuw niet hebben gezien. Bernie lijdt aan de ziekte van Alzheimer, Joachim leeft in een al even beperkte wereld van dienstbaarheid aan achterhaalde anarchistische zaken. Getweeën maken ze het feest tot een ramp.

Het is bijna niet te geloven dat een schrijver die tot zoiets in staat is in dezelfde bundel een verhaal laat afdrukken als "De valdeur', een hopeloos gekunsteld stukje proza over een theatervoorstelling in de tijd van Shakespeare; waarom in vredesnaam, vroeg ik me al lezend voortdurend af, anders dan om te kunnen zeggen "kijk eens wat ik óók kan'?

Het ziet er naar uit dat Shacochis in een positie verkeert waar menig Amerikaan met een studie creative writing achter de kiezen zich in bevond en bevindt: als men het "ambacht' eenmaal onder de knie denkt te hebben, komt men al snel in de verleiding te denken dat nu ook de verbeelding op alles losgelaten kan, nee, moet worden. Dit nu is alleen aan de Vestdijken van de wereld voorbehouden. Op basis van wat hij in deze tweede bundel laat zien, zou iemand Shacochis moeten zeggen dat hij moet blijven schrijven over dat wat hij het beste kent. Dan schrijft hij onderhoudend en is zijn ambachtelijkheid niet hinderlijk zichtbaar, dan is zijn mild-registrerend oog voor het lot van de losers in diverse windstreken het treffendst.